Minister Turtelboom: Onderzoek naar stunt Tom Waes tijdens Tomtesterom met Boeing 737 uiterlijk eind maart 2013 afgerond

Tanguy Veys: Directoraat-generaal van de Luchtvaart diende pas bijna jaar na de vlucht klacht in

Naar aanleiding van het gerechtelijk onderzoek van de stunt van Tom Waes, tijdens de VRT-reeks “Tomtesterom” met een Boeing 737, ondervroeg vandaag volksvertegenwoordiger Tanguy Veys (Vlaams Belang) in de Kamercommissie Justitie de bevoegde Minister Annemie Turtelboom (Open VLD), over de stand van zaken van het onderzoek en het uitblijven van een beslissing.  Veys wees er op “dat het Directoraat-generaal van de Luchtvaart (DGLV) al op 23 mei 2011, de dag zelf van vlucht zelf, enkele uren tevoren in kennis kwam van de vlucht en Jetairfly de uitvoering ervan afraadde. Pas bijna een jaar later, op 24 april 2012, diende DGLV bij het parket van Brussel 3 processen-verbaal in, vroeg het parket in juni 2012 aan FOD Mobiliteit en Vervoer aanvullende inlichtingen en is het sindsdien wachten op de beslissing van het parket van Brussel, alvorens DGLV verdere stappen kan ondernemen.”
 
Minister Turtelboom  verklaarde dat “gelet op de zeer technische aard van de materie, alsook op het feit dat in 2012 prioriteit werd gegeven aan andere materies en dossiers, het Openbaar Ministerie nog geen definitieve beslissing heeft genomen, maar deze uiterlijk eind maart 2013 wordt verwacht.”

 Commissie voor de Justitie van woensdag 30 januari 2013
 
13 Vraag van de heer Tanguy Veys aan de minister van Justitie over “het onderzoek naar de stunt van Tomtesterom” (nr. 15347)
 
13.01 Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, in de VRT-reeks Tomtesterom vloog Tom Waes op 23 mei 2011 met een Boeing 737. Hij zou daarbij van een lacune in de wetgeving hebben gebruikgemaakt. Waes vloog met de Boeing, met aan boord enkele BV's, enkele uren over het land. Normaal duurt het twintig maanden vooraleer een piloot met een Boeing 737 mag vliegen, maar Waes doorliep de opleiding in amper een paar maanden tijd.
 
Volgens de staatssecretaris voor Mobiliteit kwam het Directoraat-generaal Luchtvaart “louter toevallig voor de vlucht in kennis van de vlucht en raadde JetairFly de uitvoering ervan af”. Het is dus duidelijk dat de luchthavenautoriteiten van die vlucht al op 23 mei op de hoogte waren.
 
In de commissie voor de Justitie van 15 mei 2012 verklaarde u dat het parket van Brussel pas op 24 april 2012, dus net geen jaar na de feiten, drie processen-verbaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart, dienst Inspectie ontving aangaande de feiten. U stelde: “Gelet op het zeer recent overmaken van die processen-verbaal heeft het parket van Brussel nog geen definitieve beslissing genomen over het gevolg dat aan deze zaken zal worden gegeven. Momenteel wordt er gewacht op de aangekondigde processen-verbaal van het verhoor van de betrokkenen in deze zaak. Vervolgens zal door het parket worden beslist welke verdere richting aan het opsporingsonderzoek zal worden gegeven.”
 
Ruim zes maanden nadat u dat standpunt verkondigde, heb ik aan de bevoegde staatssecretaris voor Mobiliteit gevraagd of het Directoraat-generaal Luchtvaart reeds in kennis was gesteld van het gerechtelijk onderzoek. Staatssecretaris Wathelet antwoordde het volgende: “Het parket van Brussel heeft in juni 2012 aanvullende inlichtingen gevraagd. Momenteel is de beslissing van het parket van Brussel nog niet bekend bij het Directoraat-generaal Luchtvaart. Het gerechtelijk onderzoek is dus volgens het Directoraat-generaal nog lopende. Zoals u begrijpt, is het gerechtelijk onderzoek natuurlijk geheim. Aansluitend bij de beslissingen van het parket zal het DGLV zijn verdere houding in dit dossier bepalen. Overigens kan volgens de rechtsspraak van de Raad van State het DGLV geen administratieve sanctie opleggen op grond van voormelde pv's zonder akkoord van het parket. Dit akkoord werd nog niet ontvangen.”
 
Het verwondert mij dat er, tien maanden nadat het DGLV klacht heeft ingediend bij het Brussels parket, er nog geen uitsluitsel werd gegeven. De feiten hebben zich voorgedaan en het verbaast mij dat men daarover nog altijd in het ongewisse is.
 
Mevrouw de minister, wat is de stand van zaken van dat onderzoek?
 
Waarom werd er nog geen beslissing genomen door het parket van Brussel, temeer daar er in juni al aanvullende inlichtingen werden opgevraagd? Men is zeer snel met dat dossier begonnen, wat een goede zaak is, maar blijkbaar is het nog altijd niet afgerond. 
Wanneer wordt er een beslissing verwacht?
 
Hebt u vanuit uw ambt als minister van Justitie eventueel bijkomende maatregelen genomen om het onderzoek te bespoedigen of te ondersteunen?
 
13.02 Minister Annemie Turtelboom: Mevrouw de voorzitter, op 27 juli 2012 werden aan het openbaar ministerie de gevraagde documenten overgemaakt door de FOD Mobiliteit en Vervoer. Gelet op de zeer technische aard van de materie, die enig opzoekingwerk vraagt, en gezien het feit dat in 2012 prioriteit werd gegeven aan andere materies en dossiers, verkeert het openbaar ministerie, tot op heden, nog in de onmogelijkheid om een definitieve beslissing te nemen. Deze zal uiterlijk worden genomen eind maart 2013.
 
13.03 Tanguy Veys (VB): Mevrouw de minister, ik ben blij dat ik nu wel een datum te weten ben gekomen.
 
13.04 Minister Annemie Turtelboom: Er is wel een verschil. Hier gaat het om het openbaar ministerie, niet om de onderzoeksrechter.
 
13.05 Tanguy Veys (VB): De onderzoeksrechter kan ook communiceren over de stand van zaken van zijn werkzaamheden en een datum geven.
 
Ik ben in ieder geval blij dat wij uiterlijk tegen maart 2013 te weten zullen komen wat de visie van het parket is en wat de mogelijke gevolgen zullen zijn. Mocht het nodig zijn, dan zal ik u met plezier hierover nog ondervragen.
 
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.

Bestuurslid

Bijlage 1Bijlage 2

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...