Minister Johan Vande Lanotte: Binnen zes jaar energieatol voor de kust van Wenduine

Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing van woensdag 6 maart 2013

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee over “de aanleg van een ‘energie-eiland’ ter hoogte van Wenduine” (nr. 15244)
 
01.01 Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, in uw beleidsbrief voor 2013 maakt u onder meer melding van uw plannen om in het kader van uw Marien Ruimtelijk Plan een soort stopcontact op zee, een energie-eiland, te creëren. Dit zou voor de kust van Wenduine komen, op drie kilometer van de kust, en een tiental meter boven de zeespiegel uitsteken. Het zou de bedoeling zijn de 2 800 megawatt die de zeven windparken buiten de Vlaamse kust tegen 2020 zullen produceren, zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
 
Toen u deze plannen bekendmaakte, op 16 januari tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Zeebrugse Havengemeenschap, werd er positief gereageerd door het stadsbestuur van Blankenberge. Of dat te maken heeft met het feit dat daar sinds kort socialisten in het stadsbestuur zetelen, laat ik in het midden. Men was in ieder geval enthousiast over uw plannen, als u maar aandacht schonk aan de beperking van de visuele pollutie. Het stadsbestuur van Blankenberge had meteen grootse plannen als boottochten naar het eiland, en de creatie van een soort educatief centrum voor alternatieve energie. De burgemeester van Blankenberge wees er echter ook op dat de lokale kustburgemeesters zeker bij de planning betrokken moesten worden om, aldus burgemeester Patrick De Klerck, “een verrommeling van de Noordzee te vermijden”.
 
01.02 Minister Johan Vande Lanotte: (zonder micro)
 
01.03 Tanguy Veys (VB): Als Blankenbergenaar voel ik natuurlijk veel affiniteit met de standpunten van de burgemeester.
 
(…): Als volksvertegenwoordiger!
 
01.04 Tanguy Veys (VB): Als Blankenbergenaar! Ik zit hier als autochtone Blankenbergenaar.
 
01.05 Minister Johan Vande Lanotte: U bent dus niet geïnteresseerd in De Haan?
 
01.06 Tanguy Veys (VB): Dat is zelfs een ander arrondissement.
 
De voorzitter: Het komt in het verslag.
 
01.07 Tanguy Veys (VB): De burgemeester verwees blijkbaar naar een overleg dat reeds had plaatsgevonden, onder meer met, inderdaad, de burgemeester van De Haan.
 
Een aantal vragen is nog niet beantwoord. Bijvoorbeeld, wat is de kostprijs van dit energie-eiland? Wij moeten die bekijken in het licht van het rendement. Er wordt wel gezegd dat baggeraars en projectinvesteerders het project zullen financieren, maar wat zal de bijdrage van de Staat zijn? Ik heb een berekening gezien met een mogelijke kostprijs van 800 miljoen euro voor een opslag van drie uur, zijnde 300 megawatt per uur.
 
Daarbij rijst de vraag in hoeverre dat ooit rendabel kan zijn. Men zei mij ook dat het een paradepaardje is. Het mag hier in België onrendabel zijn, maar onder meer de baggeraars zouden de technieken naar het buitenland kunnen exporteren en het daar mogelijk met meer rendement kunnen realiseren.
 
Los van de financiering en het rendement heb ik ook nog een vraag over de planning en de realisatie. Recent stelde u op een bijeenkomst in Oostende dat het de bedoeling is om eind 2013 het ontwerpplan af te werken en binnen de twee jaar met de realisatie van het energie-eiland te starten. Klopt dat? In welke mate zal die planning gehaald worden?
 
Als Blankenbergenaar vind ik de volgende vraag natuurlijk ook belangrijk: in welke mate zal met de opmerkingen van het stadsbestuur rekening worden gehouden? Ik verwijs naar het educatief centrum en de boottochten. Hoe ver zal men daarin gaan?
 
In de plenaire bespreking van uw beleidsnota heb ik gewezen op de kritiek vanuit Vlaanderen inzake het overleg. U plant uw energie-eiland namelijk op drie kilometer. In het project Vlaamse Baaien was er sprake van dertien kilometer. Hebt u daarover overleg gepleegd?
 
01.08 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, ik stel deze vraag niet als geëngageerde Lierenaar, maar wel als Parlementslid geïnteresseerd in energie en energiebeleid.
 
01.09 Minister Johan Vande Lanotte: Van Lede?
 
01.10 Bert Wollants (N-VA): Lier.
 
De voorzitter: Lier, ook een schone stad.
 
01.11 Bert Wollants (N-VA): Het project is eigenlijk in grote lijnen geschetst. We hebben het daar vroeger al eens over gehad. Bij de bespreking van de begroting voor 2012 hebben we het gehad over de opslagtechnologie en de mogelijkheid om eventueel naar een dergelijke energie-eiland te gaan. Het is dus goed dat u daar iets mee hebt gedaan.
 
Ik heb echter nog een aantal concrete vragen over het project. Dat is immers slechts zeer summier aan bod gekomen in de pers. Is het mogelijk om het project wat verder toe te lichten? Hoe ziet u het exact?
 
Welke locatie heeft u voor ogen? Er is een aantal mogelijke locaties genoemd maar het is belangrijk die wat verder toe te lichten.
 
Ziet u een impact op het mariene milieu en de scheepvaart? Is er sprake van mogelijke visuele hinder voor de kustgemeenten? Indien dat het geval is, zijn er dan mogelijkheden om die te beperken?
 
Op hoeveel raamt u de totale kostprijs van het project?
 
Wat is het totale vermogen? Hoeveel energie kan er continu geleverd worden? Daarmee bedoel ik natuurlijk op het moment waarop het eiland wordt ontladen. Gedurende een welbepaalde tijdspanne zal er een bepaald vermogen kunnen worden geleverd. Hoeveel bedraagt dit juist? Dat is natuurlijk van belang om na te gaan welk regelvermogen dat zou kunnen meebrengen in ons net.
 
Hebt u zicht op de timing van het project? Wil dat ook zeggen dat er naast de Stevinlijn extra investeringen nodig zijn om dat energie-eiland op het hoogspanningsnet te kunnen aansluiten om het nuttig te kunnen gaan gebruiken? De timing is daar natuurlijk deels aan gekoppeld. We kunnen daar wel een energie-eiland bouwen, maar als we er niet in slagen om die energie aan land te brengen en nuttig te gebruiken, dan heeft dat natuurlijk weinig zin.
 
De voorzitter: De heer Calvo en mevrouw Dierick zijn niet aanwezig. Hun vragen nrs 15464 en 15516 vervallen dus.
 
01.12 Rita De Bont (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben van Mortsel. Mortsel is een stad vooruit.
 
01.13 Minister Johan Vande Lanotte: (…) (zonder micro)
 
01.14 Rita De Bont (VB): Wij zijn buursteden.
 
Er is echter slechts één stad vooruit, namelijk Mortsel.
 
Ik was tijdens de voorstelling van uw beleidsbrief aangenaam verrast, toen u een tipje van de sluier van het energieatol oplichtte. Het was geen stad maar een stap vooruit. Dat u al zekere plannen had, verheugde mij, zoals bijvoorbeeld inzake het stopcontact, waarvoor wij een oplossing zochten.
 
Het door u voorgestelde energie-eiland vertoont eigenlijk heel wat gelijkenissen met het energie-eiland waarvan in het plan van de Vlaamse Baaien sprake is en dat deel uitmaakt van het Vlaamse regeerakkoord. In uw voorstel zou het eiland evenwel minder diep in zee liggen. Het zou voor de kust van Wenduine komen. Het eiland in het plan van de Vlaamse Baaien zou dertig kilometer in zee voor de haven van Zeebrugge worden aangelegd.
 
De Vlaamse overheid, meer bepaald de bevoegde minister Crevits, werd niet op voorhand over uw voorstel geconsulteerd. Zij verklaart niettemin alle gegevens van de studie aan de federale overheid te zullen bezorgen.
 
Daarom heb ik de volgende vragen.
 
Wie is eigenlijk bevoegd om zulke belangrijke beslissingen te nemen?
 
Zal er als gevolg van de zesde staatshervorming, waarnaar wij nog altijd uitkijken, een overdracht van bevoegdheden met betrekking tot de geschetste materie komen?
 
Wie zal de kosten van het vooronderzoek voor zijn rekening nemen?
 
U spreekt inzake de financiering van het project over een mogelijke publiek-private samenwerking. Wie zal het gedeelte van de publieke samenwerking voor zijn rekening nemen?
 
Is ook Europa bereid een bijdrage te leveren zoals door staatssecretaris Wathelet wordt gesuggereerd? Zijn daartoe al aanvragen of plannen ingediend?
 
Onder welke vorm zal het overleg met de Vlaamse regering gebeuren?
 
Is het niet aangewezen het door u voorgestelde eiland in een totaalpakket van de Vlaamse Baaien te integreren zodat een en ander samen wordt aangepakt?
 
Is er plaats voor twee atollen voor de Vlaamse kust?
 
Zal rekening worden gehouden met de tenders die al door de Vlaamse regering werden aangevraagd?
 
01.15 Minister Johan Vande Lanotte: Mevrouw de voorzitter, ik zal beginnen met dat laatste omdat het project Vlaamse Baaien uiteraard een belangrijk project is, zeker gelet op de betrokkenheid van de Vlaamse regering.
 
Eerst en vooral, de Vlaamse regering heeft over het project Vlaamse Baaien een studie gevraagd. Die studie is enkele weken geleden opgeleverd, nadat mijn plan was uitgewerkt. Mijn diensten hebben verschillende keren naar de studie gevraagd, maar zij deze nog niet afgerond. Wij hebben die studie dan ook niet geïntegreerd in het voorontwerp, wat niet betekent dat wij er in het ontwerp, dat binnenkort op de Ministerraad komt, geen rekening zullen mee houden.
 
Vlaamse Baaien is wel een project voor 2100. Ons plan heeft betrekking op een periode van zes jaar. Rekening houdend met de Vlaamse Baaien, een groot project, hebben wij ons geconcentreerd op wat op het eerste gezicht belangrijk is en gemakkelijk te realiseren is. Het gaat dan over een beperkt eiland bij de windmolens voor een stopcontact op zee en een energieatol. Ook de Vlaamse regering staat volgens mij achter dit project.
 
Wij hebben dit atol eruit gelicht omdat dit ook de nodige tijd vergt. Bij de lancering van de Vlaamse Baaien heeft men nooit gezegd dat dit in een periode van 25 jaar zou worden gerealiseerd. Men hanteert immers een perspectief van honderd jaar. Men kan het ene niet zomaar matchen met het andere want er is een verschil.
 
Wij hebben ondertussen ook overlegd met de Vlaamse regering. Voordat het voorontwerp werd gelanceerd, maar ook nadien, hebben wij contact gehad met heel veel diensten van de Vlaamse regering. Wij staan in voortdurend overleg met de Vlaamse regering. Op basis hiervan zullen wij ons ontwerpplan opstellen.
 
Op de vraag of er plaats is voor meer dan één kan ik bevestigend antwoorden. De studie van het Vlaams Gewest moest een antwoord bieden op de vraag of men 30 kilometer in zee diende te gaan, dan wel of het ook dichterbij kon. Bijna vanzelfsprekend luidde het antwoord dat dichterbij beter was. Men heeft het voorstel om 30 kilometer in zee een energieatol te plaatsen, daarmee eigenlijk afgeketst.
 
Men heeft Wenduine niet onderzocht omdat dit ook niet de vraag was. De Vlaamse regering heeft dus niet gezegd dat Wenduine geen goede plaats is omdat men dit gewoon niet heeft onderzocht. Ik meen dan ook dat het niet uitgesloten is — en dit geniet trouwens mijn voorkeur — dat in het ontwerp zowel de reserveringsplaatsen bij Zeebrugge als Wenduine behouden blijven. Natuurlijk moet ook de tijdsduur in aanmerking worden genomen. In Wenduine kan dit relatief vlug gebeuren. Het voorstel van het Vlaams Gewest past in de uitbreiding van de haven van Zeebrugge. Dit is een veelomvattender plan dat niet op vijf jaar klaar kan zijn. Als men dit wil uitvoeren, moet men immers onder andere ook al klaar zijn met de havenmuren. Dit is niet op drie jaar klaar, maar wij gaan de twee wel opnemen in de planning.
 
Dat is een van de facetten uit het overleg met het Vlaams Gewest. Ik heb daarmee dus geen enkel probleem, ook omdat het een privé-initiatief is, maar ik kom daarop terug. Op de vraag of wij op onze locaties in twee reserveringsmogelijkheden zullen voorzien, is het antwoord bevestigend.
 
Hoeveel zal dat kosten? Dit is een mogelijkheid die wij bieden. Als wij woongebied aanduiden op een gewestplan, vragen wij ook niet hoeveel men zal betalen om daar een huis te bouwen. Het gaat hier om een privé-initiatief en niet om een privaat-publieke samenwerking in de zin dat de overheid mee zal investeren.Er zijn een aantal investeringsgroepen.
 
De heer Calvo heeft zijn vraag niet kunnen stellen, maar hij vraagt mij wie daarvan deel uitmaakt. Dat zijn de baggeraars, verschillende bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energie en verschillende bedrijven die investeerders zijn in de windmolenparken.
 
Er is geen consortium gevormd. Er werd een aantal teksten op papier gezet door een aantal mensen, maar pas op het moment dat in een koninklijk besluit wordt gepubliceerd waar dat zou mogen komen – ik kom daarop terug -, zullen zich een of meerdere consortia vormen.
 
Het is niet de bedoeling dat de overheid dat financiert. In het oorspronkelijk plan, zoals dat nu nog altijd is – en wij zullen wel zien hoe lang dat zo blijft, het is immers nog allemaal in ontwikkeling -, voorziet men ook niet in groene stroomcertificaten. Dat is niet onbelangrijk. Men wil voor dit project wel samenwerken met Elia omdat heel de balancing van Elia enorm belangrijk is en men zich daarin wil inschakelen en afspraken wil maken met Elia. Dat betekent dat men gewaarborgde maar ook maximale vergoedingen krijgt. Ik denk dat ze daarop mikken.
 
In het plan passeert de kabel met Groot-Brittannië daar niet toevallig, want theoretisch kan men net op een bepaald ogenblik net zo goed naar Groot Brittannië uitvoeren als dat nuttig zou blijken.
 
Wat de kostprijs betreft, heb ik niets op papier. Men citeert veel prijzen, maar ik denk dat het voorbarig is om daarover veel te zeggen. Zij moeten zelf weten hoeveel ze daarin zullen investeren.
 
De locatiekeuze voor Wenduine heeft te maken met de diepte van de kleilagen. Hoe diep de klei zit, is een essentieel onderdeel in deze discussie. Ik dacht eigenlijk dat het hoe minder diep, hoe beter was, maar het is precies het omgekeerde.
 
Men moet een eiland kunnen maken, een diepgang maken zonder in de klei te moeten werken. Het is heel moeilijk als men de klei moet uitscheppen. Klei heeft de gewoonte zich weer te zetten. Ik ben hier een autodidact en niet bekend met de materie, maar men legt mij uit dat als men bijvoorbeeld twee meter klei uitgraaft alles de dag erna weer is dichtgegaan. Dat zijn enorme kosten. Het zou mogelijk zijn, maar aan een veel grotere kostprijs.
 
Daarom heeft men Wenduine gekozen. Men kan er graven tot op de klei en het zand recupereren om het eiland te maken. Met de diepte van de klei heeft men ook voldoende om elektriciteit te maken. Daarvoor is de Wenduinebank de beste. Dat is de technische verklaring en dat lijkt ons ook logisch.
 
Wil men dat in Zeebrugge ook doen, dan is dat een heel andere constructie. In het kader van havenuitbreiding is heel de context ook anders. Het is alleszins een privé-initiatief. Bovendien speelt er concurrentie bij de concessieverlening. Op een bepaald ogenblik wordt een zone afgebakend en kan men zich kandidaat stellen, de ene en de andere. Zo was dat ook met de windmolenparken. Het is dezelfde wet, hetzelfde KB.
 
Wat wij moeten doen, is de zone bepalen waarbinnen een en ander kan. Het voorstel zal zijn dat bij de goedkeuring van het ontwerp van maritiem plan, we tegelijkertijd het koninklijk besluit met de afbakening goedkeuren, mits de bepaling dat concessies kunnen worden gevraagd, maar men die pas krijgt als het maritiem plan is goedgekeurd.
 
Voor heel de ontwikkeling van de windmolenparken is het belangrijk dat het redelijk vlug gaat. Hierdoor wordt immers een belangrijke kostenfactor weggenomen: wat men ’s nachts verliest aan elektriciteit. Voor ons elektriciteitsnet geldt hoe eerder, hoe beter. De pieken zijn echt wel een probleem. We zullen dat dus voorlopig vastleggen, zodat de consortia de concurrentie kunnen aangaan. Als ons plan eenmaal goedgekeurd is, kunnen we de beslissing nemen.
 
Dan komen we aan de tijdsfactor. Als men de concessie heeft en al de rest is gerealiseerd, onder ander de Stevinkabel moet gelegd zijn…
 
De voorzitter: Denkt u ook aan de tijd?
 
01.16 Minister Johan Vande Lanotte: Nee. Ik moet wel op zeven vragen antwoorden.
 
De voorzitter: Dat weet ik, maar toch. Politici babbelen graag, maar ik heb ook een taak als voorzitter.
 
01.17 Minister Johan Vande Lanotte: Ik heb 28 vragen. Straks zegt men nog dat ik niet antwoord.
 
De Stevinverbinding moet er dus komen en is voldoende. Het kan daarmee gebeuren, mits de kabel gelegd is. Dat kan perfect gebeuren binnen de periode van zes jaar waar we het over hebben. Dat kan op vier jaar, maar de vraag is of binnen die vier jaar de kabel er effectief is. Het werk is niet zo afgrijselijk groot, maar wel duur: Het zou gaan over 650 megawatt gedurende vier uur, al een vrij mooie capaciteit.
 
Dan is er de toeristische ontwikkeling.
 
De afspraak met de burgemeesters, ook met die van Bredene, is zeer duidelijk. Wij staan, ten eerste, een atol toe; ten tweede, natuurontwikkeling, want er is een vrij grote zandzone, die kan worden gebruikt voor de sternen en meeuwen; en tot slot staan wij toe dat daaraan bezoeken worden gebracht. Op het atol zal sowieso een stuk verharde weg moeten komen, anders kan men het niet beheren. Bezoekers zullen op die manier met een bus kunnen rondrijden op het atol. Grote vaste installaties komen er evenwel niet. Het toestaan van bezoeken is niet tegenstrijdig met de energie- of milieuaspecten, want het gaat om een vrij grote zone van ongeveer 3 op 3 kilometer. Aangezien het een zandsubstraat betreft met weinig bebouwing op, is er ook geen sprake van enige visuele vervuiling. Men zal gewoon een duin zien vanaf de kust, voor zover het mooi weer is.
 
Daarmee heb ik bijna alle vragen beantwoord. De onderzoeksfase wordt voorbereid door de consortia. Ik heb het al gehad over de opslag en de financiering. Het maritiem plan proberen wij tegen het einde op te maken.
 
01.18 Rita De Bont (VB): En wat met Europa?
 
01.19 Minister Johan Vande Lanotte: De initiatiefnemers moeten proberen om subsidies te krijgen bij de Europese Unie. Men heeft dat nu en dan al eens geprobeerd, maar het is niet zo gemakkelijk. Het is echter wel een mogelijkheid, want er is geld in Europa, onder andere voor energie, maar het is niet zo simpel geld vast te krijgen. Het is immers beperkt. Voor de nieuwe types van windmolens had men bijvoorbeeld ook geld gevraagd, maar de Belgen werden pas derde en vierde gerangschikt.
 
01.20 Rita De Bont (VB): Daar was toch een budget voor bestemd?
 
01.21 Minister Johan Vande Lanotte: Ik weet dat dat altijd groots wordt aangekondigd, totdat het zover is. Dan levert het niet veel op. Voor de nieuwe windmolens op zee bijvoorbeeld was er ook een tender en als bij toeval werd die gewonnen door twee Duitsers, waarvan een ondertussen failliet is gegaan.
 
Met betrekking tot het laatste punt denk ik niet dat de Vlaamse regering hiervoor al een tender heeft geplaatst. In alle eerlijkheid denk ik niet dat die al loopt.
 
01.22 Rita De Bont (VB): Informatief misschien?
 
01.23 Minister Johan Vande Lanotte: Er was een studie van Ecorem, maar ik heb geen weet van enige tender.
 
01.24 Tanguy Veys (VB): Mijnheer de minister, ik bedank u voor uw antwoord en voor de verduidelijking.
 
Ik wil nog even ingaan op de timing en de toetsing met het plan Vlaamse Baaien. Terwijl u met uw beleidsnota naar buiten kwam, sprak men in het plan Vlaamse Baaien over de mogelijke start van een energie-eiland tussen 2020 en 2050. U zei dat het pas over honderd jaar zou gebeuren, maar dat is blijkbaar toch met een korreltje zout te nemen. Het volledige plan Vlaamse Baaien loopt over een periode van honderd jaar.
 
01.25 Minister Johan Vande Lanotte: Dat was 31 kilometer van de kust. Ondertussen heeft die studie van Vlaanderen gezegd om dat niet te doen. De initiatiefnemers van de Vlaamse Baaien hebben ook afgezien van dat gegeven.
 
01.26 Tanguy Veys (VB): Los van die bedenking, misschien dat u achteraf uw gelijk erkent in het plan Vlaamse Baaien, maar u had beter vooraf een en ander kunnen aftoetsen met het Vlaamse niveau.
 
Een ander aspect, het is een privé-initiatief. In principe moet de overheid daar dus geen frank insteken. U kunt zeggen dat of het rendabel is of niet een probleem is voor de privésector. Wij hebben er echter geen baat bij als er voor de kust een onrendabel eiland ligt, als achteraf blijkt dat men toch niet uit de kosten geraakt of als blijkt dat het niet rendabel is. Niemand heeft er baat bij dat hier over twintig jaar een eiland ligt te verroesten, omdat het uiteindelijk toch niet rendabel bleek te zijn.
Ik ben een beetje verwonderd over de beperkte ontwikkeling van het eiland zelf. U zegt dat er geen mogelijkheid is voor vaste installaties.
 
01.27 Minister Johan Vande Lanotte: Er kunnen geen appartementsgebouwen of grote gebouwen komen. Als men daar een klein bezoekerscentrum wilt maken, dan kan dat, maar het moet beperkt zijn, het mag geen vier verdiepingen hoog zijn. Ik wil het echt beperken, want ik zie onmiddellijk de druk komen om er allerhande gebouwen op te trekken en daarmee ga ik niet akkoord. Een hotel kan bijvoorbeeld niet.
 
01.28 Tanguy Veys (VB): U komt toch al iets meer tegemoet. Mocht dat daar komen, dan zou men toch iets verder kunnen gaan dan tot op heden gecommuniceerd werd op het vlak van technologie en opleidingscentrum, niet alleen voor de toeristen, maar ook voor de mensen die in die sector actief zijn. Men zou ter zake toch wel wat creatiever kunnen zijn.
 
Ik hoop in elk geval dat de planning zoals wij ze hier vandaag gehoord hebben, zal gehaald worden.
 
01.29 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor de verduidelijkingen. Het is inderdaad belangrijk dat het project wordt afgestemd met het Vlaams niveau, zoals het ook belangrijk is dat het wordt ingebed in het energiesysteem van ons land. Wij kunnen immers niet tegelijk subsidies geven voor bepaalde aardgascentrales en investeren in piekcapaciteit. En dat is precies wat u met het project beoogt te realiseren. Er is dus afstemming nodig, anders komen wij in een situatie terecht waarbij ofwel het energie-eiland ofwel de andere capaciteit niet rendabel blijkt.
 
Ik veronderstel dat u ondertussen de nodige afstemming hebt bereikt met staatssecretaris Wathelet, zodat het voorstel kan worden ingeschreven in het globale plan, want als wij de projecten parallel behandelen, moet een van de twee sowieso de duimen leggen.
 
01.30 Rita De Bont (VB): Mijnheer de minister, men kan dus eigenlijk zeggen dat het plan Vlaamse Baaien er een is op lange termijn. Ik veronderstel dat Vlaanderen ervan uitgaat dat het tegen 2100 zelf de bevoegdheid over de Noordzee in handen heeft, waartegen wij natuurlijk niets inbrengen. Ondertussen moet er worden gehandeld en moet er worden gewerkt. Oostende zal in elk geval altijd in Vlaanderen liggen.
 
Ik hoop dat u het nodige overleg met de Vlaamse overheid blijft plegen. Zo kunt u tegenstrijdigheden voorkomen en vermijden dat studies twee keer worden uitgevoerd. Men moet steeds het algemeen belang voor ogen houden en niet het eigen plannetje. Bovendien moet elk initiatief ook passen in alle andere plannen, ook de energieprojecten.
 
Mijnheer de minister, ik dring erop aan dat u, als u meer concrete plannen hebt, daarmee naar het Parlement komt. Dan kunt u uitleg geven over de behuizing, de vaste structuur enzovoort.
 
Ik heb ook begrepen dat er ruimte is voor een opslagruimte of een atelier voor het herstel van windmolens. De details kunnen later worden besproken, op het moment dat u meer concrete voorstellen hebt.
 
Het incident is gesloten.
L’incident est clos.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...