[07/12/12] Bespreking wetsontwerp inzake de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Bespreking wetsontwerp houdende instemming met en uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 3 december 2009 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de uitvoering van het Verdrag inzake de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996 en houdende uitvoering van het Verdrag.

Vragen en opmerkingen van de leden van de commissie

De heer Tanguy Veys (VB) vraagt toelichting bij de stelling dat de vertraging in de omzetting van het Verdrag aan de Gewesten te wijten is.
Werd met de betrokken sector overleg gepleegd?
Heeft de staatssecretaris rekening gehouden met de inbreng van de bedrijven die in de binnenvaart actief
zijn? Hoe zijn de organen van het Instituut voor het Transport langs de Binnenwateren (ITB) samengesteld?
Zullen de zegels steeds in elektronische vorm ter beschikking worden gesteld?
Een stuurgroep zal jaarlijks de tarieven vaststellen.Waarvan zal de hoogte van die tarieven afhangen?
Wanneer had het Verdrag normaliter in werking moeten treden?

[…]

De staatssecretaris stelt dat de zegels uitsluitend onder de vorm van een elektronische informatiedrager ter beschikking zullen worden gesteld. De vertraging van de procedure tot omzetting van het Verdrag ligt vooral aan de noodzaak om de akkoordbevinding van de Gewesten te verkrijgen; de federale Staat beschikt ter zake niet over drukkingsmiddelen. Na het politieke akkoord heeft het nog negen maanden geduurd vooraleer de juridische instemming van de laatste bevoegde overheid een feit was. Over de verdeling van de verantwoordelijkheden die uit het ontwerp voortvloeien, is ruim overleg gepleegd in de schoot van het ITB. Over de verdeling van de opdrachten tussen de federale overheid enerzijds en de Gewesten anderzijds bestaat duidelijkheid. Over de taakverdeling tussen de Gewesten onderling (bijvoorbeeld voor de opvang van het huisvuil van de binnenvaart of van de gebruikte olie) dienen deze overheden zelf in de nabije toekomst afspraken te maken, maar de onmiddellijke toepassing van het Verdrag wordt daar niet door verhinderd. Schippers die de milieuregels niet volgen, zullen worden gestraft op basis van nieuwe strafrechtelijke normen, die nog dienen te worden ingevoerd.

De grondslag voor de bepaling van de tarieven alsook de concrete aanpassing ervan is verdragsrechtelijk bepaald. Ons land dient daarover eerst intern, in een onderhandeling tussen de drie Gewesten in de schoot van een stuurgroep, een gemeenschappelijke positie te bepalen. De Rijn- en binnenvaart heeft sinds de ondertekening van het Verdrag van Straatsburg in 1996 belangrijke evoluties ondergaan, wat technische aanpassingen bij de toepassing van het Verdrag noodzakelijk zullen maken, maar aan de grondslagen ervan niets wijzigt. Op het terrein is er vooral een evolutie naar “containerisering”, terwijl vroeger vooral bulkproducten werden vervoerd. De strafrechtelijke beteugeling wegens niet-naleving van de internationaalrechtelijke verplichtingen dient intern te worden geregeld. In dat kader wordt de Koning in artikel 5 gemachtigd om eventueel in strafrechtelijke sancties te voorzien voor de beteugeling van regelgeving van de Gewesten. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor een beperking van het gebruik van bepaalde types van brandstoffen: momenteel kan daar binnen de Europese landen nog geen overeenstemming over worden gevonden, maar zodra dat wel het geval zal zijn, dienen in België overeenkomstige strafrechtelijke bepalingen te worden ingevoerd, die door de Gewesten zullen worden gehandhaafd.

Replieken van de leden van de commissie

De heer Tanguy Veys (VB) vraagt of de in België gehanteerde tarieven nu reeds zijn afgestemd op het niveau van de tarieven van de buurlanden?

http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/0518/53K0518002.pdf

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Bespreking wetsontwerp houdende instemming met en uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 3 december 2009 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de uitvoering van het Verdrag inzake de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996 en houdende uitvoering van het Verdrag.

Vragen en opmerkingen van de leden van de commissie

De heer Tanguy Veys (VB) vraagt toelichting bij de stelling dat de vertraging in de omzetting van het Verdrag aan de Gewesten te wijten is.
Werd met de betrokken sector overleg gepleegd?
Heeft de staatssecretaris rekening gehouden met de inbreng van de bedrijven die in de binnenvaart actief
zijn? Hoe zijn de organen van het Instituut voor het Transport langs de Binnenwateren (ITB) samengesteld?
Zullen de zegels steeds in elektronische vorm ter beschikking worden gesteld?
Een stuurgroep zal jaarlijks de tarieven vaststellen.Waarvan zal de hoogte van die tarieven afhangen?
Wanneer had het Verdrag normaliter in werking moeten treden?

[…]

De staatssecretaris stelt dat de zegels uitsluitend onder de vorm van een elektronische informatiedrager ter beschikking zullen worden gesteld. De vertraging van de procedure tot omzetting van het Verdrag ligt vooral aan de noodzaak om de akkoordbevinding van de Gewesten te verkrijgen; de federale Staat beschikt ter zake niet over drukkingsmiddelen. Na het politieke akkoord heeft het nog negen maanden geduurd vooraleer de juridische instemming van de laatste bevoegde overheid een feit was. Over de verdeling van de verantwoordelijkheden die uit het ontwerp voortvloeien, is ruim overleg gepleegd in de schoot van het ITB. Over de verdeling van de opdrachten tussen de federale overheid enerzijds en de Gewesten anderzijds bestaat duidelijkheid. Over de taakverdeling tussen de Gewesten onderling (bijvoorbeeld voor de opvang van het huisvuil van de binnenvaart of van de gebruikte olie) dienen deze overheden zelf in de nabije toekomst afspraken te maken, maar de onmiddellijke toepassing van het Verdrag wordt daar niet door verhinderd. Schippers die de milieuregels niet volgen, zullen worden gestraft op basis van nieuwe strafrechtelijke normen, die nog dienen te worden ingevoerd.

De grondslag voor de bepaling van de tarieven alsook de concrete aanpassing ervan is verdragsrechtelijk bepaald. Ons land dient daarover eerst intern, in een onderhandeling tussen de drie Gewesten in de schoot van een stuurgroep, een gemeenschappelijke positie te bepalen. De Rijn- en binnenvaart heeft sinds de ondertekening van het Verdrag van Straatsburg in 1996 belangrijke evoluties ondergaan, wat technische aanpassingen bij de toepassing van het Verdrag noodzakelijk zullen maken, maar aan de grondslagen ervan niets wijzigt. Op het terrein is er vooral een evolutie naar “containerisering”, terwijl vroeger vooral bulkproducten werden vervoerd. De strafrechtelijke beteugeling wegens niet-naleving van de internationaalrechtelijke verplichtingen dient intern te worden geregeld. In dat kader wordt de Koning in artikel 5 gemachtigd om eventueel in strafrechtelijke sancties te voorzien voor de beteugeling van regelgeving van de Gewesten. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor een beperking van het gebruik van bepaalde types van brandstoffen: momenteel kan daar binnen de Europese landen nog geen overeenstemming over worden gevonden, maar zodra dat wel het geval zal zijn, dienen in België overeenkomstige strafrechtelijke bepalingen te worden ingevoerd, die door de Gewesten zullen worden gehandhaafd.

Replieken van de leden van de commissie

De heer Tanguy Veys (VB) vraagt of de in België gehanteerde tarieven nu reeds zijn afgestemd op het niveau van de tarieven van de buurlanden?

http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/0518/53K0518002.pdf

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...