Minimumdienstverlening tijdens stakingen bij de overheidsbedrijven

Mondelinge vraag aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, over “de minimumdienstverlening bij de overheidsbedrijven” (nr. P0669)
 
11.02  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik wil twee cijfers aanhalen die deze week de media hebben gehaald naar aanleiding van de staking van vandaag. Drie op vier van de ondervraagden staan niet achter de staking die vandaag plaatsvindt.
 
Een tweede cijfer is een cijfer in verband met mobiliteit. Terwijl in 2010 nog één op vijf van de ondervraagden voor de trein zou kiezen als vervoermiddel, is dat cijfer in 2011 gedaald naar één op zes.
 
Dat toont aan dat er op dit moment toch heel wat schort, zeker ook aan het vertrouwen in het openbaar vervoer, een domein waarvoor u bevoegd bent, mijnheer de minister.
 
De voorbije dagen zijn er in Wallonië reeds diverse wilde stakingen uitgebroken. Wallonië is misschien het land van de wilde stakingen geworden. U mag dan wel trots zijn op de syndicale verworvenheden, niet alleen het Waalse bedrijfsleven is daar het slachtoffer van, maar helaas ook de Vlaamse pendelaar en het Vlaams bedrijfsleven.
 
U moet in uw hoedanigheid van minister, enerzijds, optreden tegen de wilde stakingen en u moet er, anderzijds, voor zorgen dat ten minste de akkoorden worden gerespecteerd die in het verleden werden gesloten op het vlak van stakingen, met name dat zij tien dagen op voorhand moeten worden aangekondigd. U moet er ook voor zorgen dat een minimumdienstverlening wordt aangeboden, zodat de Vlamingen opnieuw hun werk kunnen verrichten en dat het bedrijfsleven, dat nu al in crisis verkeert, niet nog meer wordt getergd, onder meer door dergelijke stakingen.
 
11.03 Minister Paul Magnette: Mijnheer de voorzitter, collega’s, in mijn hoedanigheid van minister van Overheidsbedrijven is het mijn allereerste prioriteit en doelstelling de kwaliteit van de overheidsdiensten te verzekeren. Indien er sociale bewegingen zijn en indien mensen – werknemers, studenten, familie – met problemen ter zake worden geconfronteerd, ben ik uiteraard de eerste die zulks betreurt.
 
In mijn hoedanigheid van minister van Overheidsbedrijven is mijn prioriteit ook in de overheidsbedrijven een goed, sociaal klimaat te verzekeren. Indien er sociale spanningen zijn en indien er stakingen zijn, ben ik opnieuw de eerste die zulks betreurt.
 
Nochtans maak ik een verschil tussen, enerzijds, de stakingen die de regels volgen, zijnde de stakingen die worden aangekondigd en de mensen de mogelijkheid geven hun voorzorgen te nemen en, anderzijds, de stakingen die de regels niet volgen, met name de wilde acties, die vele problemen veroorzaken. Zij kunnen niet worden verdedigd.
 
Het probleem van en het debat over de minimumdienstverlening is zeker niet nieuw. Wij hebben al heel erg lang een debat ter zake in de Kamer gehad. Het regeerakkoord bepaalt daaromtrent en ik citeer: “Aan de hand van een beheersovereenkomst zal de regering ervoor zorgen dat de continuïteit van de openbare dienst wordt verzekerd. Zij zal voorrang geven aan het overleg en de constructieve, sociale dialoog. Zij zal het sturingscomité van de NMBS vragen om de bestaande protocollen tussen de overheid en de vakbonden te evalueren. In geval van negatieve evaluatie zal de regering strengere maatregelen overwegen om de continuïteit van de openbare dienst, met respect voor de veiligheidsvereisten, te verzekeren.”
 
Collega’s, ik wil u echter waarschuwen. Het betreft geen gemakkelijk debat. In de praktijk is een en ander heel moeilijk te organiseren. Zij die de NMBS en de andere overheidsbedrijven goed kennen, weten ook dat een en ander heel moeilijk te organiseren is. Welke treinen moeten rijden en welke niet? In welke stations moeten de treinen stoppen en in welke stations niet? Wie moet de treinen besturen en wie niet? Hoe kan de dienst worden georganiseerd, terwijl alle voorwaarden inzake veiligheid worden gerespecteerd? Dat alles is heel erg moeilijk in de praktijk.
 
Het regeerakkoord zal dus mijn roadmap zijn. Ik zal er alles aan doen om een goed overleg en een goede, sociale dialoog te promoten. Ik wil u echter vragen om voorzichtig te zijn met eenvoudige ideeën. Het is heel gemakkelijk te opperen dat men op zeven dagen een minimumdienstverlening wil organiseren.
 
Dit is in de praktijk heel wat moeilijker te realiseren. Zoals mijn voorganger zal ik er alles aan doen om constant de voorkeur te geven aan het overleg en een constructieve sociale dialoog.
 
11.05  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u zegt dat het niet zo gemakkelijk is om over te gaan tot een minimale dienstregeling. Wanneer men kijkt naar de voorbeelden uit het buitenland dan ziet men dat de treinen daar wel rijden tijdens de stakingen. Daar kunnen afspraken dus blijkbaar wel worden gerespecteerd. Als het in het buitenland kan, moet het hier ook kunnen. Ik denk dat dit binnen afzienbare tijd mogelijk moet zijn. Het voorbereidend wetgevend werk is al gebeurd, dus daarop kunt u het ook niet steken.
 
Wanneer wij kijken naar de wilde Waalse stakingen van de voorbije dagen dan heeft alles er nu al van weg dat die stakingen ook de komende dagen zullen voortduren. Men zegt zelfs dat dit tot en met Nieuwjaar zou kunnen duren. Ik denk dan ook dat u uw verantwoordelijkheid moet nemen. U kunt niet alleen de minister van de vakbonden zijn. U moet de minister zijn van iedereen die gebruikmaakt van het spoor.
 
L’incident est clos.
Het incident is gesloten.

Bron: Plenumvergadering van donderdag 22 december 2011

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...