Nog steeds geen gemeenschappelijk statuut voor personeel grondafhandelaars op Brussels Airport

Minister van Werk Monica De Coninck: “Directoraat-Generaal LuchtVaart (DGLV) heeft door Staatssecretaris Melchior Wathelet gevraagde studie naar gemeenschappelijk statuut nooit uitgevoerd.”
Vlaams Belang herhaalt pleidooi voor gemeenschappelijk statuut en voor dringende én volledige openstelling grondafhandelaars op Brussels Airport in belang van personeel
Tanguy Veys: “Een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van de grondafhandelaars is de beste garantie dat de werkomstandigheden gerespecteerd worden.”
Het Europees Parlement heeft op 16 april 2013 beslist dat luchthavens waar jaarlijks meer dan 15 miljoen passagiers of 200 000 ton vracht passeren, minstens 3 grondafhandelaars moeten toelaten. Brussels Airport zou echter pas tegen 2024 een concurrent voor Swissport en Aviapartner-WFS moeten toelaten, zijnde de huidige 2 grondafhandelaars. In de Commissie Infrastructuur, Verkeer en Overheidsbedrijven van 18 juni 2013 verklaarde Staatssecretaris Melchior Wathelet op een mondelinge vraag (zie bijlage) het volgende: “Het Koninklijk Besluit betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal dateert van 6 november 2010 en verving een koninklijk besluit van 12 november 1998. Ten opzichte van laatstgenoemd KB bereidde artikel 4 van het KB een verdere liberalisering van de grondafhandelingsmarkt voor de toekomst voor. Indien op het ogenblik van de bekendmaking van de aanbesteding in het publicatieblad van de EU in de twee voorafgaande jaren het gemiddelde aantal passagiers substantieel is verhoogd, wordt voorzien in een bijkomende dienstverlener, dus van twee naar drie, voor de afhandeling van passagiersvluchten. Dat is ook het geval bij een substantiële volumeverhoging van het cargotonnage van de afhandeling van cargovluchten. Bovendien heeft de Europese Commissie in december 2011 in haar pakket “Betere luchthavens” pakketmaatregelen aangekondigd die onder meer een verdere liberalisering van de grondafhandelingsmarkt bevatten. Het minimum aantal dienstverleners zou worden opgetrokken van 2 naar 3 vanaf een bepaald aantal jaarlijkse passagiers of een bepaalde hoeveelheid cargo. Ook het Europees Parlement heeft zich over dit pakket gebogen en recent een geamendeerde versie aangenomen. Over het luchthavenpakket, met inbegrip van de grondafhandelingsverordening, moet echter nog een akkoord met de lidstaten en de raad worden bereikt. Voor de luchthaven Brussel-Nationaal zou er een 3de grondafhandelaar moeten bijkomen, vermoedelijk ten laatste in 2024. In deze context lijkt het mij aangewezen de nieuwe Europese regels in hun definitieve vorm af te wachten, alvorens het KB betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel in functie daarvan aan te passen, met inbegrip van een planning voor het opleggen van een derde grondafhandelaar. Voorts lijkt het mij inderdaad aangewezen een gemeenschappelijk statuut te creëren voor het personeel van afhandelaars. Ik heb ter zake het Directoraat-Generaal LuchtVaart (DGLV) met een dringende studie belast en hoop in september 2013 over concrete voorstellen te beschikken.”

Naar aanleiding van de Commissie Infrastructuur, Verkeer en Overheidsbedrijven van 19 maart ’14 stelde Staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet in antwoord (zie bijlage) op de mondelinge vraag welke voorstellen intussen DGLV gedaan had inzake een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van afhandelaars en volgens welke modaliteiten en binnen welke termijn zal dit worden ingevoerd dat “begin april 2014 een ronde tafel zal georganiseerd worden omtrent de huidige situatie van grondafhandeling op de luchthaven Brussel-Nationaal. Op basis van de conclusies van deze ronde tafel zal er beslist worden of het opportuun is om het Koninklijk Besluit van 6 november 2010 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthaven van Brussel-Nationaal aan te passen. Het gemeenschappelijk statuut voor het personeel van afhandelaars behoort tot de bevoegdheid van FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.”

Daarom vroeg volksvertegenwoordiger Tanguy Veys (Vlaams Belang) in de Commissie Sociale Zaken van 1 april 2014 (zie bijlage) naar de voorstellen van het Directoraat-Generaal LuchtVaart (DGLV) inzake een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van de grondafhandelaars op Brussels Airport en naar de verdere planning om te komen tot dat gemeenschappelijk statuut. In haar antwoord (zie bijlage) stelde Minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) dat “DGLV de door Staatssecretaris Melchior Wathelet gevraagde studie naar een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van de grondafhandelaars nooit heeft uitgevoerd. […] Het paritaire comité 140 om een CAO te onderhandelen voor deze sector wordt echter voorgezeten door een sociaal bemiddelaar van mijn administratie. Het verheugt me dan ook dat onlangs een protocol van akkoord werd afgesloten om voor deze subsector afspraken te maken over gemeenschappelijk voorwaarden in plaats van dit alles over te laten aan het sociaal overleg op individueel ondernemersniveau. Uiteraard is het aan de overheid om hen daarin te ondersteunen waar mogelijk.”

Het Vlaams Belang reageert dan ook ontgoocheld op de houding van het Directoraat-Generaal LuchtVaart en de weigering om voorstellen inzake een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van de grondafhandelaars op Brussels Airport uit te werken.   De partij heeft bij monde van volksvertegenwoordiger Tanguy Veys immers er steeds voor gepleit dat in het belang van de klanten van Brussels Airport, de luchtvaartmaatschappijen én het personeel van de grondafhandelaars zelf, nog dit jaar komaf wordt gemaakt met die beperkte toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de nationale luchthaven.  Tanguy Veys: “De huidige toestand geeft immers ook aanleiding tot onzekerheid bij de werknemers op de luchthaven.  Ik verwijs hiervoor naar de toestand bij Aviapartner waar recent nog 65 banen verloor gingen na het wegvallen van het cargo-contract met Saudia Airlines en naar de voorbije stakingen bij Swissport.  Op luchthavens waar de markt volledig is opengesteld, zoals in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Zweden, Noorwegen, Nederland en Hongarije, geeft het grotere aantal dienstverleners aan het personeel immers juist meer mogelijkheden om ten dienste te blijven staan van bepaalde klanten. Het personeel kent de betrokken klanten goed en het wordt dan ook als normaal beschouwd dat bij een overname van een klantencontract zoveel mogelijk hetzelfde personeel voor dezelfde klant blijft werken. Tot slot is een gemeenschappelijk statuut voor het personeel van de grondafhandelaars de beste garantie dat de werkomstandigheden gerespecteerd worden.   Ik hoop dan ook dat zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een gemeenschappelijk statuut en van een dringende én volledige openstelling van de markt van de grondafhandelaars op àlle Belgische luchthavens in het belang van het personeel  !”

Bestuurslid

Bijlage 1Bijlage 2

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...