Minister Milquet legt verantwoordelijkheid voor meervoudige interpretaties verkiezingsregels politieraad bij deputaties

Nochtans vindt ook zij de voordracht van een niet-gemeenteraadslid als opvolger voor de politieraad ‘geen benadeling voor de democratie’
Volgens Vlaams Belang gaat het om absurd en onnodig theater, ligt de verantwoordelijkheid wél bij haar en moet er een einde komen aan de verkiezingschaos en -vaudeville

In een 10-tal West-Vlaamse gemeenten werden de voorbije verkiezingen van de leden voor de politieraad gedeeltelijk ongeldig verklaard. Dit was concreet het geval in Blankenberge, Bredene, Meulebeke, Wielsbeke, Anzegem, Waregem, Diksmuide, Kortemark, Lichtervelde, Tielt, Veurne en Kortrijk. Dat was eerder ook al het geval voor een aantal andere West-Vlaamse gemeenten bij de verkiezingen van de leden van de OCMW-raden. Opvallend is dat dikwijls dezelfde onregelmatigheden met opvolgers op de voordrachtakten aan de basis liggen van deze ongeldigverklaring. In het geval van de verkiezing van de politieraden valt het toezicht onder het federaal bestuurlijk toezicht bij de gouverneur en moet de bestendige deputatie zich uitspreken over het verkiezingsdossier. In de meeste gevallen werd het verkiezingsdossier ongeldig verklaard bij gebrek aan opvolgers op de voordrachtakte. Zowel nieuwe als ervaren raadsleden maakten deze “fout”. In een beperkt aantal gevallen bleek daarnaast dat het verkiezingsdossier ongeldig werd verklaard doordat één of meer opvolgers nog niet de eed hadden afgelegd als gemeenteraadslid. In andere provincies volgde men een andere interpretatie van de wetgeving en werden de verkiezingen om deze redenen niet ongeldig verklaard. In Vlaams-Brabant bijvoorbeeld moesten na uitspraak van de deputatie de verkiezing van de leden van de politieraad in Tremelo overgedaan worden omdat de regels inzake het voordragen van opvolgers niet gerespecteerd werden (zie bijlage), terwijl in West-Vlaanderen juist het wél volgen van diezelfde regels inzake het voordragen van opvolgers leidde tot ongeldigverklaringen.

Vele van deze “fouten” zijn te wijten aan te ingewikkelde regelgeving die voor interpretatie vatbaar is. Onder meer de kandidaten van wie de verkiezing ongeldig werd verklaard, hadden ondertussen 15 dagen tijd om in beroep te gaan tegen de beslissing bij de Raad van State. Indien dat niet gebeurt, moet er een aanvullende of nieuwe verkiezing plaatsvinden. Ook bij de verkiezing van de politieraden moet men echter vaststellen dat geen enkele wettelijke procedure voorziet in duidelijke richtlijnen voor een aanvullende verkiezing, wat dan weer leidt tot nieuwe interpretaties van de wetgeving. In Blankenberge werd door de Open VLD beroep ingediend bij de Raad van State tegen de gedeeltelijke niet-goedkeuring door de West-Vlaamse deputatie van de verkiezing van de politieraad door de gemeenteraad van 2 januari 2013. Door diezelfde Open VLD werd, na zelfs een werkvergadering van het college van de stad Blankenberge, ook bezwaar ingediend tegen de herverkiezingen van de leden van de politieraad tijdens de gemeenteraad van 19 februari 2013.

Omdat de voordracht van de éénmansfractie van het Vlaams Belang Blankenberge voor de verkiezing van de politieraad, tijdens de gemeenteraad van 2 januari 2013, door de deputatie werd vernietigd en omdat sinds de gemeenteraad van 19 februari 2013 een vaudeville is ontstaan met werkvergaderingen van het college, bezwaren en hoorzittingen bij de deputatie, beroepsprocedures bij de Raad van State,… ondervroeg volksvertegenwoordiger en Blankenbergs gemeenteraadslid Tanguy Veys (Vlaams Belang) vandaag in de Kamercommissie Commissie Binnenlandse Zaken, Algemene Zaken & Openbaar Ambt de bevoegde minister, Joëlle Milquet (cdH), over de verschillende interpretaties en toepassingen van de verkiezingsregels voor de politieraad (zie bijlage). In haar mondeling antwoord stelde de minister dat “het de deputatie toekomt om zelfstandig als administratief rechtscollege uitspraak te doen over de geldigheid van de verkiezingen” en dat zij “niet bevoegd is om een oordeel te vellen over een eventueel verschil in interpretatie.” Toch bekende Milquet “open te staan voor verbetering”, bereid te zijn “om bepaalde onvolkomenheden in de regelgeving weg te werken” en beloofde ze “werk te maken van een grondige evaluatie en de nodige initiatieven te ontwikkelen.”  In haar schriftelijk antwoord (zie bijlage) kon echter ook vernomen worden dat voor de minister het “minder een benadeling voor de democratie leek, wanneer een opvolger voor de politieraad uit de niet-verkozenen voor de gemeenteraad werd voorgedragen dan dat de kandidatuur werd verworpen bij gebreke aan een opvolger” wat toch een duidelijk vingerwijzing is naar de enge interpretatie van onder andere de deputatie van West-Vlaanderen.

Voor het Vlaams Belang is het alvast duidelijk dat gans deze procedurele onduidelijkheid de democratie en de goede werking van de openbare instellingen allerminst ten goede komt en op voorhand had moeten vermeden worden. Als er onduidelijkheid en meervoudige interpretatie is, dan is dit de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en dan is het aan haar om daar iets aan te doen. Tanguy Veys: “Ik hoop alvast dat minister Milquet lessen trekt uit deze verkiezingschaos en -vaudeville, en dat in de toekomst dergelijk absurd en onnodig theater vermeden wordt….”

Henri Wyns
Voorzitter Vlaams Belang Blankenberge-Uitkerke

Bestuurslid

Bijlage 1Bijlage 2

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...