[07/12/10] Mondelinge vraag over het escorte van zware landbouwvoertuigen

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “het escorte van zware landbouwvoertuigen”

Tanguy Veys (VB): De problematiek is dezelfde. Alleen is mijn invalshoek iets anders.

Enerzijds, vindt onder meer FEBETRA dat de wet niet streng genoeg is. Anderzijds, vinden de gebruikers van zulke landbouwvoertuigen dat het koninklijk besluit van 1 juli te streng is. In dat koninklijk besluit wordt immers gesteld dat zware landbouwvoertuigen sinds 1 juli indien zij langer dan 3,5 meter zijn een beroep moeten doen op een speciale escorte. Dat heeft tot gevolg dat het merendeel van de landbouwers in overtreding is. Immers, weinig landbouwers of loonwerkers zijn in staat die norm te respecteren. Dit brengt immers kosten met zich mee.

De landbouwsector, onder andere de Waalse landbouwfederatie, klaagde dit reeds aan. Ik verwijs naar de schriftelijke vraag die ik daarover heb ingediend eind augustus 2010. Toen ik zag dat de problematiek vandaag opnieuw aan bod kwam, vond ik dat een goed moment om deze in herinnering te brengen van de bevoegde staatssecretaris.

Begin september hebt u in een reactie op de klachten verklaard dat u naar de ministers van de bevoegde Gewesten zou stappen om te vragen dat er begin september overleg zou plaatsvinden met de sector. Vandaar mijn vraag of u van oordeel bent dat ook zware landbouwvoertuigen onder dat koninklijk besluit vallen.

Wat is uw motivatie als u bij dat standpunt blijft? Zo niet, bent u dan bereid om aan uw KB te sleutelen? Hebt u begrip voor de kritiek die vanuit de landbouwwereld wordt geuit? Bent u bereid om eventueel tegemoet te komen aan die kritiek? Zo ja, op welke wijze? Als u die kritiek niet deelt, waarom niet?

15.03 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik moet op de eerste plaats benadrukken dat het gebruik van landbouwtractoren en landbouwaanhangwagens op de openbare weg voor andere doeleinden dan de landbouw in wezen niet verboden is. Zo mogen zij worden ingezet voor grondwerken of voor het vervoer van materialen. Wanneer zij gebruikt worden in het kader van het vervoer voor rekening van derden moet men evenwel over een vervoervergunning beschikken.

Gelet op het feit dat het om landbouwvoertuigen gaat, is er ook geen tachograaf verplicht en mag men met rode diesel rijden, hoewel men volgens het ministerie van Financiën wel verplicht is om aangifte te doen en bijkomende accijnzen te betalen wegens het niet-landbouwgebruik. Dat laatste is een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de minister van Financiën behoort. Ook voor de landbouwvoertuigen bestaat er geen periodieke technische controle.

Ik wil er ook nog op wijzen dat wanneer landbouwtractoren en hun aanhangwagens niet voor landbouwdoeleinden worden gebruikt de bestuurders over een rijbewijs C+E zoals voor vrachtwagens moeten beschikken in plaats van het rijbewijs G dat specifiek voor landbouwvoertuigen is gecreëerd.

Wat de snelheid van de landbouwtractoren betreft, kan ik u meedelen dat volgens de Europese richtlijn en de Belgische reglementering de maximale snelheid technisch dient afgesteld te zijn op 40 km/u, met een kleine marge tot 44 km/u. U weet dat in bepaalde landen de tractoren technisch gezien sneller mogen rijden dan 40 km/u maar in België is dat nog altijd verboden. Dat neemt niet weg dat dergelijke tractoren in België worden ingevoerd. Het gebeurt ook dat het motormanagement in België wordt aangepast zodat de snelheid van 40 km/u niet kan worden overschreden of bij andere tractoren wel wordt overschreden. Die techniek wordt gebruikt bij de kleine motorfietsen en is dus ook bij de tractoren niet onbekend.

Het overschrijden van deze maximum toegelaten snelheid kan evenwel alleen door de politie vastgesteld worden bij snelheidscontroles. Resumerend kan gesteld worden dat het gunstregime waarvan de landbouwtractoren kunnen genieten, bedoeld is voor de landbouwactiviteiten, maar eigenlijk oneigenlijk wordt gebruikt voor niet landbouwactiviteiten als grondwerken en dergelijke.

In feite zouden we de regels die van toepassing zijn op het gewone wegtransport ook van toepassing moeten maken op het gebruik van landbouwvoertuigen voor niet landbouwdoeleinden. Het is evenwel niet gemakkelijk zoiets in de praktijk te brengen, aangezien het gunstregime dat werd uitgewerkt dikwijls verbonden is aan de definitie van het begrip landbouwvoertuig dat ook door Europa wordt bepaald. Ik denk bijvoorbeeld aan de vrijstelling voor de verplichte tachograaf. Dit is ook het geval voor het gebruik van de zogenaamde rode diesel.

Over dit laatste heb ik reeds contact opgenomen met mijn collega van Financiën om na te gaan hoe het oneigenlijk gebruik van rode diesel voor niet landbouwdoeleinden kan worden ongedaan gemaakt. Teneinde het gebruik van landbouwtractoren op een onwettige wijze tegen te gaan, hoofdzakelijk wanneer er geen vervoersvergunning aanwezig is, voeren de controlediensten van mijn administratie ook gerichte controles uit naar ondernemingen die voor het vervoer voor rekening van derden landbouwtractoren gebruiken. Bovendien bestaat er bij de controledienst ook een meldpunt waar transporteurs terechtkunnen om onwettig gebruik van landbouwtractoren te melden, waarop dan ook een controle volgt bij de betrokken bedrijven. Ik heb mijn administratie gevraagd bijkomende oplossingen uit te werken om het oneigenlijk gebruik van die landbouwtractoren tegen te gaan.

Wat betreft de landbouworganisaties – dat werd door de heer Veys aangekaart – heb ik ingevolge een contact met de landbouworganisatie mijn diensten gevraagd om tegen het einde van dit jaar – dat moet in de loop van de eerstvolgende weken rond geraken – de problemen en de gevoelige punten aan te snijden wat betreft het transportvervoer. Ik heb gevraagd mij voorstellen te bezorgen, rekeninghoudend niet alleen met de eisen vanuit de landbouwsector zelf, maar ook vanwege de verkeersveiligheid en van de transportsector. Een van de oplossingen zou er kunnen in bestaan een systeem toe te passen zoals in Frankrijk, specifiek voor de landbouwtransporten. Dat systeem houdt in dat de landbouwtransporten vrijgesteld zouden worden van zekere bepalingen uit de reglementering van het uitzonderlijk transport, meer in het bijzonder wat betreft de toegestane begeleiding, maar op basis van de grootte van het landbouwvoertuig.

Mijnheer Veys, concreet zou zulks betekenen dat, in plaats van het speciale, gele voertuig, wij zouden toelaten dat vanaf het ogenblik dat er een geel zwaailicht op de wagen is aangebracht, de landbouwer met zijn eigen voertuig het landbouwvoertuig mag vergezellen, op voorwaarde dat de breedte meer dan drieëneenhalve meter is. U weet dat het volgens de huidige reglementering om een geel voertuig zou moeten gaan.

Wij bepalen dat wij voor landbouwvoertuigen, rekeninghoudend met de geringe snelheid, kunnen aanvaarden dat gewoon de landbouwer met zijn jeep het desbetreffende voertuig begeleidt. Er moet echter een geel zwaailicht zijn aangebracht.

Het voorgaande is een van de mogelijke pistes. Zoals u daarstraks al opmerkte, is een en ander al met de landbouwsector besproken. Wij zullen binnenkort de kwestie nader uitpraten, zodat wij de maatregel het volgende seizoen kunnen toepassen.

[…]

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, minheer de staatssecretaris, ook ik bedank u voor uw antwoord.

Ik ben blij dat er mogelijkerwijs een oplossing uit de bus zal komen. Ik vermoed dat ze aan de verzuchtingen van de landbouwsector zelf tegemoet zal komen.

Ik weet niet in welke mate er bij het opstellen van het oorspronkelijke koninklijk besluit van 1 juli 2010 overleg is gepleegd. Het is evenwel spijtig dat het overleg achteraf moet gebeuren. Een en ander had misschien op voorhand wat beter met de sector kunnen zijn doorgepraat.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “het escorte van zware landbouwvoertuigen”

Tanguy Veys (VB): De problematiek is dezelfde. Alleen is mijn invalshoek iets anders.

Enerzijds, vindt onder meer FEBETRA dat de wet niet streng genoeg is. Anderzijds, vinden de gebruikers van zulke landbouwvoertuigen dat het koninklijk besluit van 1 juli te streng is. In dat koninklijk besluit wordt immers gesteld dat zware landbouwvoertuigen sinds 1 juli indien zij langer dan 3,5 meter zijn een beroep moeten doen op een speciale escorte. Dat heeft tot gevolg dat het merendeel van de landbouwers in overtreding is. Immers, weinig landbouwers of loonwerkers zijn in staat die norm te respecteren. Dit brengt immers kosten met zich mee.

De landbouwsector, onder andere de Waalse landbouwfederatie, klaagde dit reeds aan. Ik verwijs naar de schriftelijke vraag die ik daarover heb ingediend eind augustus 2010. Toen ik zag dat de problematiek vandaag opnieuw aan bod kwam, vond ik dat een goed moment om deze in herinnering te brengen van de bevoegde staatssecretaris.

Begin september hebt u in een reactie op de klachten verklaard dat u naar de ministers van de bevoegde Gewesten zou stappen om te vragen dat er begin september overleg zou plaatsvinden met de sector. Vandaar mijn vraag of u van oordeel bent dat ook zware landbouwvoertuigen onder dat koninklijk besluit vallen.

Wat is uw motivatie als u bij dat standpunt blijft? Zo niet, bent u dan bereid om aan uw KB te sleutelen? Hebt u begrip voor de kritiek die vanuit de landbouwwereld wordt geuit? Bent u bereid om eventueel tegemoet te komen aan die kritiek? Zo ja, op welke wijze? Als u die kritiek niet deelt, waarom niet?

15.03 Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik moet op de eerste plaats benadrukken dat het gebruik van landbouwtractoren en landbouwaanhangwagens op de openbare weg voor andere doeleinden dan de landbouw in wezen niet verboden is. Zo mogen zij worden ingezet voor grondwerken of voor het vervoer van materialen. Wanneer zij gebruikt worden in het kader van het vervoer voor rekening van derden moet men evenwel over een vervoervergunning beschikken.

Gelet op het feit dat het om landbouwvoertuigen gaat, is er ook geen tachograaf verplicht en mag men met rode diesel rijden, hoewel men volgens het ministerie van Financiën wel verplicht is om aangifte te doen en bijkomende accijnzen te betalen wegens het niet-landbouwgebruik. Dat laatste is een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de minister van Financiën behoort. Ook voor de landbouwvoertuigen bestaat er geen periodieke technische controle.

Ik wil er ook nog op wijzen dat wanneer landbouwtractoren en hun aanhangwagens niet voor landbouwdoeleinden worden gebruikt de bestuurders over een rijbewijs C+E zoals voor vrachtwagens moeten beschikken in plaats van het rijbewijs G dat specifiek voor landbouwvoertuigen is gecreëerd.

Wat de snelheid van de landbouwtractoren betreft, kan ik u meedelen dat volgens de Europese richtlijn en de Belgische reglementering de maximale snelheid technisch dient afgesteld te zijn op 40 km/u, met een kleine marge tot 44 km/u. U weet dat in bepaalde landen de tractoren technisch gezien sneller mogen rijden dan 40 km/u maar in België is dat nog altijd verboden. Dat neemt niet weg dat dergelijke tractoren in België worden ingevoerd. Het gebeurt ook dat het motormanagement in België wordt aangepast zodat de snelheid van 40 km/u niet kan worden overschreden of bij andere tractoren wel wordt overschreden. Die techniek wordt gebruikt bij de kleine motorfietsen en is dus ook bij de tractoren niet onbekend.

Het overschrijden van deze maximum toegelaten snelheid kan evenwel alleen door de politie vastgesteld worden bij snelheidscontroles. Resumerend kan gesteld worden dat het gunstregime waarvan de landbouwtractoren kunnen genieten, bedoeld is voor de landbouwactiviteiten, maar eigenlijk oneigenlijk wordt gebruikt voor niet landbouwactiviteiten als grondwerken en dergelijke.

In feite zouden we de regels die van toepassing zijn op het gewone wegtransport ook van toepassing moeten maken op het gebruik van landbouwvoertuigen voor niet landbouwdoeleinden. Het is evenwel niet gemakkelijk zoiets in de praktijk te brengen, aangezien het gunstregime dat werd uitgewerkt dikwijls verbonden is aan de definitie van het begrip landbouwvoertuig dat ook door Europa wordt bepaald. Ik denk bijvoorbeeld aan de vrijstelling voor de verplichte tachograaf. Dit is ook het geval voor het gebruik van de zogenaamde rode diesel.

Over dit laatste heb ik reeds contact opgenomen met mijn collega van Financiën om na te gaan hoe het oneigenlijk gebruik van rode diesel voor niet landbouwdoeleinden kan worden ongedaan gemaakt. Teneinde het gebruik van landbouwtractoren op een onwettige wijze tegen te gaan, hoofdzakelijk wanneer er geen vervoersvergunning aanwezig is, voeren de controlediensten van mijn administratie ook gerichte controles uit naar ondernemingen die voor het vervoer voor rekening van derden landbouwtractoren gebruiken. Bovendien bestaat er bij de controledienst ook een meldpunt waar transporteurs terechtkunnen om onwettig gebruik van landbouwtractoren te melden, waarop dan ook een controle volgt bij de betrokken bedrijven. Ik heb mijn administratie gevraagd bijkomende oplossingen uit te werken om het oneigenlijk gebruik van die landbouwtractoren tegen te gaan.

Wat betreft de landbouworganisaties – dat werd door de heer Veys aangekaart – heb ik ingevolge een contact met de landbouworganisatie mijn diensten gevraagd om tegen het einde van dit jaar – dat moet in de loop van de eerstvolgende weken rond geraken – de problemen en de gevoelige punten aan te snijden wat betreft het transportvervoer. Ik heb gevraagd mij voorstellen te bezorgen, rekeninghoudend niet alleen met de eisen vanuit de landbouwsector zelf, maar ook vanwege de verkeersveiligheid en van de transportsector. Een van de oplossingen zou er kunnen in bestaan een systeem toe te passen zoals in Frankrijk, specifiek voor de landbouwtransporten. Dat systeem houdt in dat de landbouwtransporten vrijgesteld zouden worden van zekere bepalingen uit de reglementering van het uitzonderlijk transport, meer in het bijzonder wat betreft de toegestane begeleiding, maar op basis van de grootte van het landbouwvoertuig.

Mijnheer Veys, concreet zou zulks betekenen dat, in plaats van het speciale, gele voertuig, wij zouden toelaten dat vanaf het ogenblik dat er een geel zwaailicht op de wagen is aangebracht, de landbouwer met zijn eigen voertuig het landbouwvoertuig mag vergezellen, op voorwaarde dat de breedte meer dan drieëneenhalve meter is. U weet dat het volgens de huidige reglementering om een geel voertuig zou moeten gaan.

Wij bepalen dat wij voor landbouwvoertuigen, rekeninghoudend met de geringe snelheid, kunnen aanvaarden dat gewoon de landbouwer met zijn jeep het desbetreffende voertuig begeleidt. Er moet echter een geel zwaailicht zijn aangebracht.

Het voorgaande is een van de mogelijke pistes. Zoals u daarstraks al opmerkte, is een en ander al met de landbouwsector besproken. Wij zullen binnenkort de kwestie nader uitpraten, zodat wij de maatregel het volgende seizoen kunnen toepassen.

[…]

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, minheer de staatssecretaris, ook ik bedank u voor uw antwoord.

Ik ben blij dat er mogelijkerwijs een oplossing uit de bus zal komen. Ik vermoed dat ze aan de verzuchtingen van de landbouwsector zelf tegemoet zal komen.

Ik weet niet in welke mate er bij het opstellen van het oorspronkelijke koninklijk besluit van 1 juli 2010 overleg is gepleegd. Het is evenwel spijtig dat het overleg achteraf moet gebeuren. Een en ander had misschien op voorhand wat beter met de sector kunnen zijn doorgepraat.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...