Minister Jean-Pascal Labille: NMBS zal op basis van rapport adviesbureau omtrent Fyra ten vroegste eind mei 2013 beslissing nemen

Volgens minister werd inzake schadeclaims wegens laattijdige levering het voorziene plafond reeds bereikt
Tanguy Veys: NMBS moet voorgoed streep trekken onder Fyra-verhaal en zorgen voor volwaardig alternatief
Volgens Vlaams Belang zijn zowel reiziger als belastingbetaler de dupe
Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 14 mei 2013

Samengevoegde vragen van
– de heer Tanguy Veys aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de aan Fyra-bouwer AnsaldoBreda gestelde termijn van 3 maanden die op 21 april 2013 verloopt” (nr. 17074)
– de heer Jef Van den Bergh aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de stand van zaken en het toekomstbeeld met betrekking tot de Fyra” (nr. 17353)
– mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de Fyra in het algemeen en de Beneluxtrein als alternatief in het bijzonder” (nr. 17390)

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, begin januari was de Fyra een hot item en hebben wij zelfs een plenaire vergadering gehouden, samen met een delegatie uit Nederland, in het raam van het Benelux-parlement. Iedereen had wel een mening over de Fyra en dagelijks verscheen er wel een of ander negatief bericht omtrent de Fyra. Echter, een beetje zoals bij treinrampen hier, zodra de camera’s weg blijven, verdwijnt ook de aandacht. Ik meen daarom dat het een goede zaak is dat enkele collega’s de problematiek opnieuw op de agenda brengen. Immers, wij herinneren ons allemaal nog hoe de communicatie verliep, typische crisiscommunicatie. Eerst werd gezegd dat de problemen wel meevielen. Volgens de heer Descheemaecker piepte alleen de deur van een cateringkarretje, of het was de schuld van de Nederlanders of het ging alleen om de Nederlandse treinstellen. Toch was er een termijn vooropgesteld met einddatum 21 april 2013, waarbinnen de fabrikant AnsaldoBreda tijd had om met concrete oplossingen te komen om de Fyra definitief op de rails te zetten. Ondertussen is het al 14 mei en nog steeds rijdt er geen Fyra. In Nederland werden daaruit al de nodige conclusies getrokken. De communicatie van de kant van de NMBS daaromtrent was echter opvallend stil. Toch kan men niet langer aan de kant blijven staan. De termijn is verstreken, maar ook het geduld is op, niet alleen van de treinreizigers, maar ik hoop ook van de mensen van de NMBS-Groep en van uzelf als voogdijminister. Naast het aspect van het geduld is er ook een financieel kaartje. Als ik mij niet vergis, zijn er al voor ongeveer 35 miljoen euro aan betalingen uitgevoerd, welke betalingen door bankgaranties zouden zijn gedekt. Ook zijn er financiële inspanningen geleverd sinds het falen van de Fyra, om de treinreiziger op te vangen met vervangende alternatieven en de heropstart van een soort van mini-Benelux-trein. Daarbij leg ik ook de verklaringen vanuit AnsaldoBreda. Ik citeer ter zake de nummer twee van het betrokken bedrijf: “Er zijn geen mechanische of elektrische problemen geconstateerd. Wij zijn al weken bezig met onderzoek en wij denken dat wij binnen enkele dagen”— die uitspraak dateert van 22 april —“de oplossing kunnen bieden. Uit de tests zijn geen fouten naar voren gekomen op mechanisch gebied. Ook in het elektrisch deel zijn er geen problemen.” Gelet op de standpunten die door u als minister en door de heer Descheemaecker zijn ingenomen, meen ik te mogen concluderen dat de termijn verstreken is en het geduld ten einde is. Daarom rijzen er vragen. De Nederlandse Spoorwegen gaan er daarnaast van uit dat er in het komend jaar geen enkele Fyra zal rijden. Ook de Nederlandse leden van de Tweede Kamer hebben zeer recent vernomen dat dit standpunt wellicht realiteit wordt. Ik vind dan ook dat u als minister eindelijk kleur moet bekennen. Mijnheer de minister, welke maatregelen worden er genomen, als blijkt dat de vooropgestelde termijn van drie maanden door AnsaldoBreda niet werd gehaald? Aangezien het nu 14 mei is, is dat in ieder geval al duidelijk. Voor welke bedragen werd AnsaldoBreda in gebreke gesteld? Hoeveel schadevergoeding werd reeds gevorderd en hoeveel reeds ontvangen? Hoeveel schadevergoeding kan de NMBS contractueel maximaal eisen? Als ik mij niet vergis werden bedragen genoemd rond 60 euro, welke maximaal gerecupereerd zouden kunnen worden. Hebt u, in uw hoedanigheid van minister, de aan de NMBS gevraagde studie ontvangen met betrekking tot de juridische en financiële gevolgen in het geval van het opgeven van de hogesnelheidstrein Fyra? Zo ja, sedert wanneer en wat zijn de conclusies? Welke maatregelen werden op basis daarvan genomen? Zo er geen maatregelen werden genomen, waarom niet en wanneer zullen die dan wel worden genomen? Tot slot, in welke mate bevestigt u dat de Fyra pas in april 2014 weer in gebruik kan worden genomen?

Jef Van den Bergh (CD&V): Mevrouw de voorzitter, ik zal het bijzonder kort houden, omdat het verhaal voldoende bekend is. Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het dossier? Wat mogen wij de komende weken en maanden verwachten? Hoe stemt de NMBS haar houding ten opzichte van AnsaldoBreda met de Nederlandse collega’s af, zodanig dat er met één stem met de constructeur kan worden gesproken?

Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij wat werd geschetst en de vragen die werden gesteld. Ik heb ook vragen bij het alternatief en in het bijzonder of er, los van de al dan niet herindiensttreding van de Fyra op korte of middellange termijn, bijkomende rijpaden werden aangevraagd. Is er hiervoor voldoende capaciteit op ons net? Is er nog altijd sprake van om de dagelijkse frequentie van de Benelux-trein op te trekken?

Minister Jean-Pascal Labille: De termijn van drie maand aan AnsaldoBreda verleend om te antwoorden op de ingebrekestelling is verstreken op 24 april 2013 . De NMBS communiceert dat ze op woensdag 17 april 2013 een brief van AnsaldoBreda heeft ontvangen met als boodschap een open pleidooi voor een verdere constructieve samenwerking en het verzoek om juridische handelingen te staken. De NMBS communiceert mij dat ze van plan is haar schade te verhalen op AnsaldoBreda, zo nodig in rechte. Zij heeft in haar ingebrekestelling tevens een voorschot van 1 miljoen euro gevraagd op deze vordering. Wat schadeclaims betreft die betrekking hebben op de laattijdige levering, is in een plafond voorzien dat inmiddels werd bereikt. Zoals aangekondigd bij de opschorting van de Fyra, heb ik aan de NMBS een studie gevraagd over de juridische en financiële gevolgen van de opschorting van de dienst, en deze ook gekregen. Aangezien het geschil nog steeds hangende is, zult u begrijpen dat ik niet in detail treed van deze analyse. Ik kan u er in elk geval van verzekeren dat ik er met aandacht op toekijk dat de NMBS alles in het werk zet om de financiële en juridische risico’s te beperken, zowel voor haar als voor de Belgische Staat. Wat de vraag over de heropstart van de Fyra betreft, de datum van reïntroductie hangt af van de mate van betrouwbaarheid die de constructeur garandeert voor de V250-stellen. De NMBS zal pas een beslissing nemen wanneer ze over voldoende elementen beschikt. Het rapport van het adviesbureau dat voor eind mei 2013 wordt verwacht, zal een van de elementen vormen die in rekening zal worden gebracht voor deze beslissing. De beslissing zal in elk geval in nauw overleg met de Nederlandse partner genomen worden. Een technisch mogelijk alternatief is een trein die in staat is om op een veilige manier te communiceren met de infrastructuur. Dit betekent in dit concrete geval elke trein die beschikt over een passende ERTMSsoftwareversie voor de HSL-zuid L4 of klassieke lijnen in België en Nederland. Met de huidige inzichten kan men dit op termijn met HST-stellen of zelfs met klassiek getrokken materiaal indien de infrastructuurbeheerders dit toelaten. De TRACS-locomotief en de IC-rijtuigen die NS gebruikt onder de merknaam Fyra, hoewel deze slechts aan 160 km/u rijden, zijn hetzelfde type als diegene die jarenlang ingezet werden in de vroegere IC-dienst Brussel-Amsterdam. Deze kan dus nog steeds ingezet worden op het klassieke net zoals gebeurt op Brussel-Den Haag. Op de L4 en het grensoverschrijdend baanvak kan deze locomotief nog niet rijden aangezien deze nog niet gehomologeerd is. Inzake de frequentie van de IC-treinen van Brussel naar Amsterdam geeft de NMBS mij aan dat een frequentieverhoging, onafhankelijk van de maakbaarheid en de betaalbaarheid, een van de mogelijke scenario’s is. Inzake de maakbaarheid hebben op 8 april 2013 de NS en de NMBS preventief vrijblijvende rijpaden aangevraagd om alle mogelijkheden open te houden. De rijpaden werden dus niet alleen voor de zestien verbindingen Brussel-Amsterdam op de klassieke lijn aangevraagd. Zij werden ook aangevraagd om een eventuele heropstart van de Fyratreinen op de hogesnelheidslijn mogelijk te maken. Het gaat hier om een bewarende maatregel. Uit de maatregel moet dus niet worden afgeleid dat al een beslissing is genomen, waarbij ervoor wordt geopteerd om in zestien verbindingen tussen Brussel en Amsterdam te voorzien. De NMBS is van mening dat de toekenning van rijpaden in België geen probleem zou mogen stellen, maar dat het deel van het traject tussen Den Haag en Amsterdam een onbekende factor blijft. Inzake de andere mogelijke verbindingen met Nederland is een  treinverbinding tussen Antwerpen en Breda, met een overstap in Roosendaal, nu reeds een feit. De opstelling van een hst-verbinding Antwerpen-Breda is niet aan de orde zolang over de toekomst van de Fyra geen beslissing is genomen. Het is overigens voor andere maatschappijen nog steeds mogelijk bij Infrabel een aanvraag tot rijpaden in te dienen, met een zicht op het gebruik van de hogesnelheidslijn, aangezien de markt is geliberaliseerd.

Tanguy Veys (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik blijf verwonderd over de zeer afwachtende houding van de NMBS. Iedereen herinnert zich de uitspraken van eind januari van dit jaar. Er was toen voor het eerst forse taal vanuit de NMBS te horen. Wat die termijn van drie maanden betreft, de communicatie klonk niet alsof men hun eerst drie maanden tijd zou geven en daarna nog eens zou zien wat men zou doen. Het was duidelijk: als de Fyra binnen de drie maanden niet op de rails stond, dan zou men de stekker uit het Fyraverhaal trekken, met alle financiële consequenties van dien voor de Italiaanse treinbouwer. Nu zegt men dat het nog niet zeker is dat men de stekker eruit zal trekken, dat men het nog eens zal bekijken en dat men alternatieven zal onderzoeken. Men zegt dat er nog mogelijkheden bestaan. Op het moment dat de termijn verstreek, moest de NMBS voorgoed een streep trekken onder het Fyraverhaal en ervoor gezorgd hebben dat er dan al een volwaardig alternatief was. Dat is er tot nu toe nog niet. Dat toont aan dat de NMBS te veel naar Nederland kijkt. In Nederland zegt men dat men in juni wel zal zien waar men belandt. Men heeft in de voorbije drie maanden geprobeerd om de trein op de rails te krijgen. Ik kan mij niet voorstellen dat wij in juni meer nieuws zullen hebben. Ik betreur de zeer afwachtende houding van de NMBS, want uiteindelijk is niet alleen de belastingbetaler – ik wil overigens nog wel eens zien hoeveel centen wij zullen kunnen recupereren – de dupe daarvan, ook de treingebruiker, die de voorbije maanden maar in beperkte mate op alternatieven kon rekenen en gehoopt had om in de toekomst op een snelle en vlotte manier in Nederland te raken, krijgt geen garanties.

Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, waaruit wij vooral moeten afleiden dat wij nog een beetje geduld zullen moeten hebben. Ik neem dat ook aan. In tegenstelling tot de voorgaande spreker denk ik dat het verstandig is om zich hierover voldoende te beraden en geen overhaaste beslissingen te nemen. Overhaaste beslissingen in deze zaak kunnen natuurlijk heel grote consequenties hebben. Het opzeggen van dergelijke contracten lijkt mij juridisch een heel kluwen. Het gevolg zou waarschijnlijk een hele juridische strijd zijn. Het is dus van het grootste belang om hierover een consensus te vinden, ook met de Nederlanders, en om samen tot bepaalde standpunten te komen. Voor de Nederlanders is het uiteraard een stuk moeilijker, met hun negen aanvaarde treinen, dan voor ons, maar het zou een goede zaak zijn om het probleem in samenspraak op te lossen. Door het verlengen van de termijn voor een definitieve beslissing valt, blijft de reiziger natuurlijk een beetje in de kou staan. Dat mag niet te lang duren. Ik hoop dat wij daarover in juni definitief duidelijkheid zullen krijgen, zodat er een oplossing komt voor het probleem van de overvolle Thalys-treinen die vandaag tussen Brussel en Amsterdam rijden – geregeld overboekt, zo vernam ik – en de overvolle L-treinen tussen Antwerpen en Roosendaal.

Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Mijnheer de minister, ik begrijp uit uw antwoord dat men het contract na de termijn van drie maanden kon verbreken. Men is nog niet tot die stap overgegaan omwille van het initiatief dat van AnsaldoBreda is uitgegaan. Men probeert om dit nog in der minne te schikken. Ik heb gehoord dat het rapport van het adviesbureau tegen eind deze maand klaar zou moeten zijn. Dat zal waarschijnlijk essentieel zijn, een bepalend element zoals u het hebt genoemd, om een beslissing te nemen in overleg met onze Nederlandse partners. Ik denk dat het dossier in juni waarschijnlijk in een cruciale fase zal komen. Wij zullen dit vanuit de commissie verder opvolgen.

Het incident is gesloten.
L’incident est clos.

Bestuurslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...