[10/02/11] Tussenkomst bij het Rapport van de bijzondere commissie belast met het onderzoek naar de veiligheid van het spoorwegennet in België naar aanleiding van het dramatisch treinongeval in Buizingen

Plenumvergadering van donderdag 10 februari 2011
 
Verslag van de bijzondere commissie belast met het onderzoek naar de veiligheid van het spoorwegennet in België naar aanleiding van het dramatisch treinongeval in Buizingen (444/1-4)

01.08  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, vandaag had de bekroning moeten zijn van hard werk binnen de commissie Spoorwegveiligheid. Ik weet dat het niet altijd evident is om aan de kiezer uit te leggen dat er op dit moment, met een regering van lopende zaken, hard gewerkt wordt, maar ik denk dat er, zeker wat deze commissie betreft, hard werd gewerkt en dat er over de grenzen heen gesteld mag worden dat er collegiaal werd gewerkt en dat alle partijen hun ding hebben kunnen doen. Er is zeer correct gewerkt.

Ik ben wel een beetje verwonderd over de nogal bitse reacties die hier vandaag komen richting N-VA, partij die althans volgens mij een consequent standpunt inneemt. De grote bezwaren die men uit in verband met die ‘ocharme drie amendementjes’ liggen blijkbaar zeer zwaar op de lever en men stuurt diverse PS’ers hier het slagveld in om toch die amendementen met de grond gelijk te maken. Laat het een magere troost zijn, wij zullen die alvast wel steunen. Wij vinden dat gezond verstand hier zeker op zijn plaats moet zijn.

Collega’s, er is al veel gezegd, er zijn al veel analyses gemaakt, er zijn al veel verklaringen afgelegd over de betrokken treinramp. Wanneer wij een eindje teruggaan in de tijd – nog geen jaar, op 15 februari zal het net één jaar zijn – moeten we toch tot de vaststelling komen dat het resultaat van één jaar onderzoek, zeker als wij kijken naar de slachtoffers, naar de nabestaanden in feite toch niet is wat het moet zijn, dat het eerder mager is.

We hebben een dikke bundel gekregen met veel bladzijden, veel analyses, veel scherpe, degelijke teksten – ik zeg nog eens, er is goed en hard aan gewerkt – maar wanneer het gaat om de juiste keuzes te maken, om de juiste analyses te maken, vind ik toch dat die commissie tekort is geschoten. Daar moet natuurlijk een reden voor zijn en beelden zeggen soms meer dan woorden. Daarom heb ik nog eens de moeite gedaan om de krantenkoppen van dat voorbije jaar naar voor te halen.

Eerst en vooral, de dag na de treinramp. Iedereen herinnert zich nog dat beeld van die man die dat meisje, dat het gelukkig wel overleefd heeft, uit het treinwrak haalt. Als antwoord op die zeer dramatische treinramp, 19 doden en 170 gewonden, komt daar die bijzondere spoorwegcommissie. Vol goede moed, want na de feiten die na 15 februari 2010 in de kranten verschijnen, begint men natuurlijk te denken “hoe kan zoiets in België gebeuren?”. Ondanks de treinramp van Pécrot, ondanks de treinramp van Aalter, slagen wij er niet in om op een ernstige manier werk te maken van spoorveiligheid.

Direct komen er een paar namen in beeld, een paar nog actieve politici, een paar politici die de revue ondertussen zijn gepasseerd. Men moet natuurlijk met een antwoord komen voor de slachtoffers, voor de bevolking. De bevolking wil een antwoord, wil dat er duidelijkheid is.

Dan komt die bijzondere commissie voor de Spoorveiligheid. Zowel de eerste als de tweede commissie had alle troeven in handen om zeer degelijk te werken. Ook de voorzitters van beide commissies hebben de commissieleden daarin alle vrijheid gegeven.

Wij hebben ook het geluk gehad om zeer deskundige experts te hebben gehoord die van ons geen experts hebben gemaakt, maar die er toch voor hebben gezorgd dat deze zeer technische en moeilijke materie – ik hoop dat jullie na vanavond ook allemaal experts zijn geworden op het vlak van TBL1, TBL1+, ETCS en dies meer – voor ons begrijpelijk werd. Zij hebben een goede, scherpe analyse gemaakt.

Zij hebben zeer degelijk werk geleverd. Wie de moeite zou doen om de teksten van de experts erop na te slaan, zou zien dat een haarfijne analyse werd gemaakt van het beleid bij de NMBS en de politieke keuzes die wel of juist niet werden gemaakt.

Dat de bijzondere commissie voor de Spoorveiligheid voor de tweede keer aanvangt is al onmiddellijk een grote krantenkop die zeer duidelijk is: “Experts Buizingen snoeihard voor NMBS”

Van start mogen gaan met een commissie waarin onmiddellijk die teneur wordt gezet – ik denk dat die krant een logische analyse heeft gemaakt – maakt dat wij op basis van de analyse van de experts niet anders konden dan zeer scherpe keuzes maken. De vraag is natuurlijk of die scherpe keuzes daadwerkelijk zijn gemaakt. Ik betwijfel dat zeer sterk.

Niet veel later, wanneer wij met de commissie conclusies trekken en aanbevelingen doen, heeft men nog voor de eerste letter van het rapport van de vier rapporteurs werd geschreven alweer een nieuwe krantenkop: “Achttien doden maar niemand treft schuld”.

Ik vind dat een zeer scherpe analyse. Nog voor er een letter is geschreven, wordt die analyse gemaakt. U mag het rapport erop nalezen, het klopt: niemand treft schuld. Men heeft het zelfs zo geformuleerd dat het iedereen zijn schuld is. Men durft niet te zeggen dat het iemands schuld is, dus zegt men dat het de schuld van iedereen is. Het is onze schuld. Dat is het gemakkelijkste. Dat is de vlucht vooruit. Wij kijken niet meer achter ons. Wij zijn fout geweest, maar nu gaan we het beter doen.

Ten eerste, de vraag is of wij het wel beter gaan doen. Ten tweede, het is natuurlijk niet iedereen zijn schuld. Men gaat zelfs zo ver, ik ben verwonderd dat de N-VA in de logica is meegegaan, om zelfs het Parlement, u en mij, met de vinger te wijzen: wij moeten allemaal met boter op het hoofd zitten want wij zijn tekortgeschoten in onze controlerende functie.

Sorry, maar ik heb de werkzaamheden van de commissie intens meegemaakt de voorbije zes maanden. Ik heb daar geen analyse van de parlementaire werkzaamheden. Ik heb daar wel CEO’s en politici zien staan zwaaien en zeggen dat daarover geen parlementaire vragen werden gesteld. Men heeft zelf een verdedigingslinie opgebouwd door te zeggen dat het Parlement tekort is geschoten en dus is het ook de schuld van het Parlement. Ik vind dat toch wel een zeer kromme redenering. Men probeert in heel het debat iedereen in het bad te krijgen zodat iedereen de dans ontspringt.

Dit moet natuurlijk een reden hebben. Hoe komt het dat zo’n commissie, waarin alle partijen aanwezig zijn en waar er voldoende garanties zijn om een goede, krachtige analyse te maken, er niet in slaagt die analyse te maken? We moeten hiervoor een beetje teruggaan in de tijd, van nu tot 1982. Als men dan kijkt naar de namen van zij die verantwoordelijkheid hadden binnen de raad van bestuur, die CEO waren, die bevoegd minister of staatssecretaris waren, stelt men ineens vast dat alle politieke partijen, op twee na, de revue passeren. Ik som ze even op: Didier Reynders, Herman De Croo, Jean-Luc Dehaene, Etienne Schouppe, Guy Coëme, Elio Di Rupo, Michel Daerden, Karel Vinck, Isabelle Durant, Johan Vande Lanotte, Renaat Landuyt, Bruno Tuybens, Steven Vanackere. Alle partijen, op twee na, zitten in dat bad.

Hier ligt al de grote reden waarom iedereen mee in dat bad moet. Iedereen is schuldig, iedereen van de gevestigde partijen die – zoals Lijst Dedecker al werd opgemerkt – die benoemingsmachine hebben onderhouden en gevoed. Zij hebben ervoor gezorgd – dit is een van de conclusies – dat die raden van bestuur vol zaten met mensen die niet competent waren en die niet wakker lagen van veiligheid. Dat is de grote analyse, maar dat durft men natuurlijk niet hard maken. Men probeert voorzichtigheidshalve te zeggen dat in 1987 waarschijnlijk een verkeerde keuze werd gemaakt. Toen werd TBL1 afgeblazen en men had dit niet mogen doen. Het is dan toch vrij eenvoudig? Laat ons dan kijken wie toen de bevoegde ministers waren. Ik zie hier Herman De Croo als minister verantwoordelijk voor de NMBS van 1981 tot 1988. Ik denk dat dit wel een vaststaand feit is. Maar zover durft de commissie niet gaan.

Na de treinramp in Pécrot is er een nieuw keuzemoment op een moment dat het onverantwoord is om te kiezen voor ETCS. Ook daar kan men perfect de bevoegde politici, mevrouw Isabelle Durant, met de vinger wijzen. Ook dat durft men niet te doen.

Dat is een heel groot gebrek van voorliggend document, dat nochtans de moeite waard is. Ik verwijs ter zake naar de stukken van de experts. De commissie heeft in feite een pasklare analyse gekregen. Zij heeft echter niet durven snijden. Zij heeft geen duidelijke keuze durven maken, natuurlijk omdat – ik herhaal het – de gevestigde politieke partijen in hetzelfde bedje ziek waren.

Is het hier allemaal kommer en kwel? Zijn het allemaal slechte aanbevelingen en conclusies? Dat is natuurlijk niet het geval. Samen met de N-VA hebben wij een lang traject afgelegd en hebben wij lang hetzelfde pad bewandeld. Op een gegeven moment meende ik even alleen te staan. Ik ben blij dat ik op het einde van de rit de N-VA opnieuw heb zien opstaan.

Wij hebben altijd een rechtlijnig pad bewandeld. Wij hebben altijd benadrukt dat er geen taboes zijn. Helaas zijn ze er wel. Immers, in het rapport zal u geen enkele naam van verantwoordelijke politici lezen. Het is trouwens spijtig dat staatssecretaris Schouppe – ik zie hem net toekomen – al een paar keer de koffiekamer heeft gefrequenteerd. Zijn naam is in de bijzondere Kamercommissie veel gevallen. Hij had zijn rol hier perfect spelen, wanneer het over de oplossingen gaat. Ik ben dus blij dat hij onze rangen opnieuw vervoegt. Immers, zowel bij minister Vervotte als bij staatssecretaris Schouppe rust een zware verantwoordelijkheid, niet alleen inzake het verleden maar ook wanneer het over de oplossingen gaat. Zij maken weliswaar deel uit van een regering van lopende zaken. Zulks zou hun echter niet hun verantwoordelijkheid mogen doen ontlopen, wat hier nochtans het geval is.

Collega’s, inzake de voorgestelde aanbevelingen en conclusies ga ik akkoord met bijvoorbeeld de conclusies en aanbevelingen op het vlak van de menselijke factor in de veiligheidscultuur, aanwerving, opleiding, werkdruk en arbeidsomstandigheden. Ook op het vlak van de seinvoorbijrijdingen en de bedrijfscultuur vinden wij elkaar. Ter zake wordt een correcte analyse gemaakt en worden ook goede voorstellen gedaan. Het gaat om voorstellen die door de voltallige commissie worden gedragen.

Ik wil trouwens mijn waardering voor de commissievoorzitter betonen. Hij heeft ter zake ten volle zijn correcte, objectieve rol gespeeld.

Niettemin ontbreken een aantal cruciale aanbevelingen.

Ik verwijs bijvoorbeeld naar onze vaststelling dat de treinramp in Buizingen nooit zou hebben plaatsgevonden, mochten de politieke verantwoordelijken – in casu de ministers, de staatssecretarissen en de leden van de raad van bestuur – hun verantwoordelijkheid hadden genomen. Nooit hebben zij van het aspect veiligheid echt wakker gelegen. Nooit hebben zij op cruciale momenten de juiste keuzes gemaakt. Zij hebben ze ofwel niet gemaakt, ofwel hebben zij de verkeerde keuzes gemaakt. Het ging echter telkens over een gebrek aan verantwoordelijkheid op het vlak van de veiligheid.

Bij die hoorzittingen was het toch wel bijzonder cynisch om vast te stellen dat wanneer er pertinente vragen werden gesteld op basis van die goede rapporten, een gewezen premier uit Vilvoorde lompweg stelde dat hij geen technicus of ingenieur was en hij het dus niet wist. Men ontliep op die manier zijn verantwoordelijkheid door te stellen dat men hen met veiligheidssystemen niet lastig moest vallen.

Men zou in feite perfect een analyse kunnen maken van manieren om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Wanneer wij er dan met cijfers op wezen hoe dramatisch de toestand was in België op het vlak van veiligheid in het verleden en stelden dat de minister dat toch moest gezien hebben en dat de top van de NMBS daar toch regelmatig over gebrieft moest zijn, dan stelde men dat die cijfers uit het buitenland niet vergeleken konden worden. Het gebeurde ook dat een clever persoon tijdens de hoorzitting zei dat sommige landen het nog veel slechter doen. Men vergeleek natuurlijk altijd met de slechte leerlingen. Zo probeerde men altijd de dans te ontspringen.

Zoals al een paar keer werd aangehaald is en blijft politisering een pijnpunt. Ik hoop dat men toch werk zal durven maken van het ingediende amendement. Wij hebben dat trouwens zelf ook in onze motie opgenomen.

Andere pijnpunten zijn de beheersovereenkomsten, het aspect veiligheidscultuur en het aspect van de onafhankelijke onderzoeksinstantie. Dat zijn allemaal cruciale punten waarop men in dit rapport nog steeds tekortschiet.

Hetzelfde geldt voor de rol van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen. Ook daar hebben sommigen een rol gespeeld om de huidige ministers en de staatssecretaris wat uit de wind te zetten, terwijl Europa en de Raad van State zeer duidelijk zijn in hun analyse dat de banden met de NMBS moeten worden doorgeknipt. Ook in die conclusies en aanbevelingen trachtte men het huidig beleid in feite te vergoelijken en dat zou niet mogen.

Collega’s, uit de hoorzittingen blijkt zeer duidelijk dat in het nog niet zo verre verleden – die politici zijn immers allemaal nog actief – zeer zware fouten zijn gemaakt op het vlak van het veiligheidsbeleid. Zo wordt bijvoorbeeld verwezen naar een slecht zichtbaar sein dat slechts na twee of vier jaar wordt vervangen. Blijkbaar was dit de gewoonte. Blijkbaar heeft men gewacht op dit rapport om daar mogelijks iets aan te doen. Ik heb al veel grote engagementen en mooie woorden gehoord. De vraag is natuurlijk of wij niet opnieuw de situatie gaan herhalen waarin mooie plannen en dynamische voorstellen worden voorgelegd, terwijl bij de realisatie de wil ontbreekt of andere keuzes worden gemaakt, waardoor men opnieuw ter plaatse blijft trappelen.

Vandaag is het principieel standpunt inzake veiligheidssystemen dat men kiest voor een verouderd systeem als TBL1+.

Wij gaan als het ware met de teletijdmachine terug in de tijd en een verouderd systeem installeren met als groot argument dat het tenminste iets zal doen op het vlak van veiligheid. Als men morgen voorstelt om de treinen maar 30km/u te laten rijden dan ben ik er zeker van dat het nog veiliger zal zijn! Het heeft weinig zin om nu opnieuw te kiezen voor verouderde systemen terwijl wij eindelijk kunnen kiezen voor een systeem zoals ETCS dat voor een hogere veiligheidsgraad zorgt. Het voorbeeld van Duitsland toont aan dat 100 % veiligheid nooit bestaat. Wij zullen altijd werk moeten maken van het aspect veiligheid.

Ik verwijs ter afronding naar de door ons ingediende motie. Er is een aantal pijnpunten die wij in dit rapport missen. Ten eerste, het Parlement is in hetzelfde bedje ziek. Ik heb geen enkele politicus of geen enkele gewezen NMBS-baas gehoord die zei “het klopt; wat wij nu weten wisten wij toen niet” of “wij hebben toen dit of dat verzuimd” of “wij hebben toen dit of dat niet gedaan”. Wat ik wel hoorde was “ik ben goed bezig; over wat mijn voorganger heeft gedaan kan ik mij niet uitspreken, maar wij zaten op de juiste weg”. Dat was de algemene teneur bij veel mensen die de revue zijn gepasseerd in de bijzondere commissie. Dat is evenwel niet het antwoord dat de slachtoffers en de nabestaanden wensen. Zij wensen duidelijkheid. Zij wensen dat de commissie duidelijke keuzes maakt, maar daar slaagt zij niet in. Op dat vlak omzeilen wij het probleem.

De commissie had zeker een aanbeveling kunnen doen op het vlak van begeleiding van de slachtoffers. Op dat vlak schieten wij schromelijk te kort. Die mensen horen met moeite nog iets van de NMBS. Wie zwaargewond is geraakt of een kind heeft verloren verdient zo een behandeling niet. De commissie had van dat punt meer werk kunnen maken. Na bijna een jaar hebben wij nog niet vastgesteld wat aan de basis lag van het ongeval. Het juridisch onderzoek is een jaar aan de gang en minister De Clerck heeft collega aan Weyts geantwoord dat er nog steeds geen concreet resultaat is. Dat is bijzonder pijnlijk.

Ik hoop dat de politici die op 15 februari 2011 vooraan staan bij de herdenking te Buizingen, daar eens aan denken.

Bron: http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/53/ip018x.html

Plenumvergadering van donderdag 10 februari 2011
 
Verslag van de bijzondere commissie belast met het onderzoek naar de veiligheid van het spoorwegennet in België naar aanleiding van het dramatisch treinongeval in Buizingen (444/1-4)

01.08  Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, vandaag had de bekroning moeten zijn van hard werk binnen de commissie Spoorwegveiligheid. Ik weet dat het niet altijd evident is om aan de kiezer uit te leggen dat er op dit moment, met een regering van lopende zaken, hard gewerkt wordt, maar ik denk dat er, zeker wat deze commissie betreft, hard werd gewerkt en dat er over de grenzen heen gesteld mag worden dat er collegiaal werd gewerkt en dat alle partijen hun ding hebben kunnen doen. Er is zeer correct gewerkt.

Ik ben wel een beetje verwonderd over de nogal bitse reacties die hier vandaag komen richting N-VA, partij die althans volgens mij een consequent standpunt inneemt. De grote bezwaren die men uit in verband met die ‘ocharme drie amendementjes’ liggen blijkbaar zeer zwaar op de lever en men stuurt diverse PS’ers hier het slagveld in om toch die amendementen met de grond gelijk te maken. Laat het een magere troost zijn, wij zullen die alvast wel steunen. Wij vinden dat gezond verstand hier zeker op zijn plaats moet zijn.

Collega’s, er is al veel gezegd, er zijn al veel analyses gemaakt, er zijn al veel verklaringen afgelegd over de betrokken treinramp. Wanneer wij een eindje teruggaan in de tijd – nog geen jaar, op 15 februari zal het net één jaar zijn – moeten we toch tot de vaststelling komen dat het resultaat van één jaar onderzoek, zeker als wij kijken naar de slachtoffers, naar de nabestaanden in feite toch niet is wat het moet zijn, dat het eerder mager is.

We hebben een dikke bundel gekregen met veel bladzijden, veel analyses, veel scherpe, degelijke teksten – ik zeg nog eens, er is goed en hard aan gewerkt – maar wanneer het gaat om de juiste keuzes te maken, om de juiste analyses te maken, vind ik toch dat die commissie tekort is geschoten. Daar moet natuurlijk een reden voor zijn en beelden zeggen soms meer dan woorden. Daarom heb ik nog eens de moeite gedaan om de krantenkoppen van dat voorbije jaar naar voor te halen.

Eerst en vooral, de dag na de treinramp. Iedereen herinnert zich nog dat beeld van die man die dat meisje, dat het gelukkig wel overleefd heeft, uit het treinwrak haalt. Als antwoord op die zeer dramatische treinramp, 19 doden en 170 gewonden, komt daar die bijzondere spoorwegcommissie. Vol goede moed, want na de feiten die na 15 februari 2010 in de kranten verschijnen, begint men natuurlijk te denken “hoe kan zoiets in België gebeuren?”. Ondanks de treinramp van Pécrot, ondanks de treinramp van Aalter, slagen wij er niet in om op een ernstige manier werk te maken van spoorveiligheid.

Direct komen er een paar namen in beeld, een paar nog actieve politici, een paar politici die de revue ondertussen zijn gepasseerd. Men moet natuurlijk met een antwoord komen voor de slachtoffers, voor de bevolking. De bevolking wil een antwoord, wil dat er duidelijkheid is.

Dan komt die bijzondere commissie voor de Spoorveiligheid. Zowel de eerste als de tweede commissie had alle troeven in handen om zeer degelijk te werken. Ook de voorzitters van beide commissies hebben de commissieleden daarin alle vrijheid gegeven.

Wij hebben ook het geluk gehad om zeer deskundige experts te hebben gehoord die van ons geen experts hebben gemaakt, maar die er toch voor hebben gezorgd dat deze zeer technische en moeilijke materie – ik hoop dat jullie na vanavond ook allemaal experts zijn geworden op het vlak van TBL1, TBL1+, ETCS en dies meer – voor ons begrijpelijk werd. Zij hebben een goede, scherpe analyse gemaakt.

Zij hebben zeer degelijk werk geleverd. Wie de moeite zou doen om de teksten van de experts erop na te slaan, zou zien dat een haarfijne analyse werd gemaakt van het beleid bij de NMBS en de politieke keuzes die wel of juist niet werden gemaakt.

Dat de bijzondere commissie voor de Spoorveiligheid voor de tweede keer aanvangt is al onmiddellijk een grote krantenkop die zeer duidelijk is: “Experts Buizingen snoeihard voor NMBS”

Van start mogen gaan met een commissie waarin onmiddellijk die teneur wordt gezet – ik denk dat die krant een logische analyse heeft gemaakt – maakt dat wij op basis van de analyse van de experts niet anders konden dan zeer scherpe keuzes maken. De vraag is natuurlijk of die scherpe keuzes daadwerkelijk zijn gemaakt. Ik betwijfel dat zeer sterk.

Niet veel later, wanneer wij met de commissie conclusies trekken en aanbevelingen doen, heeft men nog voor de eerste letter van het rapport van de vier rapporteurs werd geschreven alweer een nieuwe krantenkop: “Achttien doden maar niemand treft schuld”.

Ik vind dat een zeer scherpe analyse. Nog voor er een letter is geschreven, wordt die analyse gemaakt. U mag het rapport erop nalezen, het klopt: niemand treft schuld. Men heeft het zelfs zo geformuleerd dat het iedereen zijn schuld is. Men durft niet te zeggen dat het iemands schuld is, dus zegt men dat het de schuld van iedereen is. Het is onze schuld. Dat is het gemakkelijkste. Dat is de vlucht vooruit. Wij kijken niet meer achter ons. Wij zijn fout geweest, maar nu gaan we het beter doen.

Ten eerste, de vraag is of wij het wel beter gaan doen. Ten tweede, het is natuurlijk niet iedereen zijn schuld. Men gaat zelfs zo ver, ik ben verwonderd dat de N-VA in de logica is meegegaan, om zelfs het Parlement, u en mij, met de vinger te wijzen: wij moeten allemaal met boter op het hoofd zitten want wij zijn tekortgeschoten in onze controlerende functie.

Sorry, maar ik heb de werkzaamheden van de commissie intens meegemaakt de voorbije zes maanden. Ik heb daar geen analyse van de parlementaire werkzaamheden. Ik heb daar wel CEO’s en politici zien staan zwaaien en zeggen dat daarover geen parlementaire vragen werden gesteld. Men heeft zelf een verdedigingslinie opgebouwd door te zeggen dat het Parlement tekort is geschoten en dus is het ook de schuld van het Parlement. Ik vind dat toch wel een zeer kromme redenering. Men probeert in heel het debat iedereen in het bad te krijgen zodat iedereen de dans ontspringt.

Dit moet natuurlijk een reden hebben. Hoe komt het dat zo’n commissie, waarin alle partijen aanwezig zijn en waar er voldoende garanties zijn om een goede, krachtige analyse te maken, er niet in slaagt die analyse te maken? We moeten hiervoor een beetje teruggaan in de tijd, van nu tot 1982. Als men dan kijkt naar de namen van zij die verantwoordelijkheid hadden binnen de raad van bestuur, die CEO waren, die bevoegd minister of staatssecretaris waren, stelt men ineens vast dat alle politieke partijen, op twee na, de revue passeren. Ik som ze even op: Didier Reynders, Herman De Croo, Jean-Luc Dehaene, Etienne Schouppe, Guy Coëme, Elio Di Rupo, Michel Daerden, Karel Vinck, Isabelle Durant, Johan Vande Lanotte, Renaat Landuyt, Bruno Tuybens, Steven Vanackere. Alle partijen, op twee na, zitten in dat bad.

Hier ligt al de grote reden waarom iedereen mee in dat bad moet. Iedereen is schuldig, iedereen van de gevestigde partijen die – zoals Lijst Dedecker al werd opgemerkt – die benoemingsmachine hebben onderhouden en gevoed. Zij hebben ervoor gezorgd – dit is een van de conclusies – dat die raden van bestuur vol zaten met mensen die niet competent waren en die niet wakker lagen van veiligheid. Dat is de grote analyse, maar dat durft men natuurlijk niet hard maken. Men probeert voorzichtigheidshalve te zeggen dat in 1987 waarschijnlijk een verkeerde keuze werd gemaakt. Toen werd TBL1 afgeblazen en men had dit niet mogen doen. Het is dan toch vrij eenvoudig? Laat ons dan kijken wie toen de bevoegde ministers waren. Ik zie hier Herman De Croo als minister verantwoordelijk voor de NMBS van 1981 tot 1988. Ik denk dat dit wel een vaststaand feit is. Maar zover durft de commissie niet gaan.

Na de treinramp in Pécrot is er een nieuw keuzemoment op een moment dat het onverantwoord is om te kiezen voor ETCS. Ook daar kan men perfect de bevoegde politici, mevrouw Isabelle Durant, met de vinger wijzen. Ook dat durft men niet te doen.

Dat is een heel groot gebrek van voorliggend document, dat nochtans de moeite waard is. Ik verwijs ter zake naar de stukken van de experts. De commissie heeft in feite een pasklare analyse gekregen. Zij heeft echter niet durven snijden. Zij heeft geen duidelijke keuze durven maken, natuurlijk omdat – ik herhaal het – de gevestigde politieke partijen in hetzelfde bedje ziek waren.

Is het hier allemaal kommer en kwel? Zijn het allemaal slechte aanbevelingen en conclusies? Dat is natuurlijk niet het geval. Samen met de N-VA hebben wij een lang traject afgelegd en hebben wij lang hetzelfde pad bewandeld. Op een gegeven moment meende ik even alleen te staan. Ik ben blij dat ik op het einde van de rit de N-VA opnieuw heb zien opstaan.

Wij hebben altijd een rechtlijnig pad bewandeld. Wij hebben altijd benadrukt dat er geen taboes zijn. Helaas zijn ze er wel. Immers, in het rapport zal u geen enkele naam van verantwoordelijke politici lezen. Het is trouwens spijtig dat staatssecretaris Schouppe – ik zie hem net toekomen – al een paar keer de koffiekamer heeft gefrequenteerd. Zijn naam is in de bijzondere Kamercommissie veel gevallen. Hij had zijn rol hier perfect spelen, wanneer het over de oplossingen gaat. Ik ben dus blij dat hij onze rangen opnieuw vervoegt. Immers, zowel bij minister Vervotte als bij staatssecretaris Schouppe rust een zware verantwoordelijkheid, niet alleen inzake het verleden maar ook wanneer het over de oplossingen gaat. Zij maken weliswaar deel uit van een regering van lopende zaken. Zulks zou hun echter niet hun verantwoordelijkheid mogen doen ontlopen, wat hier nochtans het geval is.

Collega’s, inzake de voorgestelde aanbevelingen en conclusies ga ik akkoord met bijvoorbeeld de conclusies en aanbevelingen op het vlak van de menselijke factor in de veiligheidscultuur, aanwerving, opleiding, werkdruk en arbeidsomstandigheden. Ook op het vlak van de seinvoorbijrijdingen en de bedrijfscultuur vinden wij elkaar. Ter zake wordt een correcte analyse gemaakt en worden ook goede voorstellen gedaan. Het gaat om voorstellen die door de voltallige commissie worden gedragen.

Ik wil trouwens mijn waardering voor de commissievoorzitter betonen. Hij heeft ter zake ten volle zijn correcte, objectieve rol gespeeld.

Niettemin ontbreken een aantal cruciale aanbevelingen.

Ik verwijs bijvoorbeeld naar onze vaststelling dat de treinramp in Buizingen nooit zou hebben plaatsgevonden, mochten de politieke verantwoordelijken – in casu de ministers, de staatssecretarissen en de leden van de raad van bestuur – hun verantwoordelijkheid hadden genomen. Nooit hebben zij van het aspect veiligheid echt wakker gelegen. Nooit hebben zij op cruciale momenten de juiste keuzes gemaakt. Zij hebben ze ofwel niet gemaakt, ofwel hebben zij de verkeerde keuzes gemaakt. Het ging echter telkens over een gebrek aan verantwoordelijkheid op het vlak van de veiligheid.

Bij die hoorzittingen was het toch wel bijzonder cynisch om vast te stellen dat wanneer er pertinente vragen werden gesteld op basis van die goede rapporten, een gewezen premier uit Vilvoorde lompweg stelde dat hij geen technicus of ingenieur was en hij het dus niet wist. Men ontliep op die manier zijn verantwoordelijkheid door te stellen dat men hen met veiligheidssystemen niet lastig moest vallen.

Men zou in feite perfect een analyse kunnen maken van manieren om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Wanneer wij er dan met cijfers op wezen hoe dramatisch de toestand was in België op het vlak van veiligheid in het verleden en stelden dat de minister dat toch moest gezien hebben en dat de top van de NMBS daar toch regelmatig over gebrieft moest zijn, dan stelde men dat die cijfers uit het buitenland niet vergeleken konden worden. Het gebeurde ook dat een clever persoon tijdens de hoorzitting zei dat sommige landen het nog veel slechter doen. Men vergeleek natuurlijk altijd met de slechte leerlingen. Zo probeerde men altijd de dans te ontspringen.

Zoals al een paar keer werd aangehaald is en blijft politisering een pijnpunt. Ik hoop dat men toch werk zal durven maken van het ingediende amendement. Wij hebben dat trouwens zelf ook in onze motie opgenomen.

Andere pijnpunten zijn de beheersovereenkomsten, het aspect veiligheidscultuur en het aspect van de onafhankelijke onderzoeksinstantie. Dat zijn allemaal cruciale punten waarop men in dit rapport nog steeds tekortschiet.

Hetzelfde geldt voor de rol van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen. Ook daar hebben sommigen een rol gespeeld om de huidige ministers en de staatssecretaris wat uit de wind te zetten, terwijl Europa en de Raad van State zeer duidelijk zijn in hun analyse dat de banden met de NMBS moeten worden doorgeknipt. Ook in die conclusies en aanbevelingen trachtte men het huidig beleid in feite te vergoelijken en dat zou niet mogen.

Collega’s, uit de hoorzittingen blijkt zeer duidelijk dat in het nog niet zo verre verleden – die politici zijn immers allemaal nog actief – zeer zware fouten zijn gemaakt op het vlak van het veiligheidsbeleid. Zo wordt bijvoorbeeld verwezen naar een slecht zichtbaar sein dat slechts na twee of vier jaar wordt vervangen. Blijkbaar was dit de gewoonte. Blijkbaar heeft men gewacht op dit rapport om daar mogelijks iets aan te doen. Ik heb al veel grote engagementen en mooie woorden gehoord. De vraag is natuurlijk of wij niet opnieuw de situatie gaan herhalen waarin mooie plannen en dynamische voorstellen worden voorgelegd, terwijl bij de realisatie de wil ontbreekt of andere keuzes worden gemaakt, waardoor men opnieuw ter plaatse blijft trappelen.

Vandaag is het principieel standpunt inzake veiligheidssystemen dat men kiest voor een verouderd systeem als TBL1+.

Wij gaan als het ware met de teletijdmachine terug in de tijd en een verouderd systeem installeren met als groot argument dat het tenminste iets zal doen op het vlak van veiligheid. Als men morgen voorstelt om de treinen maar 30km/u te laten rijden dan ben ik er zeker van dat het nog veiliger zal zijn! Het heeft weinig zin om nu opnieuw te kiezen voor verouderde systemen terwijl wij eindelijk kunnen kiezen voor een systeem zoals ETCS dat voor een hogere veiligheidsgraad zorgt. Het voorbeeld van Duitsland toont aan dat 100 % veiligheid nooit bestaat. Wij zullen altijd werk moeten maken van het aspect veiligheid.

Ik verwijs ter afronding naar de door ons ingediende motie. Er is een aantal pijnpunten die wij in dit rapport missen. Ten eerste, het Parlement is in hetzelfde bedje ziek. Ik heb geen enkele politicus of geen enkele gewezen NMBS-baas gehoord die zei “het klopt; wat wij nu weten wisten wij toen niet” of “wij hebben toen dit of dat verzuimd” of “wij hebben toen dit of dat niet gedaan”. Wat ik wel hoorde was “ik ben goed bezig; over wat mijn voorganger heeft gedaan kan ik mij niet uitspreken, maar wij zaten op de juiste weg”. Dat was de algemene teneur bij veel mensen die de revue zijn gepasseerd in de bijzondere commissie. Dat is evenwel niet het antwoord dat de slachtoffers en de nabestaanden wensen. Zij wensen duidelijkheid. Zij wensen dat de commissie duidelijke keuzes maakt, maar daar slaagt zij niet in. Op dat vlak omzeilen wij het probleem.

De commissie had zeker een aanbeveling kunnen doen op het vlak van begeleiding van de slachtoffers. Op dat vlak schieten wij schromelijk te kort. Die mensen horen met moeite nog iets van de NMBS. Wie zwaargewond is geraakt of een kind heeft verloren verdient zo een behandeling niet. De commissie had van dat punt meer werk kunnen maken. Na bijna een jaar hebben wij nog niet vastgesteld wat aan de basis lag van het ongeval. Het juridisch onderzoek is een jaar aan de gang en minister De Clerck heeft collega aan Weyts geantwoord dat er nog steeds geen concreet resultaat is. Dat is bijzonder pijnlijk.

Ik hoop dat de politici die op 15 februari 2011 vooraan staan bij de herdenking te Buizingen, daar eens aan denken.

Bron: http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/53/ip018x.html

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...