Minister Labille: “Besprekingen omtrent IJzeren Rijn nog steeds lopende en resultaat wordt pas tijdens de volgende legislatuur verwacht.”

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 11 maart 2014

02 Samengevoegde vragen van
– de heer Tanguy Veys aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de stand van zaken in het dossier van de IJzeren Rijn” (nr. 22632)
– de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de stand van zaken van de IJzeren Rijn” (nr. 22642)
– de heer Peter Luykx aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de vorderingen van het IJzeren Rijn-dossier” (nr. 21882)

02.01  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de minister, over de heractivering van de IJzeren Rijn, de goederenspoorlijn die de Antwerpse haven met het Duitse Ruhrgebied verbindt, wordt al jaren op verschillende niveaus gepalaverd tussen België, Nederland en Duitsland. In 2011 bereikten Nederland en België over de heractivering al een akkoord. Er ligt dan ook al sinds eind 2012 een zogenaamd memorandum of understanding klaar waarin beide landen afspraken hebben gemaakt over de spoorwerken en de kostenverdeling. In het Vlaams Parlement verklaarde Vlaams minister-president Kris Peeters op 19 februari 2014 dat in het dossier van de IJzeren Rijn vóór de verkiezingen van 25 mei 2014 geen zware doorbraken meer mogen worden verwacht. Hij stelde wel het signaal gekregen te hebben dat ook Nordrhein-Westfalen vooruit wil met het dossier, maar de Duitse deelstaat kant zich tegen het historisch tracé. Bovendien blijft het volgens de Vlaamse minister-president nog steeds wachten op de goedkeuring door de federale regering van dat memorandum of understanding met Nederland. Ter zake stelde minister-president Kris Peeters dat die goedkeuring zo snel als mogelijk moest gebeuren en dat hij er minister Labille ook op aangesproken had.
 
Mijnheer de minister, nochtans kan ik verwijzen naar verklaringen van uzelf in de commissie voor de Infrastructuur van 26 november 2013. Toen stelde u in het vooruitzicht dat die goedkeuring zeer snel zou gebeuren. U zei: “Zoals reeds aangehaald, zal een ontwerp van memorandum of understandig de volgende weken aan de Ministerraad voorgesteld worden. Het stelt met name een verdeling voor van de kosten tussen de drie betrokken landen. Zodra de Ministerraad zich over het dossier heeft uitgesproken, zal ik erop toezien dat de nodige besprekingen met de bevoegde autoriteiten van de verschillende landen kunnen plaatshebben. De staatssecretaris voor Mobiliteit en ikzelf zullen binnenkort een ontwerp van memorandum of understanding aan de Ministerrraad voorstellen. Wij zullen ons ook baseren op de expertise van de FOD Mobiliteit en Vervoer voor de verdere ontwikkeling van het dossier. De IJzeren Rijn maakt deel uit van het prioritair project 24 Lyon-Genova-Basel-Duisburg-Rotterdam-Antwerpen en van het RTET-programma. De IJzeren Rijn zal ten gevolge van het financieel kader van het RTET-programma, dat over de periode 2014-2020 loopt, kunnen genieten van Europese subsidies. De IJzeren Rijn is inderdaad opgenomen in de lijst van projecten die vooraf geïdentificeerd zijn door de commissie als projecten die binnen die periode financiële steun zouden kunnen ontvangen uit het RTET-programma. Een schatting van de subsidies die de IJzeren Rijn de volgende jaren zou kunnen ontvangen, is vandaag niet bekend aangezien de subsidies van het RTET-programma toegekend worden via projectgroepen.”
 
Mijnheer de minister, wij zijn intussen al bijna zes maanden na uw optimistische verklaring van november 2013. In het licht van de verklaring van de minister-president ben ik bijzonder onaangenaam verrast dat dit nog steeds niet is gebeurd.
 
Ik krijg dan ook graag een stand van zaken, een verdere planning en een motivatie waarom het memorandum of understanding met Nederland nog steeds niet werd goedgekeurd.
 
02.02  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, ik zal de hele procedure niet opnieuw schetsen, maar toch een paar van de meer belangrijke zaken aankaarten.
 
U weet dat dit een belangrijk dossier is. Economisch zitten wij in een recessie, wat niet gemakkelijk is. Wij moeten al wat ons kan helpen om de berg op te klimmen op economisch vlak met twee handen aangrijpen.
 
De IJzeren Rijn is voor de Antwerpse haven en ook voor Europa een heel belangrijk dossier. Wij hadden van staatssecretaris Wathelet begrepen dat het memorandum van overeenstemming van eind 2012, dus van bijna anderhalf jaar geleden, klaar zou zijn. Wij hebben vernomen dat dit memorandum nog steeds niet werd voorgelegd aan de federale Ministerraad.
 
Op 26 november hebt u al meegedeeld dat het dossier nog niet was voorgelegd aan de Ministerraad. Ook collega Veys heeft daarnaar verwezen.
 
Ik krijg vandaag graag van u te horen wat de huidige stand van zaken is. Werd het aan de Ministerraad voorgelegd? Indien neen, waarom niet? Welke problemen moet u nog oplossen?
 
Kan er over de inhoud al wat meer worden meegedeeld? Hoe staat het met het overleg dat zou worden gepland met de ter zake bevoegde Nederlandse minister? Hoe verloopt de verdere procedure nu tussen de drie betrokken landen?
 
02.03  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, de vraag is al door de vorige sprekers toegelicht.
 
Het betreffende dossier is voor Vlaanderen en in het bijzonder voor Limburg zeer belangrijk. Na mijn vragen in de commissie van 26 november 2013 had ik graag een follow-up gekregen. Toen zei u dat er gesprekken over de cofinanciering verbonden aan de investering, met de Gewesten zouden worden opgestart.
 
Mijnheer de minister, werd u door de deelstaatregering Noordrijn-Westfalen reeds op de hoogte gesteld van de prioritaire status die door de minister van Transport, Michael Grosche, aan de IJzeren Rijn werd toegekend? Werd in de regering reeds beslist om een onderhoud in te plannen met de bevoegde vertegenwoordigers van de deelstaatregering? Zo ja, waar en hoe?
 
In welke fase bevindt het memorandum of understanding zich nu? Hoe werd dat op de Ministerraad besproken?
 
Welke inspanningen hebt u geleverd om de gesprekken met de Gewesten over de cofinanciering op te starten? Welke agenda werd opgesteld? Welke lijnen zult u daarin namens de federale regeringspartijen verdedigen?
 
02.04 Minister Jean-Pascal Labille: Mijnheer de voorzitter, zoals tijdens een voorgaande vergadering werd uitgelegd, werd met betrekking tot de werken op het Nederlandse grondgebied een ontwerp van MOU voorbereid. Het stelt een verdeling van de kosten tussen België en Nederland voor, evenals de bevestiging dat de Nederlandse btw op de werken niet door België zou zijn verschuldigd.
 
De interkabinettengroep heeft besprekingen gevoerd om het ontwerp van MOU aan de Ministerraad voor te stellen. Zonder de gegrondheid van het ontwerp ter discussie te stellen, kunnen er vragen rijzen over het risico om België in genoemd ontwerp te betrekken, terwijl in het belangrijke budget dat voor de werken op het Nederlandse grondgebied nodig is, vandaag niet is voorzien. Het betreft een budget van naar schatting meer dan 400 miljoen euro.
 
De besprekingen zijn nog lopende om voor ons land volledige duidelijkheid en veiligheid op budgettair en economisch vlak te verkrijgen.
 
Ik heb bij mijn weten over de IJzeren Rijn geen mededeling van de minister van Vervoer van Noordrijn-Westfalen, Michael Groschek, ontvangen. Ik heb echter begrepen dat de keuze voor het tracé nog steeds wordt besproken.
 
Overigens heb ik al een uitnodiging gestuurd om mijn Duitse ambtgenoot te ontmoeten, teneinde het punt te bespreken, wat waarschijnlijk dat de komende dagen zal gebeuren, en teneinde het historische tracé dat België en Nederland steunen, te bevestigen. Ik blijf het dossier met mijn collega Mansveld opvolgen, ook de komende dagen.
 
Behalve de analyse van de door de Gewesten voorgestelde projecten moeten de Gewesten zich ook over de cofinanciering van de projecten uitspreken. Zodra alle voorwaarden voor de financiering zijn bepaald, worden ze in een samenwerkingsovereenkomst vastgelegd die tussen de federale Staat en de drie Gewesten wordt gesloten.
 
Het proces dat momenteel aan de gang is, is relatief lang. Het zal daarom waarschijnlijk tijdens de volgende legislatuur tot stand komen.
 
02.05  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord en de toelichting. Als ik goed geluisterd heb is er nog steeds overleg bezig. De adviesperiode die u de Gewesten blijkbaar toch gunt, loopt ook nog. Ik had de indruk dat in dit dossier alles eind 2012 klaar was, op veel gepalaver en een adviesronde na. Misschien kunt u een einddatum in het vooruitzicht stellen. Als er geen advies komt, moet u daar zelf maar de nodige conclusies uit trekken. Als er nog steeds geen advies is van het Waalse Gewest maar wel van het Vlaamse Gewest is het natuurlijk gemakkelijk om de beslissing uit te stellen. Ik vind het jammer dat u in uw antwoord zelf al spreekt van een beslissing na de verkiezingen. We beschikken immers over voldoende elementen om tot een effectieve uitvoering van dat memorandum of understanding te komen. Ik meen dus dat uw trommel met argumenten om niet te handelen in feite zo goed als leeg is.
 
Mijnheer de minister, ik vraag u om in de weinige tijd die u nog rest ook in dit dossier pertinent op te treden.
 
02.06  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, er is misschien wat verwarring over een element uit uw antwoord, namelijk dat Duitsland zich nog moet uitspreken over het tracé. Ik had immers begrepen dat het historisch tracé verworven was en dat Duitsland daarmee akkoord ging. Dit is dus wat mij betreft een verbazingwekkend element.
 
U zegt ook dat het voor de volgende legislatuur zal zijn. Ik neem daar nota van. Ik kan alleen vaststellen dat er onder deze regering eigenlijk geen stap vooruit is gezet in dit dossier. De MOU ligt er en ik begrijp dat die nu besproken wordt in de interkabinettenwerkgroepen. Zolang de regering zich niet uitspreekt kan daar echter geen echte progressie in gemaakt worden.
 
02.07  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, dit is het dossier van een heel grote gemiste kans. De drogreden dat de Duitsers vandaag verdeeld zouden zijn over het historische tracé, klopt niet. Het Internationaal Arbitragehof in Den Haag heeft al lang beslist dat België recht heeft op dat historische tracé. Dit ligt vast. Daarover bestaat reeds een consensus. Dit doet ook helemaal geen afbreuk aan de stappen die nog kunnen worden gezet.
 
Ik meen ook van uw voorgangers te hebben begrepen dat het memorandum of understanding wel degelijk kon worden besproken in de federale regering. U had dit kunnen doen. U had dit op tafel kunnen leggen, maar u heeft dit niet gedaan.
 
Nogmaals, dit is een gemiste kans.
 
Het incident is gesloten.
L’incident est clos.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...