NMBS: multiculturele diplomatie

“In de trein ontmoeten we mensen van verschillende culturen. Dat betekent het samenbrengen van verschillende mentaliteiten en ‘waardesystemen’. Openheid van geest zal voorkomen dat we mensen choqueren door ons waardesysteem, zelfs onbewust, als de referentie voor te schotelen.” Zo staat te lezen in een interne NMBS-nota aan het personeel. Als staaltje van ziek cultuurrelativisme kan dat tellen. De nota – waarover we gisteren al berichtten, maar waar we vandaag graag op terugkomen, maakt deel uit van een ‘hoffelijkheidscampagne’ die verbaal en fysiek geweld tegen treinbegeleiders moet voorkomen. Waarmee de NMBS in feite aangeeft dat treinpersoneel dat in de problemen komt, het wellicht zelf heeft gezocht. Als je het ons vraagt, een fout en vooral laf signaal.

“Wees verdraagzaam voor mensen die een andere leefwijze of andere leefgedachte hebben dan de jouwe. Geef blijk van empathie tegenover mensen met een andere cultuur”, gaat het verder. “De cultuur is het ankerpunt van de leefwijze van een maatschappij. Ze wordt door de generaties heen overgegeven en is één van de voornaamste factoren voor integratie en aanpassing.” Voor het gebrek aan integratie zullen ze bedoelen… “Voorkom discussies die gevoelig kunnen liggen bij je gesprekspartner: geslacht, politiek, etnische afkomst, godsdienst, seksuele geaardheid”, klinkt het met een opgestoken vingertje. De treinbegeleider krijgt nog mee dat je mensen uit andere culturen liever niet recht in de ogen kijkt, want die kunnen dat opvatten als een blijk van dominantie of een belediging. “Over het algemeen is het beter dat je je blik wegdraait.” Ook bij het gebruik van je handen, hoort in de multiculturele samenleving een… handleiding. “Geef de rechterhand en niet de linker. In vele culturen is dit zeer belangrijk, de linkerhand is namelijk die die je gebruikt bij het naar toilet gaan. Een tip! Neem je kniptang met de linker hand en neem de etiketten aan met je rechter.”

Vrouwelijke treinbegeleiders moeten extra oppassen. Voor hen is er in de nota het aparte (!) en veelzeggende hoofdstuk “de plaats kennen van de vrouw in andere samenlevingen.” Lees even mee: “In de westerse cultuur is de vrouw gelijk aan de man. In vele culturen neemt de man een belangrijkere plaats in (let op het verbloemend taalgebruik), zelfs al is het respect voor de vrouw er zeer sterk (wat een politiekcorrecte onzin, nvdr). Een tip! Wanneer een man het nodig vindt (en voor wie het vanuit zijn cultuur normaal is, aldus de NMBS, ondanks het ‘zeer sterke respect’ voor de vrouw dus, nvdr) dat hij boven je staat als vrouwelijke treinbegeleidster, werk je gewoon verder, je behoudt je kalmte, blijft neutraal en maakt geen opmerkingen.”

Welkom in het multiculturele paradijs. Treinbegeleiders, leraars, dokters en verpleegsters, agenten en ga zo maar door, moeten blijkbaar een cursus diplomatie volgen als ze niet in elkaar geramd willen worden. De meerderheid past zich aan. De NMBS-nota die via een gunstige wind bij het Vlaams Belang terecht kwam en die u in bijlage kan nalezen, maakt nog eens duidelijk hoe nefast de invloed van het beruchte CGKR en andere multikuladepten wel is.

Volksvertegenwoordiger Tanguy Veys vroeg gisteren in de commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven (zie verder voor het woordelijk verslag) tevergeefs aan minister Vervotte (CD&V) om deze dwaze campagne in te trekken en de daders van agressie en geweld op de trein kordaat aan te pakken. Alleen dát helpt immers, een knieval zeker niet.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic124x.html

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 08 februari 2011

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over “de hoffelijkheidscampagne van de NMBS” (nr. 2585)

10.05  Tanguy Veys (VB): Mevrouw de minister, ik heb een iets ander perspectief, maar ik vind het toch belangrijk genoeg om u erover te ondervragen. In het kader van een van de pogingen om het verbaal en fysiek geweld tegen spoorwegpersoneel en de treinbegeleiders in het bijzonder tegen te gaan, pakt de NMBS uit met een zogenaamde hoffelijkheidscampagne. Dat kwam gisteren in de media. Vanuit de NMBS werd meteen gereageerd door te stellen dat het niet gaat om een hoffelijkheidscampagne, maar om een sensisbiliseringscampagne. Daarvoor wordt verwezen naar een nota van twee bladzijden, genaamd “andere culturen”. Wie de moeite doet om die nota door te nemen, zou toch ernstig zijn wenkbrauwen moeten fronsen. In de nota wordt namelijk een opsomming gemaakt van een aantal houdingen en standpunten die de treinbegeleider in kwestie moet aannemen. Zeker als men dat ziet in het licht van de aanpak van verbaal en fysiek geweld doet mij dat zeer de wenkbrauwen fronsen.

Ik citeer een aantal opmerkingen uit die nota. “Openheid van geest zal voorkomen dat we mensen choqueren door ons waardensysteem als referentie voor te schotelen. Niemand verdient mishandeld of beledigd te worden om reden van zijn culturele gedachten. Over het algemeen is het beter dat je je blik wegdraait als je merkt dat je je gesprekspartner op zijn ongemak stelt door hem aan te kijken. Geef de rechterhand en niet de linker”. De rechterhand dient om te eten, de linkerhand wordt gebruikt om naar toilet te gaan. “Neem de kniptang in de linkerhand en de etiketten aan met je rechter. Als we een ouder persoon zeggen dat hij niet in orde is, doen we dat met eens te meer tact en respect. In de Westerse cultuur is de vrouw gelijk aan de man. In vele culturen neemt de man een belangrijke plaats in. Wanneer een man het nodig vindt en voor wie het vanuit zijn cultuur normaal is dat hij boven je staat als vrouwelijke treinbegeleidster” – er staat nog meer schabouwelijk Nederlands in – “werk je gewoon verder, je behoudt je kalmte, blijft neutraal en maakt geen opmerkingen”. Ik geef nog een laatste aantal tips. “Een geschenk weigeren is een belediging. Luid praten is een gewoonte. Een boer laten is vaak een teken van dank voor een goede maaltijd”. Het kan dat we dit laatste terugvinden in een Michelingids als we naar China gaan maar in het kader van de aanpak van het verbaal en fysiek geweld tegen NMBS-personeel is het toch wel stuitend dat men met dat antwoord komt.

Wij lezen ook dat het gaat over mensen met een islamitische geloofsovertuiging. Ik verwijs naar de visie over de plaats van de vrouw. Ik verwijs naar het in de ogen kijken. Ik verwijs naar de oudere personen, die meer respect verwachten dan mensen van middelbare leeftijd. Zou men daaruit kunnen afleiden dat de veroorzakers ook vooral in die hoek moeten gezocht worden? Ik had graag wat meer verduidelijking daarover gehad van u, mevrouw de minister.

Ik ben ook een beetje verwonderd dat dergelijke nota verspreid wordt vanuit de NMBS. Zij zouden in eerste instantie toch moeten staan aan de kant van het NMBS-personeel. Hier geven zij de indruk dat zij veeleer zelf aan de basis liggen van mogelijk verbaal en fysiek geweld.

Anderzijds is het ook zo dat men met deze nota het signaal geeft aan de daders dat zij niet in fout zijn, dat het juist is dat zij geprovoceerd geweest zijn, dat het de treinbegeleider is die hun ticket met de verkeerde hand heeft aangenomen, die hun er onvoldoende respectvol op attent heeft gemaakt dat zij niet met hun schoenen op de zetel mogen zitten en dat zij niet zeer luidruchtig mogen zitten bellen om de andere passagiers in de treinwagon niet te storen. Dit bevreemdt mij toch.

Het is niet alleen weinig tactvol van de NMBS, maar zelfs kwetsend voor treinbegeleiders die reeds effectief het slachtoffer zijn geweest van dergelijke zaken. Door deze campagne kiest men immers duidelijk de kant van de daders van fysiek en verbaal geweld. Men zal als treinbegeleider maar zelf klappen hebben moeten incasseren en zich hebben moeten verantwoorden tegenover zijn overste, moeten zeggen dat men perfect in zijn schoenen stond, op zoek moeten gaan naar getuigen die zijn verklaring kunnen bijtreden. Het geeft toch wel een zeer bizar beeld van hoe de NMBS omgaat met zijn personeel.

Mevrouw de minister, staat u achter deze campagne, of het nu een hoffelijkheidcampagne of een sensibiliseringscampagne is?

Gaat u akkoord met de opmerkingen die daarin worden gegeven, die toch zeer verregaand zijn?

Mevrouw de minister, de term dhimmitude wordt gebruikt wanneer niet-moslims zich aanpassen aan moslims, aan hun gebruiken, uit angst voor de islam, in de hoop dat zij op die manier zullen genegeerd worden. Dat zou toch een zeer foute evolutie zijn, zeker omdat wij zelf, de overheid, in allerlei studies, analyses en initiatieven telkens de klemtoon leggen op de inspanningen die moeten gebeuren door moslims om zich aan te passen aan onze normen en waarden, aan onze gebruiken. Daarom vind ik dit een bijzonder fout signaal.

Mevrouw de minister, bent u van oordeel dat er een verband bestaat tussen het toenemende fysiek en verbaal geweld tussen treinbegeleiders en daders van andere culturele origine? Hebt u daarvoor eventueel argumenten?

Bent u van oordeel dat het toenemende fysiek en verbaal geweld tegen treinbegeleiders veroorzaakt wordt door het gebrek aan hoffelijkheid van die treinbegeleiders tegenover spoorweggebruikers van andere culturen?

Denkt u dat het onvoldoende hoffelijk zijn van die treinbegeleiders tegenover spoorweggebruikers van andere culturen noodzaakt dat dergelijke campagne er komt?

Bent u van oordeel dat het toenemende fysiek en verbaal geweld tegenover treinbegeleiders vooral bepaald wordt door de houding en het gedrag van de daders zelf en dat het niet zozeer gaat over het gebrek aan hoffelijkheid van de slachtoffers tegenover andere culturen?

Zult u eventueel reageren tegenover de NMBS indien u van oordeel bent dat deze campagne niet op haar plaats is, gelet op het kwetsende en pijnlijke aspect tegenover de slachtoffers? Of zult u aan de NMBS vragen om deze campagne minstens aan te passen en zelfs veeleer in te trekken?

Tot slot, moet niet veeleer gezocht worden naar de effectieve aanpak en een beleid tegen de daders van verbaal en fysiek geweld dan wel de treinbegeleiders te viseren?

De voorzitter: Mijnheer Veys, ik wil er even op wijzen dat een vraagstelling normaal tweeënhalve minuut duurt. Ik wil wel een beetje flexibel zijn, maar het was wel erg lang.

10.06 Minister Inge Vervotte: Alles heeft hier vertraging.

Ik zal eerst een algemene beschouwing geven en dan ga ik in op de concrete vragen.

Ik wil de problematiek niet ridiculiseren. Wij nemen die zeer ernstig en voeren ter zake geen fragmentarisch beleid. Ons beleid is erop gericht aan conflictbeheersing te doen om escalaties te vermijden. Uiteraard moet u goed weten dat wij geen politieagenten zijn. Wij zijn commerciële mensen, die instaan voor een dienstverlening, en zich ook op die manier zullen gedragen.

Wij zijn evenmin op zoek naar schuldigen, zoals u dat formuleert in uw vraagstelling. Wij proberen op een correcte manier hiermee om te gaan en wij zijn de eersten om het personeel in bescherming te nemen. Wij hebben ter zake een uitgebreid beleid en wij hebben hiervoor ook in extra financiële middelen voorzien. Wij mogen echter niet alles op een hoopje gooien.

Ik kom nu tot de concrete vragen. De aanleiding voor de werkonderbreking was een geval van zware agressie tegen een treinbegeleider in het station van Hoei op 7 december 2010. Het gaat veeleer om een emotionele reactie op een zoveelste agressiegeval tegen een treinbegeleider. De treinbegeleiders willen dan ook de aandacht vestigen op de problematiek. Zij hadden geen specifieke eisen. Het is evident dat zij hopen dat de agressie wordt bestreden.

Op een moment dat zich zoiets voordoet, stellen wij vaak vast dat er een emotionele ontlading volgt. Wij hebben in onze gesprekken met de vakorganisaties verwezen naar de afspraken die ter zake zijn opgenomen in het protocol. Wij beseffen dat wij een emotionele ontlading even moeten laten gebeuren, maar wij hebben wel gevraagd om de impact ervan op het netwerk zo maximaal mogelijk te kanaliseren. Onze conflictbeheersing is erop gericht om de impact zo veel mogelijk te verkleinen.

De vakorganisaties beschouwden die werkonderbreking ook als een spontane en tijdelijke reactie op de feiten die zich afspeelden de avond voordien. Ik denk dat dit te maken heeft met de berichtgeving en de communicatie onder elkaar. Dusdanig hebben zij die actie dan ook erkend.

Au 30 novembre 2010, le nombre d’agressions commises à l’encontre du personnel de train se chiffrait à 968 faits: 152 faits de coups et blessures, 220 faits de violence légère, 386 menaces et 210 insultes.

Ik heb geen gegevens die erop wijzen dat de aangiftebereidheid bij treinbegeleiders momenteel te laag ligt en zou moeten verhogen. Treinbegeleiders worden regelmatig aangezet om die problemen te melden. De NMBS-groep kan dat nog eens opnemen in het sociaal overleg. Hoe dan ook, momenteel hebben we niet echt aanwijzingen – er wordt nogal veel belang gehecht aan die problematiek – dat er een tekort zou zijn aan aangiftebereidheid.

De actuele problematiek van de lijn 50 is bekend binnen de corporate security service van de NMBS-holding. In het kader van die problematiek werden er sinds 16 september 2010 specifieke acties ondernomen. Er werd door Securail, de spoorwegveiligheidsdienst, een lokaal actieplan opgesteld met alle betrokken partners, namelijk de federale politie, de spoorwegpolitie, de lokale politie en ook de interne partners. In het raam van dat actieplan werden de afgelopen weken verschillende personen geïnterpelleerd en ook geïdentificeerd door de politiediensten.

Au sein du Groupe SNCB, seul le service de sécurité ferroviaire Securail est chargé de patrouiller et d’intervenir sur les quais, dans les gares et à bord des trains. Il est composé de 446 agents assermentés, répartis au sein de 19 brigades. Ils constatent et verbalisent les infractions à l’arrêté royal du 20 décembre 2007 portant règlement sur la police des chemins de fer et exerçant leurs compétences en vertu du chapitre 3bis de la loi sur la sécurité privée et particulière du 10 avril 1990.

La collaboration avec la police fédérale des chemins de fer s’effectue pour sa part au travers de structures de concertation quotidienne et mensuelle, tant au niveau local que national.

Il n’existe pas à proprement parler de listes noires des gares, des trains, des lignes et/ou horaires; il est question généralement de lignes sensibles, comme le disiez vous-même.

 Les missions confiées aux agents Securail sont établies sur base des priorités définies dans le plan stratégique de gestion du Corporate security service.

En matière de lutte contre les agressions dans les trains, un plan d’action opérationnel est annuellement établi.

Deze operationele acties bestaan onder andere uit het jaarlijks inschatten en het oplijsten van de risico’s op verschillende lijnen en/of treinen, het opstellen en uitvoeren van een nationaal actieplan, gerichte acties in treinen of stations en dagelijkse monitoring van treinen. De voorbije jaren werd de treinbrigade Securail, actief op gevoelige lijnen, versterkt. Ik herinner mij in het verleden de aanwezigheid van bepaalde scholen die een impact hadden op de agressie tijdens het verkeer. Voor die lijnen is toen een heel specifiek actieplan opgezet.

La SNCB prend également des mesures visant à endiguer le problème des agressions contre les accompagnateurs de trains.

Die maatregelen, 45 proactieve, preventieve en curatieve acties, zijn opgenomen in het masterplan anti-agressie. Sinds 2007 worden die maatregelen driemaandelijks geëvalueerd en zo nodig ook bijgestuurd. Die opvolgingsvergaderingen vinden plaats in overleg met de interne veiligheidspartner Securail van de NMBS-Holding.

Om een idee te geven, geef ik u een overzicht van de proactieve maatregelen. Er is een tweedaagse cursus omgaan met agressie voor het treinbegeleidingspersoneel. Er vindt een uitwisseling plaats van informatie inzake agressie in het paritair overleg met de vakorganisaties. Aangezien 70 % van de agressiegevallen tegen het treinbegeleidingspersoneel hun oorsprong vindt in de controle van de vervoersbewijzen – dat is een belangrijk aandachtspunt –, werkt de NMBS in een werkgroep aan een tariefvereenvoudiging. Het gaat ook om een aanpassing van de samenstelling van de treinen in functie van de bezetting, om zo te grote en te kleine samenstellingen te vermijden; een reorganisatie van de controleploegen treinbegeleiding in functie van fraudebestrijding; een hoffelijkheidscampagne voor klanten.

Preventieve maatregelen zijn onder meer: gratis vervoer voor politiediensten in uniform, die indien nodig ook interveniëren in de treinen; een gsm-project voor informatie-uitwisseling met treinbegeleiders; toegangscontroles bij grote evenementen in gedefinieerde problematieken en informatie inzake agressieopvolging is toegankelijk via agressiefiches op de draagbare computer van de treinbegeleider.

Enkele curatieve maatregelen zijn hulp van collega’s voor slachtoffers van kritische incidenten. Een schema voor opvang na agressie is vastgesteld, waarbij de rol van elke speler wordt verduidelijkt. Er wordt ook een post-agressiecel voor treinbegeleiding opgericht als aanspreekpunt voor het slachtoffer. Treinbegeleiders worden benoemd tot beëdigd ambtenaar, waardoor zij een proces-verbaal kunnen opstellen. Er is een project voor de invoering van administratieve boetes. De treinbegeleider-slachtoffer kan zijn werkadres gebruiken als thuisadres ter bescherming. Na een zware agressie dient info aan collega’s te worden gegeven, opdat de emotionele reacties beperkt zouden zijn, dus dat er correcte informatie wordt gegeven.

Outre le masterplan anti-agressions, l’échange des données a été amélioré depuis juillet 2010 entre le service d’accompagnement des trains, Securail, et la police des chemins de fer grâce à l’organisation d’une concertation mensuelle au plan local. Cette concertation permet de prendre des mesures non seulement curatives, mais également proactives.

Les missions et escortes de trains confiées à Securail sont établies à la fois sur la base de ce plan d’action, mais aussi en fonction de l’évolution quotidienne de la situation dans le domaine ferroviaire. Des structures de concertation nationale et locale entre Securail et la SNCB permettent de cibler les trains et les lignes qui doivent faire l’objet d’une surveillance particulière.

Au 31 décembre 2010, 35 950 trains ont été escortés par Securail.

Naar aanleiding van de agressie te Hoei op 7 december 2010 werd voor de periode van 13 december 2010 tot en met 31 januari 2011 een specifiek actieplan opgesteld, gericht op de lijn 37 Liège-Eupen, de lijn 40 Liège-Maastricht, de lijn  44 Verviers-Spa, de lijn 36 Brussel-Liège en de lijn 125 Liège-Namur. Naast de gewone prestaties zijn er ook aangepaste prestaties van 18 uur tot 2 uur ’s nachts en van 4 uur tot 12 uur om de begeleiding van de eerste en de laatste treinen te kunnen verzekeren.

Le principe de la mise en oeuvre d’un deuxième agent d’accompagnement des trains à bord d’un train déterminé est établi selon les besoins de la sécurité d’exploitation, entre autres dans le cas de longs convois et de trajets comportant des quais aménagés et en courbe, sur la base d’une occupation élevée des trains et de certains événements locaux, par exemple festivals ou concerts, la mise en œuvre éventuelle étant évaluée par les cellules d’accompagnement des trains concernés.

Le principe selon lequel un deuxième agent sera systématiquement affecté en fonction d’agressions ou de la problématique de l’insécurité n’est pas retenu car, en matière de lutte contre les agressions et les incivilités, un plan d’action est annuellement établi et exécuté par le Corporate security service. Cela se traduirait, par ailleurs, par un surcoût impossible à supporter.

Wij kiezen dus wel voor een gerichte inzet en niet voor een algemene. In eerste instantie moeten de genoemde maatregelen een oplossing bieden. Daarenboven zullen de nodige stappen ondernomen worden om de betrokkenen op regelmatige basis te informeren. Ik kan mij niet uitspreken over de redenen waarom er fysiek of psychisch geweld wordt gepleegd ten opzichte van treinbegeleiders. Het is volgens mij wel zo, indien men iemand van een andere cultuur in zijn gedragingen en uitspraken beter begrijpt, dat men daarop in principe ook beter kan reageren. Aangepast gedrag of taalgebruik kunnen een manier zijn om een bepaalde agressie ten opzichte van treinbegeleiders te voorkomen.

Op geen enkele wijze wordt er met een beschuldigende vinger gewezen, en zeker en vast niet naar het personeel. Dat weet het personeel, in de omgang en door de plannen en de begeleidingen, zoals wij die voorstellen en uitvoeren. De campagne waarnaar u verwijst, is trouwens geen hoffelijkheidcampagne. Daarom werd daarop duidelijk gereageerd. Het gaat wel over een interne sensibilisatiecampagne, die een heel andere doelstelling en heel andere finaliteiten heeft en zeker en vast niet op dezelfde lijn geplaatst mag worden. Het gaat hier dus over preventie.

Dit onderdeel past in het kader van een drie jaar lopende campagne en behandelt een van de 12 onderwerpen die worden besproken tijdens de permanente opleidingen van de treinbegeleiders. Het gaat hier dus over informatie en sensibilisatie. Ook in de fundamentele opleiding van de treinbegeleiders is in er een dag “omgaan met diversiteit” voorzien. Die past in het kader van een reeks van zeven dagen waarin de professionele houding besproken wordt. De campagne is dus ook gericht op het professioneel en voornamelijk commercieel omgaan met verschillende situaties, teneinde daarover geïnformeerd te zijn, met als doel escalatie in de treinen zelf en in de stations te vermijden.

De voorzitter: Dat was een lang antwoord op veel vragen. Ik hoop dat de replieken veeleer kort kunnen zijn. Mag ik ook aandacht vragen voor de gsm’s in de zaal, want er is een permanente storing op de microfoons.

10.11  Tanguy Veys (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij te horen dat er toch andere maatregelen zijn die u voorstelt om fysiek en verbaal geweld aan te pakken. Evenwel, hoffelijkheidscampagne of sensibiliseringscampagne, de essentie blijft dezelfde. Het getuigt van weinig takt, laat staan respect voor treinbegeleiders die het slachtoffer waren van fysiek of verbaal geweld. U zegt dat het past in de professionele houding dat ze eventueel het slachtoffer waren omwille van een niet-professionele houding. Geweld kan nooit uitgeoefend worden, zelfs als het zou gaan om een niet-professionele houding.

Tot slot, wat de nota zelf betreft. Ik betreur dat de NMBS zich zwart op wit neerlegt bij de discriminatie van de vrouw. Ook om het een beetje te parafraseren: de treinbegeleider mag met zijn linkerhand geen boterhammetje meer eten met salami, laat staan blaffen of knorren of snurken wegens onreine dieren. Ik denk dat het signaal moet blijven dat geweld nooit kan.

De voorzitter: Nog een kort antwoord van de minister.

10.12 Minister Inge Vervotte: Ten slotte nog iets voor de heer Veys. U moet het niet omdraaien. Het is niet zo dat wanneer iemand slachtoffer van geweld is geweest dat wij zouden durven beweren dat deze persoon zich onprofessioneel zou hebben gedragen. Ik vind dat heel straf na alle inspanningen die wij doen en op welke manier wij daar ook mee omgaan. Het is niet omdat men iemand in een cursus leert – daarover gaat het – een commerciële houding te hebben waarbij informatie wordt gegeven die kan leiden tot inzicht met als doel meer conflictbeheersing, dat dit betekent dat omdat wij deze informatie durven geven, wij met de vinger zouden wijzen naar het personeel, laat staan naar de slachtoffers.

U gooit ter zake alles op een hoopje. Ik kan niet anders dan een dergelijke handelwijze te blijven bestrijden.

De voorzitter: Mevrouw de minister, ik dank u voor uw verduidelijking.

L’incident est clos.

Het incident is gesloten.

Bijlage 1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...