[09/11/10] Bespreking wetsontwerp met betrekking tot de liberalisering van de postsector

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van 20, 26 en 27 oktober en 9 november 2010

Bespreking wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de Belgische regulator van de post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten (I)

Bespreking wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 2, 2/1 en 4 van de wet houdende wijziging van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.

Vragen en opmerkingen van de leden

De heer Tanguy Veys (VB) betreurt dat de bespreking van dit wetsontwerp bij hoogdringendheid moet gebeuren. Er zou eind 2009 al een akkoord in de ministerraad bereikt zijn. Waarom komt deze tekst nu pas naar het parlement? De laattijdige parlementaire goedkeuring, op enkele maanden voor de vrijmaking van de markt, speelt in de kaart van “bpost”, de huidige monopolist. Het wetsontwerp leidt volgens de spreker niet tot liberalisering van de sector. Hij wil weten of de rol die “bpost” in dit wetsontwerp krijgt in de vrijgemaakte markt wordt goedgekeurd door de Europese Commissie. Zijn er trouwens studies gemaakt naar de gevolgen voor “bpost” door de vrijmaking van de markt? Hij sluit zich ook aan bij de vraag van vorige sprekers waarom de postaanbieders niet met zelfstandigen kunnen werken. De heer Veys wil van de minister ook weten waarom het wetsontwerp een aanwezigheid van aanbieders van postdiensten in de drie gewesten oplegt en waarom er gekozen werd voor een uiteindelijke dekkingsgraad van 80 %? Hij vraagt ook waarom “bpost” bij de verdeling van tijdschriften en dagbladen onder de kostprijs mag werken. Houdt dit geen oneerlijke concurrentie in? Wordt het marktsegment voor dagbladen en tijdschriften in de nabije toekomst ook enkel aan “bpost” toegewezen of gaat de vrije marktwerking hier spelen? Zullen andere marktspelers ook kunnen genieten van de vrijstelling van btw voor sommige postproducten, of geldt die vrijstelling enkel voor “bpost”?
Tenslotte wil de heer Veys weten in hoeverre de regering het BIPT bewegingsvrijheid zal toekennen bij controle op de prijsevolutie van de postzegels.

Antwoorden van de minister

De voorliggende wetsontwerpen zijn het gevolg van een compromis. De regering staat open voor eventuele amendering. Toch moet gezegd dat het Europa is dat heeft beslist de postsector, net als de telecomsector, te liberaliseren. Deze openstelling moet dan ook binnen de door de betreffende richtlijn gestelde tijd worden gerealiseerd in iedere lidstaat. Het debat hierover heeft op Europees niveau plaatsgehad. Het hele proces heeft intussen 18 jaar in beslag genomen. De huidige regering heeft het omzettingsproces 2 jaar geleden opgestart. De tijd dringt want de omzetting moet voor nieuwjaar 2011 gebeuren. De essentie is dat het geen blinde liberalisering betreft: er worden conform de Europese richtlijnen kwaliteitseisen gesteld aan iedere marktspeler, er is een einde gesteld aan het monopolie van De Post, thans “bpost”, en het BIPT wordt versterkt om sancties op te leggen en geschillen te beslechten. Weinig overheidsbedrijven hebben zich als “bpost” voorbereid op de nakende totale openstelling door haar waaier aan producten te diversifi ëren en ook op sociaal vlak de nodige herstructureringen door te voeren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat “bpost” krachtens de wet wordt aangesteld om de universele dienstverlening gedurende 8 jaar te verzorgen. Geen ander bedrijf kan dit — gezien de dekkings-, frequentie- en tariefvereisten — op dit ogenblik aan. Indien blijkt dat de universele dienst een “onevenredige last” — begrip dat nog moet worden uitgediept — zou uitmaken, zal de overheid tussenkomen. Een compensatiefonds gefinancierd door de aanbieders van postdiensten wordt, gezien de moeilijkheden met deze formule in de telecomsector, uitgesloten. De periode van 8 jaar — in Portugal werd nota bene gekozen voor een periode van 20 jaar — is bedoeld om alle afschrijvingen van de investeringen inzake universele dienstverlening te kunnen doorvoeren. De postsector is arbeidsintensief en kan moeilijk met om het even welke andere sector — zoals de telecomsector, die kapitaalintensief is — worden vergeleken. Vandaar specifi eke oplossingen voor de specifi eke problemen van de sector. Er zijn weinig sectoren waar een honderdtal klanten instaan voor de helft van de omzet. Toch zijn een aantal zaken overgenomen, zoals bijvoorbeeld de dekkingsgraad (die ook in de telecomsector is opgelegd) en waarvan de miskenning gesanctioneerd zal worden door het BIPT conform onderhavige wetsontwerpen uitgevaardigde koninklijke besluiten. De logica erachter is dat men afroming van de markt (“cherry-picking” in het economisch jargon) wil tegengaan. KPMG — waarvan het rapport op de webstek van het BIPT geraadpleegd kan worden — heeft geadviseerd dat dit stapsgewijs zou gebeuren. Dat de dekking — die niet maximaal 100 % hoeft te zijn, wel 80 % — in de drie gewestenmoet gebeuren, is het gevolg van een politieke keuze. Zweden is sedert 1993 een voortrekker op het gebied van de algehele liberalisering. De klantentevredenheid is er gestegen, postkantoren werden er vervangen door postpunten en zelfs de prijs van de postzegel —ondanks de btw van 25 % hierop — is lager dan in België. Ook hier wordt met werknemers en niet met zelfstandigen gewerkt voor het proces tussen ophalen en verdelen. De taalwetgeving zal op om het even welke publieke dienstverlener — die vanaf 2019 ook een andere kan zijn dan “bpost” — van toepassing zijn. Het moet gezegd dat de felste concurrent van de historische operator niet zozeer andere bedrijven dan wel andere communicatiemiddelen, en meer bepaald de elektronische, zijn. De gelijkstelling van elektronisch en ter post aangetekende zending werd bij dit ontwerp gevoegd omdat de huidige “aangetekende” voor veel ergernis zorgt zowel bij privépersonen als bij bedrijven (die jaarlijks een volmacht tegen betaling moeten vernieuwen om de personen aan te wijzen die rechtsgeldig een aangetekende in ontvangst kunnen nemen). Op de vraag waarom een elektronisch aangetekende zending 50 eurocent zal kosten (in plaats van de 5 euro voor een ter post aangetekende zending), is het antwoord dat een bedrijf uit Waals-Brabant (“Unifi ed Post”) deze dienst tegen dit tarief zal aanbieden. De beheersovereenkomst met “bpost” wordt op dit ogenblik door de Europese Commissie onderzocht, waarna ze opnieuw op de regeringstafel zal belanden. Een aantal vragen betreffen specifieke artikelen (art. 28, 30 & 53, bijvoorbeeld) en zullen dan ook in de artikelsgewijze bespreking aan bod komen.  

[…]

Replieken

De heer Tanguy Veys (VB) heeft kritiek op de laattijdige indiening. Hij ziet ook niet in waarom een “liberaal” project niet kan toelaten dat een aanbieder van postdiensten alleen in twee Gewesten opereert in plaats van verplicht te worden in de drie Belgische Gewesten aanwezig te zijn.

[…]

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Art. 28

Amendement nr. 32 (DOC 53 0202/004) wordt ingediend door de heer Tanguy Veys. De heer Tanguy Veys (VB) vindt de vereiste voor aanbieders van postdiensten om actief te zijn in de drie gewesten in tegenstrijd met de maatschappelijke realiteit, waarbij er vooral postverkeer is binnen de gewesten en tussen Vlaanderen hetzij Wallonië en Brussel. De poststroom tussen Vlaanderen en Wallonië is beperkt.

Amendement nr. 32 gaat volgens de minister in tegen de geest van de Europese richtlijn, die een wettelijk kader vraagt voor het nationale grondgebied.

Amendement nr. 32 wordt verworpen met 11 tegen 1 stem en 4 onthoudingen.

http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/0202/53K0202006.pdf

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van 20, 26 en 27 oktober en 9 november 2010

Bespreking wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de Belgische regulator van de post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten (I)

Bespreking wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 2, 2/1 en 4 van de wet houdende wijziging van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.

Vragen en opmerkingen van de leden

De heer Tanguy Veys (VB) betreurt dat de bespreking van dit wetsontwerp bij hoogdringendheid moet gebeuren. Er zou eind 2009 al een akkoord in de ministerraad bereikt zijn. Waarom komt deze tekst nu pas naar het parlement? De laattijdige parlementaire goedkeuring, op enkele maanden voor de vrijmaking van de markt, speelt in de kaart van “bpost”, de huidige monopolist. Het wetsontwerp leidt volgens de spreker niet tot liberalisering van de sector. Hij wil weten of de rol die “bpost” in dit wetsontwerp krijgt in de vrijgemaakte markt wordt goedgekeurd door de Europese Commissie. Zijn er trouwens studies gemaakt naar de gevolgen voor “bpost” door de vrijmaking van de markt? Hij sluit zich ook aan bij de vraag van vorige sprekers waarom de postaanbieders niet met zelfstandigen kunnen werken. De heer Veys wil van de minister ook weten waarom het wetsontwerp een aanwezigheid van aanbieders van postdiensten in de drie gewesten oplegt en waarom er gekozen werd voor een uiteindelijke dekkingsgraad van 80 %? Hij vraagt ook waarom “bpost” bij de verdeling van tijdschriften en dagbladen onder de kostprijs mag werken. Houdt dit geen oneerlijke concurrentie in? Wordt het marktsegment voor dagbladen en tijdschriften in de nabije toekomst ook enkel aan “bpost” toegewezen of gaat de vrije marktwerking hier spelen? Zullen andere marktspelers ook kunnen genieten van de vrijstelling van btw voor sommige postproducten, of geldt die vrijstelling enkel voor “bpost”?
Tenslotte wil de heer Veys weten in hoeverre de regering het BIPT bewegingsvrijheid zal toekennen bij controle op de prijsevolutie van de postzegels.

Antwoorden van de minister

De voorliggende wetsontwerpen zijn het gevolg van een compromis. De regering staat open voor eventuele amendering. Toch moet gezegd dat het Europa is dat heeft beslist de postsector, net als de telecomsector, te liberaliseren. Deze openstelling moet dan ook binnen de door de betreffende richtlijn gestelde tijd worden gerealiseerd in iedere lidstaat. Het debat hierover heeft op Europees niveau plaatsgehad. Het hele proces heeft intussen 18 jaar in beslag genomen. De huidige regering heeft het omzettingsproces 2 jaar geleden opgestart. De tijd dringt want de omzetting moet voor nieuwjaar 2011 gebeuren. De essentie is dat het geen blinde liberalisering betreft: er worden conform de Europese richtlijnen kwaliteitseisen gesteld aan iedere marktspeler, er is een einde gesteld aan het monopolie van De Post, thans “bpost”, en het BIPT wordt versterkt om sancties op te leggen en geschillen te beslechten. Weinig overheidsbedrijven hebben zich als “bpost” voorbereid op de nakende totale openstelling door haar waaier aan producten te diversifi ëren en ook op sociaal vlak de nodige herstructureringen door te voeren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat “bpost” krachtens de wet wordt aangesteld om de universele dienstverlening gedurende 8 jaar te verzorgen. Geen ander bedrijf kan dit — gezien de dekkings-, frequentie- en tariefvereisten — op dit ogenblik aan. Indien blijkt dat de universele dienst een “onevenredige last” — begrip dat nog moet worden uitgediept — zou uitmaken, zal de overheid tussenkomen. Een compensatiefonds gefinancierd door de aanbieders van postdiensten wordt, gezien de moeilijkheden met deze formule in de telecomsector, uitgesloten. De periode van 8 jaar — in Portugal werd nota bene gekozen voor een periode van 20 jaar — is bedoeld om alle afschrijvingen van de investeringen inzake universele dienstverlening te kunnen doorvoeren. De postsector is arbeidsintensief en kan moeilijk met om het even welke andere sector — zoals de telecomsector, die kapitaalintensief is — worden vergeleken. Vandaar specifi eke oplossingen voor de specifi eke problemen van de sector. Er zijn weinig sectoren waar een honderdtal klanten instaan voor de helft van de omzet. Toch zijn een aantal zaken overgenomen, zoals bijvoorbeeld de dekkingsgraad (die ook in de telecomsector is opgelegd) en waarvan de miskenning gesanctioneerd zal worden door het BIPT conform onderhavige wetsontwerpen uitgevaardigde koninklijke besluiten. De logica erachter is dat men afroming van de markt (“cherry-picking” in het economisch jargon) wil tegengaan. KPMG — waarvan het rapport op de webstek van het BIPT geraadpleegd kan worden — heeft geadviseerd dat dit stapsgewijs zou gebeuren. Dat de dekking — die niet maximaal 100 % hoeft te zijn, wel 80 % — in de drie gewestenmoet gebeuren, is het gevolg van een politieke keuze. Zweden is sedert 1993 een voortrekker op het gebied van de algehele liberalisering. De klantentevredenheid is er gestegen, postkantoren werden er vervangen door postpunten en zelfs de prijs van de postzegel —ondanks de btw van 25 % hierop — is lager dan in België. Ook hier wordt met werknemers en niet met zelfstandigen gewerkt voor het proces tussen ophalen en verdelen. De taalwetgeving zal op om het even welke publieke dienstverlener — die vanaf 2019 ook een andere kan zijn dan “bpost” — van toepassing zijn. Het moet gezegd dat de felste concurrent van de historische operator niet zozeer andere bedrijven dan wel andere communicatiemiddelen, en meer bepaald de elektronische, zijn. De gelijkstelling van elektronisch en ter post aangetekende zending werd bij dit ontwerp gevoegd omdat de huidige “aangetekende” voor veel ergernis zorgt zowel bij privépersonen als bij bedrijven (die jaarlijks een volmacht tegen betaling moeten vernieuwen om de personen aan te wijzen die rechtsgeldig een aangetekende in ontvangst kunnen nemen). Op de vraag waarom een elektronisch aangetekende zending 50 eurocent zal kosten (in plaats van de 5 euro voor een ter post aangetekende zending), is het antwoord dat een bedrijf uit Waals-Brabant (“Unifi ed Post”) deze dienst tegen dit tarief zal aanbieden. De beheersovereenkomst met “bpost” wordt op dit ogenblik door de Europese Commissie onderzocht, waarna ze opnieuw op de regeringstafel zal belanden. Een aantal vragen betreffen specifieke artikelen (art. 28, 30 & 53, bijvoorbeeld) en zullen dan ook in de artikelsgewijze bespreking aan bod komen.  

[…]

Replieken

De heer Tanguy Veys (VB) heeft kritiek op de laattijdige indiening. Hij ziet ook niet in waarom een “liberaal” project niet kan toelaten dat een aanbieder van postdiensten alleen in twee Gewesten opereert in plaats van verplicht te worden in de drie Belgische Gewesten aanwezig te zijn.

[…]

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Art. 28

Amendement nr. 32 (DOC 53 0202/004) wordt ingediend door de heer Tanguy Veys. De heer Tanguy Veys (VB) vindt de vereiste voor aanbieders van postdiensten om actief te zijn in de drie gewesten in tegenstrijd met de maatschappelijke realiteit, waarbij er vooral postverkeer is binnen de gewesten en tussen Vlaanderen hetzij Wallonië en Brussel. De poststroom tussen Vlaanderen en Wallonië is beperkt.

Amendement nr. 32 gaat volgens de minister in tegen de geest van de Europese richtlijn, die een wettelijk kader vraagt voor het nationale grondgebied.

Amendement nr. 32 wordt verworpen met 11 tegen 1 stem en 4 onthoudingen.

http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/0202/53K0202006.pdf

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...