[07/12/10] Mondelinge vraag over de invoering van speekseltesten

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “de invoering van speekseltesten”

Tanguy Veys (VB): De aanleiding van mijn vraag is de speekseltest, die sinds oktober 2010 werd ingevoerd, waarbij bestuurders kunnen gecontroleerd worden op druggebruik. Volgens een Europese studie uit 2006 van het BIVV is gebleken dat het percentage bestuurders onder invloed van drugs, 4 %, bijna even hoog is als dat van automobilisten onder invloed van alcohol. De motivatie voor de invoering van de speekseltest is, onder meer, het voordeel dat hij sneller kan worden afgenomen en dat er geen nood is aan een hygiënische omgeving.

In eerste instantie is al gebleken uit diverse studies, onder meer van de Franse Académie Nationale de Pharmacie, dat de speekseltesten onbetrouwbaar zouden zijn. Zij verwijst naar een Belgische studie: 16 % van de gevallen zou een vals positief resultaat geven en 19 % van de gevallen zou een vals negatief resultaat opleveren. Daaromtrent werd de staatssecretaris reeds bevraagd in de Kamercommissie en hij heeft toen gesteld dat de test – het woord zegt het zelf: test – enkel oriënterend is en nog altijd de bloedproef nadien bepalend is.

Nu blijkt dat de speekseltest niet alleen een grote foutenmarge heeft, maar ook positief zou reageren op geneesmiddelen als rilatine en concerta, die de symptomen van ADHD en ADD onderdrukken. Patiënten riskeren zelfs met een doktersattest hun rijbewijs voor twaalf uur te verliezen. De speekseltest gaat na of een bestuurder cannabis, amfetamines, heroïne of cocaïne gebruikt heeft, maar geeft ook een positief resultaat voor rilatine en concerta, waarin het chemisch product methylfenidaat zit. Die molecule is sterk chemisch verwant aan amfetamine.

Overigens is ook gebleken uit de studie Rijden onder Invloed van een Psychoactieve Stof uitgevoerd door de Universiteit Gent in samenwerking met opnieuw het BIVV dat de speekseltest ongevoelig zou zijn voor slaap- en kalmeermiddelen.

Intussen wordt op de politiescholen tijdens de opleiding meegedeeld dat na een positieve speekseltest nog steeds moet overgegaan worden tot bloedafname en geen speekselanalyse. Nochtans is dat een belangrijk onderdeel in heel het project. Bloedafname is een lange en tijdrovende bezigheid voor de politie, men moet een arts vorderen, men moet een vorderingsstaat opmaken, er moet een klinisch verslag opgemaakt worden en ook de gerechtskosten moeten berekend worden. De reden hiervoor is dat het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse, dat naar verluidt klaar zou liggen, nog steeds niet werd gepubliceerd.

Mijnheer de staatssecretaris, hoe evalueert u de maatregelen sinds 1 oktober 2010 inzake speekseltesten? Ik heb ondertussen ook reeds gezien dat het gerecht niet stil heeft gezeten, dat onder meer de politierechtbank van Dendermonde eind november de eerste dossiers heeft behandeld van chauffeurs die positief testten bij een speekseltest.

Werden de afspraken die gemaakt werden omtrent de speekseltesten, al bijgestuurd?

Hoeveel speekseltesten werd sinds 1 oktober afgenomen? Hoeveel daarvan waren positief? Hoeveel daarvan werden nadien door een bloedafname positief bevestigd?

Werd getest of de apparatuur bij speekseltesten reageert op geneesmiddelen zoals rilatine en concerta, die de symptomen van ADHD en ADD onderdrukken? Zo ja, met welke resultaten en heeft dat geleid tot mogelijke bijsturingen? Zo neen, waarom niet?

Mijnheer de staatssecretaris, hoe verklaart u dat het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse nog steeds niet werd gepubliceerd en dus ook nog steeds niet van kracht is, met het gevolg dat er nog steeds moet gewerkt worden met bloedafname in plaats van speekselanalyse?

Werden er maatregelen genomen om het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse zo snel mogelijk te publiceren? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw de voorzitter, de afwezigen hebben altijd ongelijk. Ik zal in elk geval een globaal antwoord geven op de vragen die werden gesteld. In feite zijn de vragen van mevrouw Somers en de heer Van den Bergh inhoudelijk terug te vinden in de vragen van de andere drie heren, dus een globaal antwoord zal ook voor hen gepast zijn.

Ten eerste, wat betreft de invloed van geneesmiddelen op de speekseltest. De speekseltests die door de politie worden gebruikt, zijn niet bedoeld om het gebruik van geneesmiddelen vast te stellen. Zij zijn specifiek ontworpen om de verboden substanties die in de wet worden opgesomd, op te sporen, zoals de cannabis, amfetaminen, heroïne en cocaïne.

Ik weet dat er de jongste tijd nogal wat te doen is geweest over de ADHD-medicatie, zoals rilatine, waarbij er positief getest zou worden bij het gebruik van dat geneesmiddel. Ondertussen heeft nader onderzoek plaatsgehad door het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek. Dat onderzoek heeft uitgewezen dat bij een normaal therapeutisch gebruik van rilatine de speekseltest geen positief resultaat geeft.

Die redenering geldt ook voor de meeste andere geneesmiddelen die elementen zouden bevatten van een van de verboden substanties, zoals pijnstillers die ook codeïne of morfine zouden bevatten.

Met andere woorden, bij die geneesmiddelen, die bij normaal gebruik een zogenoemd lage kruisreactiviteit bij de uitvoering van de speekseltest geven, zijn er geen problemen.

Als de speekseltest daarop toch zou reageren, dan gaat het wellicht – ik zou bijna zeggen: waarschijnlijk – over hoge dosissen, waarbij wij, met onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de verkeersveiligheid, ons toch afvragen of het dan wel aangeraden is om nog een voertuig te besturen, zoals meestal in de bijsluiter van die geneesmiddelen wordt vermeld.

Daarbij mag u niet vergeten dat de speekseltest pas wordt opgelegd wanneer de politie bepaalde uiterlijke tekenen of aanwijzingen van druggebruik heeft vastgesteld, zoals dat bepaald is in de checklist die men eerst moet overlopen. Geloof mij, de politiemensen op het terrein bevestigen ook dat zij de echte druggebruikers er relatief snel kunnen uithalen.

Een normale ADHD-patiënt of iemand die een pijnstiller met codeïne gebruikt loopt geen of alleszins een erg minimaal risico om positief op de speekseltest te testen.

Het hier gestelde probleem is eigenlijk niet nieuw. Met de vroegere wetgeving kon men na het gebruik van bepaalde geneesmiddelen bij de urinetest sowieso positief testen. De huidige speekseltest is wat dat betreft een hele verbetering aangezien er bij de vroegere urinetest veel meer valse positieven werden vastgesteld, personen die twaalf uur aan de kant moesten staan maar achteraf negatief bleken. Zo gaf de vroegere urinetest 18 % valse positieve resultaten terwijl de foutenmarge bij de speekseltest tot 7 % wordt herleid, een halvering in vergelijking met de vroegere reglementering.

Het geven van een doktersvoorschrift kan en mag en zal geen vrijgeleide zijn bij een eventuele politiecontrole. Pas achteraf, bij de definitieve speeksel- of bloedanalyse, kunnen de ingenomen substanties met zekerheid worden vastgesteld. Men zal niet strafbaar zijn voor de ingenomen medicatie.

Er was een vraag over de problematiek van de invloed van geneesmiddelen op het rijgedrag en wat daarover in de bijsluiter staat vermeld. Vooral kalmeermiddelen, antidepressiva of benzodiazepines zijn hier aan de orde.

Welnu, in de wetgeving is er ter zake een algemene bepaling opgenomen die het rijden onder invloed van geneesmiddelen strafbaar stelt, op basis van uiterlijke tekenen, meer bepaald wanneer die uiterlijke tekenen gelijkenissen vertonen met dronkenschap. Wanneer bijvoorbeeld zou blijken dat, na een negatieve ademtest en een negatieve speekseltest, de persoon in kwestie uiterlijke tekenen vertoont die zijn rijgedrag beïnvloeden, dan kan de politie wel degelijk optreden door een rijverbod van twaalf uur op te leggen. Uiteraard zal dan ook een bloedproef worden genomen, om na te gaan over welke substanties het gaat.

Wat het aantal speekseltesten betreft dat de politie kan afnemen, in het kader van een werkgroep waarvan de geïntegreerde politie deel uitmaakte, werden bepaalde afspraken gemaakt. Die afspraken slaan op het aantal speekseltesten dat de politie op jaarbasis zou afnemen, om de grootteorde te bepalen van de aanbesteding die het ministerie van Justitie moet doen. De politie heeft daarbij vooropgesteld dat minstens 10 000 speekseltesten per jaar tot de mogelijkheden moeten behoren. Ik verstop niet dat ik dat aantal sterk wil verhogen. Dat mag duidelijk zijn.

Ik denk niet dat men dat mag bekijken als een opgelegd quotum, maar het is normaal dat bepaalde beleidsdoelstellingen worden gekwantificeerd, zoals dat trouwens ook het geval is voor alcohol- en snelheidscontroles, zonder dat daarbij de kwalitatieve aspecten uit het oog worden verloren. Het is precies omdat men de vroegere omslachtige methode van de testbatterij en de urinetest niet meer moet toepassen, dat wij ervan uitgegaan zijn dat met dezelfde politiecapaciteit meer speekselcontroles zullen kunnen worden uitgevoerd, maar wellicht zal het ook wel zo zijn dat elke vraag vanuit het beleid naar meer verkeerscontroles wordt aangegrepen om het personeelstekort bij de politie aan te kaarten, zonder dat ik dat probleem wil onderschatten, want ik kan die bal vrij gemakkelijk naar mijn collega van Binnenlandse Zaken doorspelen.

Ik kom tot een aantal concrete vragen, die onder andere door de heer Veys werden gesteld. Ik heb omtrent deze aangelegenheid reeds op 19 oktober een en ander geantwoord.

Ik heb omtrent de betrouwbaarheid van de speekseltesten reeds tamelijk uitgebreid geantwoord op 19 oktober. Ik wil herhalen dat de foutenmarge van 16 %, die door professor Mura uit Frankrijk werd vastgesteld, eigenlijk inhoudt dat de bestuurders positief scoorden voor de speekseltest, maar achteraf negatief voor een bloedanalyse uitgevoerd in het laboratorium. Die bestuurders werden dus niet veroordeeld. De positieve foutenmarge van 16 % kan eigenlijk wel niet toegepast worden op de Belgische situatie, aangezien dat aantal en de berekeningen van professor Mura betrekking hadden op een andere speekseltest, namelijk de Rapid STAT van de firma MAVAND, die in Frankrijk wordt gebruikt en die niet door België werd gekozen. Er is mij verzekerd dat wij een test gekozen hebben die correcter is en een grotere zekerheid geeft.

De vroeger gehanteerde urinetest, die nu vervangen wordt door een speekseltest, gaf in 2009 in ons land 18 % vals positieve resultaten. Dat betekent dat de oriënterende urinetest in 18 % van de gevallen een positief resultaat gaf en dat het bloedstaal dat als gevolg van de positieve urinetest werd afgenomen, na laboratoriumanalyse negatief werd omschreven. Aangezien drugs minder lang opspoorbaar zijn in speeksel dan in urine, zal de nieuwe wet minder vals positieve resultaten geven. Voorlopige studies in het laboratorium tonen, zoals ik daarstraks reeds heb opgemerkt, een positieve foutenmarge van 7 % aan. Vandaar dat ik het had over meer dan een halvering.

Mijn conclusie is dat wij met de nieuwe wetgeving een duidelijke vooruitgang boeken in de opsporing van het rijden onder invloed door middel van de speekseltest. De omslachtige testbatterij en de urinetest behoren definitief tot het verleden. Er kan nu efficiënter worden gewerkt.

Op het ogenblik wordt voortgewerkt aan het KB betreffende de speekselanalyse door Justitie en Volksgezondheid. Het moet klaar zijn tegen het einde van het jaar. Op dat ogenblik kunnen we de bloedanalyse vervangen door een speekselanalyse, zodat er geen nood meer is aan de tussenkomst van een geneesheer.

Wat het aantal speekseltesten betreft, beschik ik niet over cijfers van de geïntegreerde politie. De federale werkt naast de lokale politie. Aangezien de speekseltesten pas officieel werden op 1 oktober, is het begrijpelijk dat er een inloopperiode noodzakelijk is waarbij alle politiediensten geleidelijk vertrouwd worden gemaakt met de nieuwe procedure. De nieuwe speekseltesten worden ter beschikking gesteld en wij geven opleidingsprogramma’s aan de verschillende lokale politiediensten.

Het KB betreffende de speekselanalyse is in de eerste plaats een bevoegdheid van Justitie en Volksgezondheid, die er de laatste hand aan leggen. Het wordt voor advies aan de Raad van State en de Gewesten voorgelegd. Ik hoop dat het begin volgend jaar in werking kan treden, zodat geneesheren niet meer nodig zijn, het afgenomen speeksel voortaan naar een laboratoria kan die uitmaakt of de geteste chauffeur al dan niet een hoeveelheid cannabis, amfetaminen, heroïne of cocaïne tot zich heeft genomen.
 
Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw omstandig antwoord.

Ik betreur echter nog altijd dat op basis van de huidige regelgeving iemand die voorgeschreven medicatie gebruikt om de symptomen van ADHD en ADD te onderdrukken, nog steeds, niettegenstaande hij een doktersattest op zak heeft, kans loopt zijn rijbewijs gedurende twaalf uur te verliezen.

U spreekt van normaal gebruik. In eerste instantie moet echter de arts daarover oordelen. Op basis van de bevindingen van de politie die de test afneemt, bekijken of iemand al dan niet drugs gebruikt, is immers nog altijd een heel subjectief gegeven.

Ten tweede, ik begrijp uit uw antwoord dat het vandaag nog wat kort dag is om nu al op vragen over de cijfers te antwoorden. Niettemin zou ik erop willen aandringen dat vooral de cijfers over de foutenmarge er snel komen. Er is ter zake immers nogal veel discussie. Eens wij de cijfers uit de praktijk kennen, kunnen wij er een en ander uit leren.

Er zijn een aantal tests, studies en vergelijkingen met het buitenland geweest. Zij zijn echter heel beperkt.

Ten slotte, lijkt het mij logisch dat het koninklijk besluit hand in hand zou worden ingevoerd. U antwoordt dat voornoemd besluit het laatste stadium heeft bereikt. U zegt dat de coördinatie tussen Justitie en Volksgezondheid de reden is waarom een en ander zo lang heeft geduurd. Het lijkt mij logisch dat de besluiten samen werden ingevoerd.

Ik ben, wellicht samen met u, alvast in blijde verwachting.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: ik kan u verzekeren dat ik niet in blijde verwachting ben, toch niet wat dat betreft.

Siegfried Bracke (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u uiteraard voor uw antwoord.

Ik heb een vraag naar precisering en een bedenking.

Ten eerste, mijn vraag naar precisering luidt als volgt.

Mijnheer de staatssecretaris, u hebt een aantal keer de uitdrukking “normaal gebruik” vernoemd. De heer Veys heeft er ook al naar verwezen. Wat is een “normaal gebruik”? Wat moet ik mij daarbij voorstellen?

Ten tweede, hangt het niet van de behandelende arts af – ik ken er niets van – om een bepaald gebruik als normaal gebruik te bestempelen?

Ten derde, laat het duidelijk zijn dat ik een absolute voorstander van dergelijke tests ben. Immers, van alles wat de veiligheid op de weg kan verhogen, zijn wij vanzelfsprekend voorstander. Het is goed dat er veel tests zijn en dat u de bedoeling hebt het aantal tests te verhogen.

Ik hoor echter uit uw mond dat een systeem waarvan wij niet mogen vergeten dat het veel handiger is dan de vorige bloed- en urineproeven, nog altijd 7 % vals-positieve resultaten oplevert. Ik ben geen statisticus. Naar mijn aanvoelen is een dergelijk percentage echter hoog. In mijn ogen heeft zulks immers met het handelen van de overheid en van de Staat te maken.

Er zijn twee dingen. Het slechtste is dat een Staat niets doet. De iets mindere fase is dat de Staat mensen het gevoel geeft dat ze worden gepest. Dat is in samenlevingsverband en in maatschappelijk verband een zeer kwalijke zaak. Ik blijf dus vinden dat 7 % valse positieven eigenlijk nog altijd veel is.

Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, dank u voor dit antwoord. Dat stelt mij maar gedeeltelijk gerust. Ik heb wat aan hoofdrekenen gedaan met die 7 %. Dat betekent dat er op 10 000 zo’n 700 valse positieven zijn. Als u dat verdubbelt kunnen we er van uitgaan dat er in het slechtste geval 700 zijn. Als er 20 000 zijn en u wilt dat ferm optrekken, zegt u dat we aan nog meer komen, dat we binnenkort als we niet opletten potentieel boven de 1 000 of 2 000 valse positieven per jaar zitten in het verkeer, bovenop de interpretatie van wat u dan als normaal therapeutisch gebruik beschouwt.

Daarbij is mij niet duidelijk wie heeft bepaald wat normaal therapeutisch gebruik is, wat dat is, wat we daaronder moeten verstaan. Mij lijkt dat af te hangen van de ernst van de aandoening, hoe groot de dosis moet zijn. Misschien moet de voorzitter daar iets meer over zeggen: die is daarvan beter op de hoogte.

Ik ben daar toch maar zeer gedeeltelijk door gerustgesteld, vooral ook omdat het verschil dat u maakt tussen de grote foutenmarge van de urinetest en de kleine foutenmarge van de speekseltest op zich niet relevant is. De drempel om de speekseltest af te nemen is natuurlijk vele malen kleiner dan de drempel om de urinetest af te nemen. Bij mijn weten werden er geen 10 000 of 20 000, laat staan 30 000 urinetests per jaar afgenomen.

U stelt ons ook gerust met de verklaring dat de politie de speekseltest slechts zal afnemen wanneer zij iemand tegenhoudt die manifest duidelijke tekenen van druggebruik heeft. Ik weet niet tot hoe ver u het wilt opdrijven, maar ik wil toch graag eens de politiecijfers zien en weten of ze er ieder jaar 15 000, 20 000 of 30 000 tegenkomen bij politiecontroles die manifeste tekenen van het gebruik van drugs achter het stuur vertonen. Als daar de drempel verlaagt, zal de drempel van die beoordeling ook wel verlagen en neemt opnieuw de kans toe dat we aan de bovengrens van de valse positieven zitten.

Nog eens, ik wil graag van u weten hoe dit statistisch zal worden opgevolgd. Met andere woorden, ik wil graag zicht krijgen op het aantal vals-positieven, maand per maand, in dit systeem. Zo kunnen wij op korte termijn opvolgen wat er gebeurt, voor er mensen zijn die hun werk verliezen omdat zij een vals positieve test hebben gedaan en hun auto aan de kant hebben moeten zetten.

Ik ben het er wel over eens dat er streng moet worden opgetreden tegen druggebruik in het verkeer. Maar, om streng te kunnen zijn, moet u ook bewijzen dat u rechtvaardig bent. Als u dat niet kunt aantonen, lukt het niet meer. Dan kunt u de speekseltest niet behouden en dan blijkt de invoering ervan een valse vooruitgang te zijn geweest.

Achteraf moeten terugkrabbelen is het slechtste wat ons kan overkomen, lijkt mij. Ik ben vragende partij om te weten wie zal beslissen, en of dat gebeurt op basis van ondiscutabele criteria inzake “normaal therapeutisch gebruik.” Ik wil ook de statistieken stelselmatig kunnen opvolgen om te weten of wij goed bezig zijn of niet.

Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijn excuses dat ik te laat kwam om met mijn vraag aan te sluiten bij die van de collega’s.

Ik wil even benadrukken dat dit een erg belangrijk onderwerp is. Ik meen – en alle beschikbare onderzoeken wijzen toch in die richting – dat het druggebruik in het verkeer een groeiende problematiek is die wij goed in het oog moeten houden. Wij moeten daartegen efficiënte instrumenten kunnen inzetten, als wij ten minste bekommerd zijn om de verkeersveiligheid.

De speekseltest om drugs in het verkeer op te sporen is een manier die reeds een aantal jaren met succes wordt toegepast onder meer in Australië. Er komen factoren bij kijken die inderdaad de nodige opvolging verdienen, maar ik meen dat wij die kwestie aan de specialisten moeten overlaten. Wij moeten dit inderdaad goed in het oog houden, maar ik vind dat wij vooral de kern van de zaak in het oog moeten houden. Als ik de vragen en de commentaren hier zo hoor, lijkt men dat soms uit het oog te verliezen. Ik vind dat wij onze doelstelling voor ogen moeten houden.

De kern van de zaak is dat wij druggebruik in het verkeer tot elke prijs moeten tegengaan en dat de handhaving daarop toch de grootste prioriteit is. Uiteraard moeten wij daarbij ervoor zorgen dat de foutenmarge zo klein mogelijk is, dat is evident. De kern van de zaak is echter dat wij tot een efficiënte handhaving komen van drugs in het verkeer.

De voorzitter: Collega’s, er is hier nogal wat speeksel gevloeid over de speekseltest.

Siegfried Bracke (N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik had gehoopt dat de staatssecretaris nog iets zou zeggen.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik zou niet graag hebben dat ik de commissieleden tegen mij in het harnas jaag omdat ik niet antwoord op de vragen die zij mij hebben gesteld. De aanvullende vragen zijn bedoeld om te worden beantwoord.

Mijnheer Veys, wat betreft het fabeltje dat wij het aan de arts moeten overlaten om te oordelen, ik ben verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid.

Als ik mensen zie die ik persoonlijk ken en die om medische redenen geen gordel moeten dragen en daarvoor een door een arts ondertekend bewijs hebben, dan meen ik dat er etwas los ist. Artsen zijn geneesheren en zij moeten zich met de medische kant van de zaak bezighouden, maar wat de verkeersveiligheid betreft beoordeel ik dat toch liever op een andere manier.

Wat de voorgeschreven medicatie betreft, het volgende. Bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie – u kunt die mensen goed of slecht inschatten – weet men, wat drugs betreft, toch wel waarover het gaat. Als de mensen van het instituut mij duidelijk zeggen dat de hoeveelheid van deze bekritiseerbare middelen die in een normaal geneesmiddel zitten, nooit tot uiting zal komen in het speeksel, tenzij heel uitzonderlijk, dan geloof ik hen.

Ik moet u trouwens erop wijzen, en ik meen dat onze voorzitter mij niet zal tegenspreken, dat in bepaalde siropen zoals hoestsiropen, middelen zitten die verslavend zijn. Als men een hele fles uitdrinkt, is men niet in staat om te sturen. Als men een heel potje slaappillen neemt, valt men sowieso in slaap en is men niet in staat om te sturen. Met andere woorden, de hoeveelheid geneesmiddelen die men inneemt, is determinerend voor het gedrag dat men kan hebben in het verkeer. Het is mijn zorg dat die hoeveelheid van die aard is dat elke chauffeur die het neemt geen potentieel gevaar is, voor zichzelf noch voor de andere mensen in het verkeer. Ik wil mij wat dat betreft op de passende gestrengheid houden. U kunt dat overdreven vinden, maar ik vind dat dit maar correct is.

Mijnheer Bracke, wat de precisering van het normaal gebruik door de behandelende arts betreft, zegt u dat 7 % valse positieven nogal veel is. Dat is inderdaad veel.

Ik pik onmiddellijk in op de bedenking van de heer Tobback. Vroeger met de urinetesten, dat was zo omslachtig, dat vroeg zoveel tijd dat een politieploeg op een avond niet veel kans had om veel mensen te testen. Nu gaat dat veel gemakkelijker, dus kan men veel meer mensen testen, dus heeft men veel meer valse positieven en dus zijn de mensen er tegen. Dat is juist.

Ik voeg daaraan echter het volgende toe. België, ons land heeft een van de slechtste statistieken in verband met verkeersveiligheid in de noordwestelijke regio van Europa; slechter dan Nederland want dubbel zoveel dodelijke ongevallen; slechter dan Duitsland want 50 % meer dodelijke ongevallen; slechter dan Frankrijk want een derde meer dodelijke ongevallen; slechter dan Engeland want 50 % meer dodelijke ongevallen. Als ik niet op deze manier werk, zal ik die statistiek nooit naar beneden krijgen. Sorry, die permissieve maatschappij op het vlak van verkeersveiligheid, daar moet ik tegenin gaan, hoe onpopulair dat ook mag zijn.

Die 7 % valse positieven is minder dan de helft van vroeger, maar het aantal personen zal ongetwijfeld meer zijn, daarmee ben ik het eens, dat is juist. Dat is echter ook precies de bedoeling. Ik zou bijna willen zeggen dat dit de boodschap is die ik geef aan de mensen in het verkeer. Als men geneesmiddelen neemt, moet men rekening houden met het risico dat men gesnapt wordt. Als dat in normale hoeveelheden is, volgens de gegevens op de bijsluiter van de geneesmiddelen, zal men geen risico lopen. Als men echter voor de veiligheid de drievoudige of viervoudige hoeveelheid inneemt van wat men normaal mag innemen, dan kan men tegen de lamp lopen en dan loopt men normaal gezien een risico.

Wij gaan ervan uit dat wanneer een dokter een voorschrift schrijft en een hoeveelheid geneesmiddelen voorschrijft, het therapeutische gebruik nog steeds van aard is dat de normale gedraging van die persoon in het verkeer mogelijk is. Op dat vlak doe ik wel een beroep op de knowhow en verantwoordelijkheidzin van de geneesheren.

Een hoestsiroop, bijvoorbeeld, kan inhoudelijk een risico zijn. Degenen die medisch geschoold zijn, hier aanwezig, zullen dat kunnen zeggen. Welnu, ten aanzien van mensen die dat zouden doen, zeg ik dat zij dan maar uit het verkeer moeten blijven, want op dat ogenblik is het geneesmiddel een kwaal zoals alcohol. Daartegenover kan ik geen verzwakte positie innemen.

Gestrengheid tegen het druggebruik heeft misschien minder aangename kantjes maar men kan geen omelet bakken zonder de eierschalen te breken. Ik wil op dat vlak gewoon voortgaan.

Ik moet de heer Van den Bergh volkomen bijtreden. Ik lees in mijn statistieken dat bijna de helft van de verkeersdoden tijdens de weekends en vooral ’s nachts gebeurt en dat het grootste gedeelte van die ongelukken zich zonder derden voltrekt. Dat betekent dat men in een bocht rechtdoor rijdt en tegen een boom of een elektriciteitspaal rijdt. Dat is niet het normale gedrag van een autobestuurder. De feiten zullen ons gelijk geven of tegenspreken, maar wij zijn ervan overtuigd dat drugs, en vooral drugs samen met alcohol waarvan wetenschappelijk is bewezen dat het risico van ongevallen met dertig tot vijftig wordt vermenigvuldigd, waarschijnlijk een grote oorzaak is. Daarom behoud ik alsnog mijn vertrouwen in datgene wat door criminologie en criminalistiek is uitgewerkt. Ik blijf op deze lijn doorgaan.

De voorzitter: Mijnheer Tobback, u hebt zoals steeds het laatste woord.

Bruno Tobback (sp.a): Dat is uniek, ik zal u daar aan herinneren want er zijn ook een aantal zaken waar ik de staatssecretaris wens aan te herinneren.

Eerst en vooral, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over het systematisch bijhouden en opvolgen van statistieken van de valse positieven.

De voorzitter: (…)

Bruno Tobback (sp.a): Moet ik ze elke maand opnieuw vragen of wil de staatssecretaris zo vriendelijk zijn om zich te engageren dat we ze regelmatig kunnen zien. Ik wil ook elke maand de parlementaire diensten daar mee lastig vallen. Maar als de staatssecretaris ons daarbij kan helpen dan zijn we van een hoop administratieve rompslomp af, me dunkt.

Ik zou daar dus nog graag een antwoord op hebben.

Ten tweede, ik ben het tweehonderd procent eens met uw gedragen pleidooi voor voorzorg inzake verkeersveiligheid en liever te ver dan niet ver genoeg. Liever te streng dan niet streng genoeg. Liever te beknottend dan niet beknottend genoeg want als we er maar één leven mee kunnen redden, hebben we een geweldige prestatie geleverd.

Tot nader order en tot we die statistieken echt hebben gezien, wil ik u daarin het voordeel van de twijfel gunnen en daarin meegaan. Want nogmaals, ik ben voor zo’n speekseltest. Als dat echt werkt, is dat een fantastisch goede zaak. Maar wilt u dan ook hetzelfde principe toepassen, mijnheer de staatssecretaris, en even verregaand, met desnoods evenveel potentieel negatieve effecten, als het gaat over snelheidsbeperkingen, als het gaat over inhaalverboden, als het gaat om maximumomvang van vrachtwagens. Ook allemaal zaken waarbij specialisten inzake verkeersveiligheid en ongevallenstatistieken u zwart op wit kunnen aantonen dat indien men er te laks mee omgaat de kans op dodelijke ongevallen systematisch toeneemt. In deze zaken heb ik u de afgelopen jaren in de omgekeerde richting zien marcheren.

In Leuven zeggen ze: ‘’t Is eieren of jong’. In het ene geval, wat misschien leuk bekt, preventief geweldig streng zijn – los van de negatieve gevolgen – en in het andere geval, preventief eerder laks zijn, vind ik een beetje tegenstrijdig. Ik zou u graag in beide gevallen even verregaand zien gaan en in de twee gevallen even verregaand willen steunen.

De voorzitter: Ik dacht even dat u een speekseltest voor bergbeklimmers zou vragen, maar zover bent u niet gegaan. Was dat misschien, omdat het niet tot de competentie van de staatssecretaris behoort?

Uw laatste opmerkingen hebben natuurlijk betrekking op een ander debat. We blijven hier bij het debat over de speekseltest. Die zal zijn kinderziekten wel hebben, maar het is alleszins een vooruitgang voor de huisartsen van wacht, die niet meer opgetrommeld worden om bloedafnames te doen bij weerbarstige chauffeurs. Dat behoort immers niet echt tot hun kerntakenpakket.

Bruno Tobback (sp.a): Mevrouw de voorzitter, ik wil niet moeilijk doen, maar me dunkt dat dat ook een ander debat is.

De voorzitter: Absoluut. Ik heb hier ondertussen mijn vraag al gemaakt.

Tanguy Veys (VB): Mijn vraag mag zeker niet gezien worden als het ter discussie stellen van het principe. Mijn partij is altijd vragende partij voor een strenge aanpak van het druggebruik.

Mijnheer de staatssecretaris, u verwijst naar het voorschrijfgedrag van sommige artsen. Misschien zou u bij een eventuele evaluatie en bijsturing, zoals u nu hebt overlegd met de politie, de artsen vragen naar hun mening over wat volgens hen normaal gebruik van dergelijke medicatie is. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat zij dergelijke medicijnen voor ADHD voorschrijven aan druggebruikers of dat druggebruikers daarin een roes vinden.

Een tweede punt houdt verband met de statistieken. Ik heb dat initieel ook gevraagd en ook collega Tobback heeft ernaar verwezen. Wij hebben het geluk dat de staatssecretaris graag, goed en niet nodeloos communiceert. Ik hoop dat hij, zodra de cijfers beschikbaar zijn, ze ook aan de pers zal communiceren, zodat we op die manier toch een blik kunnen werpen op de fameuze foutenmarge.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: De heer Tobback zal natuurlijk langer parlementslid zijn dan ik verantwoordelijk voor Mobiliteit. You never know. Ik zal in elk geval de elementen in verband met het dossier sowieso van nabij doen volgen, omdat daar uiteraard vragen over zullen worden gesteld. Het verbaast mij een beetje dat iemand uit het Leuvense bedenkingen heeft bij de snelheidscontroles, want Leuven is wat dat betreft een goed voorbeeld. Ik zal de burgemeester van Leuven verwijzen naar zijn betoog met de vraag om nog wat strenger te zijn. Dat kan ik natuurlijk doen. Leuven is een van de steden die wat dat betreft een voorbeeldfunctie heeft.

Ik geef dat graag toe.

Ik ben het met u niet eens over de andere elementen, maar dat is een ander paar mouwen. Ik kan immers het tegengestelde bewijzen.

Ik wil de heer Veys alleen maar zeggen dat wij met zowel de Farmaceutische Bond als de producent van rilatine contact hebben gehad en zij hebben klaar en duidelijk gezegd dat er bij normaal gebruik geen probleem is. Het gaat over een Zwitserse firma die in Basel is gevestigd.

De voorzitter: Vroeger was het Ely Lilly, maar er zijn daar fusies geweest.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Wij hebben in elk geval met de producent van rilatine en met de Farmaceutische bond voorafgaande contacten gelegd. Het is duidelijk dat er bij normaal gebruik geen risico’s zijn. Wanneer iemand natuurlijk een hele fles hoestsiroop of een heel doosje slaappillen neemt, zal die zeker in slaap vallen achter het stuur.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “de invoering van speekseltesten”

Tanguy Veys (VB): De aanleiding van mijn vraag is de speekseltest, die sinds oktober 2010 werd ingevoerd, waarbij bestuurders kunnen gecontroleerd worden op druggebruik. Volgens een Europese studie uit 2006 van het BIVV is gebleken dat het percentage bestuurders onder invloed van drugs, 4 %, bijna even hoog is als dat van automobilisten onder invloed van alcohol. De motivatie voor de invoering van de speekseltest is, onder meer, het voordeel dat hij sneller kan worden afgenomen en dat er geen nood is aan een hygiënische omgeving.

In eerste instantie is al gebleken uit diverse studies, onder meer van de Franse Académie Nationale de Pharmacie, dat de speekseltesten onbetrouwbaar zouden zijn. Zij verwijst naar een Belgische studie: 16 % van de gevallen zou een vals positief resultaat geven en 19 % van de gevallen zou een vals negatief resultaat opleveren. Daaromtrent werd de staatssecretaris reeds bevraagd in de Kamercommissie en hij heeft toen gesteld dat de test – het woord zegt het zelf: test – enkel oriënterend is en nog altijd de bloedproef nadien bepalend is.

Nu blijkt dat de speekseltest niet alleen een grote foutenmarge heeft, maar ook positief zou reageren op geneesmiddelen als rilatine en concerta, die de symptomen van ADHD en ADD onderdrukken. Patiënten riskeren zelfs met een doktersattest hun rijbewijs voor twaalf uur te verliezen. De speekseltest gaat na of een bestuurder cannabis, amfetamines, heroïne of cocaïne gebruikt heeft, maar geeft ook een positief resultaat voor rilatine en concerta, waarin het chemisch product methylfenidaat zit. Die molecule is sterk chemisch verwant aan amfetamine.

Overigens is ook gebleken uit de studie Rijden onder Invloed van een Psychoactieve Stof uitgevoerd door de Universiteit Gent in samenwerking met opnieuw het BIVV dat de speekseltest ongevoelig zou zijn voor slaap- en kalmeermiddelen.

Intussen wordt op de politiescholen tijdens de opleiding meegedeeld dat na een positieve speekseltest nog steeds moet overgegaan worden tot bloedafname en geen speekselanalyse. Nochtans is dat een belangrijk onderdeel in heel het project. Bloedafname is een lange en tijdrovende bezigheid voor de politie, men moet een arts vorderen, men moet een vorderingsstaat opmaken, er moet een klinisch verslag opgemaakt worden en ook de gerechtskosten moeten berekend worden. De reden hiervoor is dat het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse, dat naar verluidt klaar zou liggen, nog steeds niet werd gepubliceerd.

Mijnheer de staatssecretaris, hoe evalueert u de maatregelen sinds 1 oktober 2010 inzake speekseltesten? Ik heb ondertussen ook reeds gezien dat het gerecht niet stil heeft gezeten, dat onder meer de politierechtbank van Dendermonde eind november de eerste dossiers heeft behandeld van chauffeurs die positief testten bij een speekseltest.

Werden de afspraken die gemaakt werden omtrent de speekseltesten, al bijgestuurd?

Hoeveel speekseltesten werd sinds 1 oktober afgenomen? Hoeveel daarvan waren positief? Hoeveel daarvan werden nadien door een bloedafname positief bevestigd?

Werd getest of de apparatuur bij speekseltesten reageert op geneesmiddelen zoals rilatine en concerta, die de symptomen van ADHD en ADD onderdrukken? Zo ja, met welke resultaten en heeft dat geleid tot mogelijke bijsturingen? Zo neen, waarom niet?

Mijnheer de staatssecretaris, hoe verklaart u dat het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse nog steeds niet werd gepubliceerd en dus ook nog steeds niet van kracht is, met het gevolg dat er nog steeds moet gewerkt worden met bloedafname in plaats van speekselanalyse?

Werden er maatregelen genomen om het koninklijk besluit inzake de speekselanalyse zo snel mogelijk te publiceren? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw de voorzitter, de afwezigen hebben altijd ongelijk. Ik zal in elk geval een globaal antwoord geven op de vragen die werden gesteld. In feite zijn de vragen van mevrouw Somers en de heer Van den Bergh inhoudelijk terug te vinden in de vragen van de andere drie heren, dus een globaal antwoord zal ook voor hen gepast zijn.

Ten eerste, wat betreft de invloed van geneesmiddelen op de speekseltest. De speekseltests die door de politie worden gebruikt, zijn niet bedoeld om het gebruik van geneesmiddelen vast te stellen. Zij zijn specifiek ontworpen om de verboden substanties die in de wet worden opgesomd, op te sporen, zoals de cannabis, amfetaminen, heroïne en cocaïne.

Ik weet dat er de jongste tijd nogal wat te doen is geweest over de ADHD-medicatie, zoals rilatine, waarbij er positief getest zou worden bij het gebruik van dat geneesmiddel. Ondertussen heeft nader onderzoek plaatsgehad door het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek. Dat onderzoek heeft uitgewezen dat bij een normaal therapeutisch gebruik van rilatine de speekseltest geen positief resultaat geeft.

Die redenering geldt ook voor de meeste andere geneesmiddelen die elementen zouden bevatten van een van de verboden substanties, zoals pijnstillers die ook codeïne of morfine zouden bevatten.

Met andere woorden, bij die geneesmiddelen, die bij normaal gebruik een zogenoemd lage kruisreactiviteit bij de uitvoering van de speekseltest geven, zijn er geen problemen.

Als de speekseltest daarop toch zou reageren, dan gaat het wellicht – ik zou bijna zeggen: waarschijnlijk – over hoge dosissen, waarbij wij, met onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de verkeersveiligheid, ons toch afvragen of het dan wel aangeraden is om nog een voertuig te besturen, zoals meestal in de bijsluiter van die geneesmiddelen wordt vermeld.

Daarbij mag u niet vergeten dat de speekseltest pas wordt opgelegd wanneer de politie bepaalde uiterlijke tekenen of aanwijzingen van druggebruik heeft vastgesteld, zoals dat bepaald is in de checklist die men eerst moet overlopen. Geloof mij, de politiemensen op het terrein bevestigen ook dat zij de echte druggebruikers er relatief snel kunnen uithalen.

Een normale ADHD-patiënt of iemand die een pijnstiller met codeïne gebruikt loopt geen of alleszins een erg minimaal risico om positief op de speekseltest te testen.

Het hier gestelde probleem is eigenlijk niet nieuw. Met de vroegere wetgeving kon men na het gebruik van bepaalde geneesmiddelen bij de urinetest sowieso positief testen. De huidige speekseltest is wat dat betreft een hele verbetering aangezien er bij de vroegere urinetest veel meer valse positieven werden vastgesteld, personen die twaalf uur aan de kant moesten staan maar achteraf negatief bleken. Zo gaf de vroegere urinetest 18 % valse positieve resultaten terwijl de foutenmarge bij de speekseltest tot 7 % wordt herleid, een halvering in vergelijking met de vroegere reglementering.

Het geven van een doktersvoorschrift kan en mag en zal geen vrijgeleide zijn bij een eventuele politiecontrole. Pas achteraf, bij de definitieve speeksel- of bloedanalyse, kunnen de ingenomen substanties met zekerheid worden vastgesteld. Men zal niet strafbaar zijn voor de ingenomen medicatie.

Er was een vraag over de problematiek van de invloed van geneesmiddelen op het rijgedrag en wat daarover in de bijsluiter staat vermeld. Vooral kalmeermiddelen, antidepressiva of benzodiazepines zijn hier aan de orde.

Welnu, in de wetgeving is er ter zake een algemene bepaling opgenomen die het rijden onder invloed van geneesmiddelen strafbaar stelt, op basis van uiterlijke tekenen, meer bepaald wanneer die uiterlijke tekenen gelijkenissen vertonen met dronkenschap. Wanneer bijvoorbeeld zou blijken dat, na een negatieve ademtest en een negatieve speekseltest, de persoon in kwestie uiterlijke tekenen vertoont die zijn rijgedrag beïnvloeden, dan kan de politie wel degelijk optreden door een rijverbod van twaalf uur op te leggen. Uiteraard zal dan ook een bloedproef worden genomen, om na te gaan over welke substanties het gaat.

Wat het aantal speekseltesten betreft dat de politie kan afnemen, in het kader van een werkgroep waarvan de geïntegreerde politie deel uitmaakte, werden bepaalde afspraken gemaakt. Die afspraken slaan op het aantal speekseltesten dat de politie op jaarbasis zou afnemen, om de grootteorde te bepalen van de aanbesteding die het ministerie van Justitie moet doen. De politie heeft daarbij vooropgesteld dat minstens 10 000 speekseltesten per jaar tot de mogelijkheden moeten behoren. Ik verstop niet dat ik dat aantal sterk wil verhogen. Dat mag duidelijk zijn.

Ik denk niet dat men dat mag bekijken als een opgelegd quotum, maar het is normaal dat bepaalde beleidsdoelstellingen worden gekwantificeerd, zoals dat trouwens ook het geval is voor alcohol- en snelheidscontroles, zonder dat daarbij de kwalitatieve aspecten uit het oog worden verloren. Het is precies omdat men de vroegere omslachtige methode van de testbatterij en de urinetest niet meer moet toepassen, dat wij ervan uitgegaan zijn dat met dezelfde politiecapaciteit meer speekselcontroles zullen kunnen worden uitgevoerd, maar wellicht zal het ook wel zo zijn dat elke vraag vanuit het beleid naar meer verkeerscontroles wordt aangegrepen om het personeelstekort bij de politie aan te kaarten, zonder dat ik dat probleem wil onderschatten, want ik kan die bal vrij gemakkelijk naar mijn collega van Binnenlandse Zaken doorspelen.

Ik kom tot een aantal concrete vragen, die onder andere door de heer Veys werden gesteld. Ik heb omtrent deze aangelegenheid reeds op 19 oktober een en ander geantwoord.

Ik heb omtrent de betrouwbaarheid van de speekseltesten reeds tamelijk uitgebreid geantwoord op 19 oktober. Ik wil herhalen dat de foutenmarge van 16 %, die door professor Mura uit Frankrijk werd vastgesteld, eigenlijk inhoudt dat de bestuurders positief scoorden voor de speekseltest, maar achteraf negatief voor een bloedanalyse uitgevoerd in het laboratorium. Die bestuurders werden dus niet veroordeeld. De positieve foutenmarge van 16 % kan eigenlijk wel niet toegepast worden op de Belgische situatie, aangezien dat aantal en de berekeningen van professor Mura betrekking hadden op een andere speekseltest, namelijk de Rapid STAT van de firma MAVAND, die in Frankrijk wordt gebruikt en die niet door België werd gekozen. Er is mij verzekerd dat wij een test gekozen hebben die correcter is en een grotere zekerheid geeft.

De vroeger gehanteerde urinetest, die nu vervangen wordt door een speekseltest, gaf in 2009 in ons land 18 % vals positieve resultaten. Dat betekent dat de oriënterende urinetest in 18 % van de gevallen een positief resultaat gaf en dat het bloedstaal dat als gevolg van de positieve urinetest werd afgenomen, na laboratoriumanalyse negatief werd omschreven. Aangezien drugs minder lang opspoorbaar zijn in speeksel dan in urine, zal de nieuwe wet minder vals positieve resultaten geven. Voorlopige studies in het laboratorium tonen, zoals ik daarstraks reeds heb opgemerkt, een positieve foutenmarge van 7 % aan. Vandaar dat ik het had over meer dan een halvering.

Mijn conclusie is dat wij met de nieuwe wetgeving een duidelijke vooruitgang boeken in de opsporing van het rijden onder invloed door middel van de speekseltest. De omslachtige testbatterij en de urinetest behoren definitief tot het verleden. Er kan nu efficiënter worden gewerkt.

Op het ogenblik wordt voortgewerkt aan het KB betreffende de speekselanalyse door Justitie en Volksgezondheid. Het moet klaar zijn tegen het einde van het jaar. Op dat ogenblik kunnen we de bloedanalyse vervangen door een speekselanalyse, zodat er geen nood meer is aan de tussenkomst van een geneesheer.

Wat het aantal speekseltesten betreft, beschik ik niet over cijfers van de geïntegreerde politie. De federale werkt naast de lokale politie. Aangezien de speekseltesten pas officieel werden op 1 oktober, is het begrijpelijk dat er een inloopperiode noodzakelijk is waarbij alle politiediensten geleidelijk vertrouwd worden gemaakt met de nieuwe procedure. De nieuwe speekseltesten worden ter beschikking gesteld en wij geven opleidingsprogramma’s aan de verschillende lokale politiediensten.

Het KB betreffende de speekselanalyse is in de eerste plaats een bevoegdheid van Justitie en Volksgezondheid, die er de laatste hand aan leggen. Het wordt voor advies aan de Raad van State en de Gewesten voorgelegd. Ik hoop dat het begin volgend jaar in werking kan treden, zodat geneesheren niet meer nodig zijn, het afgenomen speeksel voortaan naar een laboratoria kan die uitmaakt of de geteste chauffeur al dan niet een hoeveelheid cannabis, amfetaminen, heroïne of cocaïne tot zich heeft genomen.
 
Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw omstandig antwoord.

Ik betreur echter nog altijd dat op basis van de huidige regelgeving iemand die voorgeschreven medicatie gebruikt om de symptomen van ADHD en ADD te onderdrukken, nog steeds, niettegenstaande hij een doktersattest op zak heeft, kans loopt zijn rijbewijs gedurende twaalf uur te verliezen.

U spreekt van normaal gebruik. In eerste instantie moet echter de arts daarover oordelen. Op basis van de bevindingen van de politie die de test afneemt, bekijken of iemand al dan niet drugs gebruikt, is immers nog altijd een heel subjectief gegeven.

Ten tweede, ik begrijp uit uw antwoord dat het vandaag nog wat kort dag is om nu al op vragen over de cijfers te antwoorden. Niettemin zou ik erop willen aandringen dat vooral de cijfers over de foutenmarge er snel komen. Er is ter zake immers nogal veel discussie. Eens wij de cijfers uit de praktijk kennen, kunnen wij er een en ander uit leren.

Er zijn een aantal tests, studies en vergelijkingen met het buitenland geweest. Zij zijn echter heel beperkt.

Ten slotte, lijkt het mij logisch dat het koninklijk besluit hand in hand zou worden ingevoerd. U antwoordt dat voornoemd besluit het laatste stadium heeft bereikt. U zegt dat de coördinatie tussen Justitie en Volksgezondheid de reden is waarom een en ander zo lang heeft geduurd. Het lijkt mij logisch dat de besluiten samen werden ingevoerd.

Ik ben, wellicht samen met u, alvast in blijde verwachting.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: ik kan u verzekeren dat ik niet in blijde verwachting ben, toch niet wat dat betreft.

Siegfried Bracke (N-VA): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u uiteraard voor uw antwoord.

Ik heb een vraag naar precisering en een bedenking.

Ten eerste, mijn vraag naar precisering luidt als volgt.

Mijnheer de staatssecretaris, u hebt een aantal keer de uitdrukking “normaal gebruik” vernoemd. De heer Veys heeft er ook al naar verwezen. Wat is een “normaal gebruik”? Wat moet ik mij daarbij voorstellen?

Ten tweede, hangt het niet van de behandelende arts af – ik ken er niets van – om een bepaald gebruik als normaal gebruik te bestempelen?

Ten derde, laat het duidelijk zijn dat ik een absolute voorstander van dergelijke tests ben. Immers, van alles wat de veiligheid op de weg kan verhogen, zijn wij vanzelfsprekend voorstander. Het is goed dat er veel tests zijn en dat u de bedoeling hebt het aantal tests te verhogen.

Ik hoor echter uit uw mond dat een systeem waarvan wij niet mogen vergeten dat het veel handiger is dan de vorige bloed- en urineproeven, nog altijd 7 % vals-positieve resultaten oplevert. Ik ben geen statisticus. Naar mijn aanvoelen is een dergelijk percentage echter hoog. In mijn ogen heeft zulks immers met het handelen van de overheid en van de Staat te maken.

Er zijn twee dingen. Het slechtste is dat een Staat niets doet. De iets mindere fase is dat de Staat mensen het gevoel geeft dat ze worden gepest. Dat is in samenlevingsverband en in maatschappelijk verband een zeer kwalijke zaak. Ik blijf dus vinden dat 7 % valse positieven eigenlijk nog altijd veel is.

Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, dank u voor dit antwoord. Dat stelt mij maar gedeeltelijk gerust. Ik heb wat aan hoofdrekenen gedaan met die 7 %. Dat betekent dat er op 10 000 zo’n 700 valse positieven zijn. Als u dat verdubbelt kunnen we er van uitgaan dat er in het slechtste geval 700 zijn. Als er 20 000 zijn en u wilt dat ferm optrekken, zegt u dat we aan nog meer komen, dat we binnenkort als we niet opletten potentieel boven de 1 000 of 2 000 valse positieven per jaar zitten in het verkeer, bovenop de interpretatie van wat u dan als normaal therapeutisch gebruik beschouwt.

Daarbij is mij niet duidelijk wie heeft bepaald wat normaal therapeutisch gebruik is, wat dat is, wat we daaronder moeten verstaan. Mij lijkt dat af te hangen van de ernst van de aandoening, hoe groot de dosis moet zijn. Misschien moet de voorzitter daar iets meer over zeggen: die is daarvan beter op de hoogte.

Ik ben daar toch maar zeer gedeeltelijk door gerustgesteld, vooral ook omdat het verschil dat u maakt tussen de grote foutenmarge van de urinetest en de kleine foutenmarge van de speekseltest op zich niet relevant is. De drempel om de speekseltest af te nemen is natuurlijk vele malen kleiner dan de drempel om de urinetest af te nemen. Bij mijn weten werden er geen 10 000 of 20 000, laat staan 30 000 urinetests per jaar afgenomen.

U stelt ons ook gerust met de verklaring dat de politie de speekseltest slechts zal afnemen wanneer zij iemand tegenhoudt die manifest duidelijke tekenen van druggebruik heeft. Ik weet niet tot hoe ver u het wilt opdrijven, maar ik wil toch graag eens de politiecijfers zien en weten of ze er ieder jaar 15 000, 20 000 of 30 000 tegenkomen bij politiecontroles die manifeste tekenen van het gebruik van drugs achter het stuur vertonen. Als daar de drempel verlaagt, zal de drempel van die beoordeling ook wel verlagen en neemt opnieuw de kans toe dat we aan de bovengrens van de valse positieven zitten.

Nog eens, ik wil graag van u weten hoe dit statistisch zal worden opgevolgd. Met andere woorden, ik wil graag zicht krijgen op het aantal vals-positieven, maand per maand, in dit systeem. Zo kunnen wij op korte termijn opvolgen wat er gebeurt, voor er mensen zijn die hun werk verliezen omdat zij een vals positieve test hebben gedaan en hun auto aan de kant hebben moeten zetten.

Ik ben het er wel over eens dat er streng moet worden opgetreden tegen druggebruik in het verkeer. Maar, om streng te kunnen zijn, moet u ook bewijzen dat u rechtvaardig bent. Als u dat niet kunt aantonen, lukt het niet meer. Dan kunt u de speekseltest niet behouden en dan blijkt de invoering ervan een valse vooruitgang te zijn geweest.

Achteraf moeten terugkrabbelen is het slechtste wat ons kan overkomen, lijkt mij. Ik ben vragende partij om te weten wie zal beslissen, en of dat gebeurt op basis van ondiscutabele criteria inzake “normaal therapeutisch gebruik.” Ik wil ook de statistieken stelselmatig kunnen opvolgen om te weten of wij goed bezig zijn of niet.

Jef Van den Bergh (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijn excuses dat ik te laat kwam om met mijn vraag aan te sluiten bij die van de collega’s.

Ik wil even benadrukken dat dit een erg belangrijk onderwerp is. Ik meen – en alle beschikbare onderzoeken wijzen toch in die richting – dat het druggebruik in het verkeer een groeiende problematiek is die wij goed in het oog moeten houden. Wij moeten daartegen efficiënte instrumenten kunnen inzetten, als wij ten minste bekommerd zijn om de verkeersveiligheid.

De speekseltest om drugs in het verkeer op te sporen is een manier die reeds een aantal jaren met succes wordt toegepast onder meer in Australië. Er komen factoren bij kijken die inderdaad de nodige opvolging verdienen, maar ik meen dat wij die kwestie aan de specialisten moeten overlaten. Wij moeten dit inderdaad goed in het oog houden, maar ik vind dat wij vooral de kern van de zaak in het oog moeten houden. Als ik de vragen en de commentaren hier zo hoor, lijkt men dat soms uit het oog te verliezen. Ik vind dat wij onze doelstelling voor ogen moeten houden.

De kern van de zaak is dat wij druggebruik in het verkeer tot elke prijs moeten tegengaan en dat de handhaving daarop toch de grootste prioriteit is. Uiteraard moeten wij daarbij ervoor zorgen dat de foutenmarge zo klein mogelijk is, dat is evident. De kern van de zaak is echter dat wij tot een efficiënte handhaving komen van drugs in het verkeer.

De voorzitter: Collega’s, er is hier nogal wat speeksel gevloeid over de speekseltest.

Siegfried Bracke (N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik had gehoopt dat de staatssecretaris nog iets zou zeggen.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Ik zou niet graag hebben dat ik de commissieleden tegen mij in het harnas jaag omdat ik niet antwoord op de vragen die zij mij hebben gesteld. De aanvullende vragen zijn bedoeld om te worden beantwoord.

Mijnheer Veys, wat betreft het fabeltje dat wij het aan de arts moeten overlaten om te oordelen, ik ben verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid.

Als ik mensen zie die ik persoonlijk ken en die om medische redenen geen gordel moeten dragen en daarvoor een door een arts ondertekend bewijs hebben, dan meen ik dat er etwas los ist. Artsen zijn geneesheren en zij moeten zich met de medische kant van de zaak bezighouden, maar wat de verkeersveiligheid betreft beoordeel ik dat toch liever op een andere manier.

Wat de voorgeschreven medicatie betreft, het volgende. Bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie – u kunt die mensen goed of slecht inschatten – weet men, wat drugs betreft, toch wel waarover het gaat. Als de mensen van het instituut mij duidelijk zeggen dat de hoeveelheid van deze bekritiseerbare middelen die in een normaal geneesmiddel zitten, nooit tot uiting zal komen in het speeksel, tenzij heel uitzonderlijk, dan geloof ik hen.

Ik moet u trouwens erop wijzen, en ik meen dat onze voorzitter mij niet zal tegenspreken, dat in bepaalde siropen zoals hoestsiropen, middelen zitten die verslavend zijn. Als men een hele fles uitdrinkt, is men niet in staat om te sturen. Als men een heel potje slaappillen neemt, valt men sowieso in slaap en is men niet in staat om te sturen. Met andere woorden, de hoeveelheid geneesmiddelen die men inneemt, is determinerend voor het gedrag dat men kan hebben in het verkeer. Het is mijn zorg dat die hoeveelheid van die aard is dat elke chauffeur die het neemt geen potentieel gevaar is, voor zichzelf noch voor de andere mensen in het verkeer. Ik wil mij wat dat betreft op de passende gestrengheid houden. U kunt dat overdreven vinden, maar ik vind dat dit maar correct is.

Mijnheer Bracke, wat de precisering van het normaal gebruik door de behandelende arts betreft, zegt u dat 7 % valse positieven nogal veel is. Dat is inderdaad veel.

Ik pik onmiddellijk in op de bedenking van de heer Tobback. Vroeger met de urinetesten, dat was zo omslachtig, dat vroeg zoveel tijd dat een politieploeg op een avond niet veel kans had om veel mensen te testen. Nu gaat dat veel gemakkelijker, dus kan men veel meer mensen testen, dus heeft men veel meer valse positieven en dus zijn de mensen er tegen. Dat is juist.

Ik voeg daaraan echter het volgende toe. België, ons land heeft een van de slechtste statistieken in verband met verkeersveiligheid in de noordwestelijke regio van Europa; slechter dan Nederland want dubbel zoveel dodelijke ongevallen; slechter dan Duitsland want 50 % meer dodelijke ongevallen; slechter dan Frankrijk want een derde meer dodelijke ongevallen; slechter dan Engeland want 50 % meer dodelijke ongevallen. Als ik niet op deze manier werk, zal ik die statistiek nooit naar beneden krijgen. Sorry, die permissieve maatschappij op het vlak van verkeersveiligheid, daar moet ik tegenin gaan, hoe onpopulair dat ook mag zijn.

Die 7 % valse positieven is minder dan de helft van vroeger, maar het aantal personen zal ongetwijfeld meer zijn, daarmee ben ik het eens, dat is juist. Dat is echter ook precies de bedoeling. Ik zou bijna willen zeggen dat dit de boodschap is die ik geef aan de mensen in het verkeer. Als men geneesmiddelen neemt, moet men rekening houden met het risico dat men gesnapt wordt. Als dat in normale hoeveelheden is, volgens de gegevens op de bijsluiter van de geneesmiddelen, zal men geen risico lopen. Als men echter voor de veiligheid de drievoudige of viervoudige hoeveelheid inneemt van wat men normaal mag innemen, dan kan men tegen de lamp lopen en dan loopt men normaal gezien een risico.

Wij gaan ervan uit dat wanneer een dokter een voorschrift schrijft en een hoeveelheid geneesmiddelen voorschrijft, het therapeutische gebruik nog steeds van aard is dat de normale gedraging van die persoon in het verkeer mogelijk is. Op dat vlak doe ik wel een beroep op de knowhow en verantwoordelijkheidzin van de geneesheren.

Een hoestsiroop, bijvoorbeeld, kan inhoudelijk een risico zijn. Degenen die medisch geschoold zijn, hier aanwezig, zullen dat kunnen zeggen. Welnu, ten aanzien van mensen die dat zouden doen, zeg ik dat zij dan maar uit het verkeer moeten blijven, want op dat ogenblik is het geneesmiddel een kwaal zoals alcohol. Daartegenover kan ik geen verzwakte positie innemen.

Gestrengheid tegen het druggebruik heeft misschien minder aangename kantjes maar men kan geen omelet bakken zonder de eierschalen te breken. Ik wil op dat vlak gewoon voortgaan.

Ik moet de heer Van den Bergh volkomen bijtreden. Ik lees in mijn statistieken dat bijna de helft van de verkeersdoden tijdens de weekends en vooral ’s nachts gebeurt en dat het grootste gedeelte van die ongelukken zich zonder derden voltrekt. Dat betekent dat men in een bocht rechtdoor rijdt en tegen een boom of een elektriciteitspaal rijdt. Dat is niet het normale gedrag van een autobestuurder. De feiten zullen ons gelijk geven of tegenspreken, maar wij zijn ervan overtuigd dat drugs, en vooral drugs samen met alcohol waarvan wetenschappelijk is bewezen dat het risico van ongevallen met dertig tot vijftig wordt vermenigvuldigd, waarschijnlijk een grote oorzaak is. Daarom behoud ik alsnog mijn vertrouwen in datgene wat door criminologie en criminalistiek is uitgewerkt. Ik blijf op deze lijn doorgaan.

De voorzitter: Mijnheer Tobback, u hebt zoals steeds het laatste woord.

Bruno Tobback (sp.a): Dat is uniek, ik zal u daar aan herinneren want er zijn ook een aantal zaken waar ik de staatssecretaris wens aan te herinneren.

Eerst en vooral, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over het systematisch bijhouden en opvolgen van statistieken van de valse positieven.

De voorzitter: (…)

Bruno Tobback (sp.a): Moet ik ze elke maand opnieuw vragen of wil de staatssecretaris zo vriendelijk zijn om zich te engageren dat we ze regelmatig kunnen zien. Ik wil ook elke maand de parlementaire diensten daar mee lastig vallen. Maar als de staatssecretaris ons daarbij kan helpen dan zijn we van een hoop administratieve rompslomp af, me dunkt.

Ik zou daar dus nog graag een antwoord op hebben.

Ten tweede, ik ben het tweehonderd procent eens met uw gedragen pleidooi voor voorzorg inzake verkeersveiligheid en liever te ver dan niet ver genoeg. Liever te streng dan niet streng genoeg. Liever te beknottend dan niet beknottend genoeg want als we er maar één leven mee kunnen redden, hebben we een geweldige prestatie geleverd.

Tot nader order en tot we die statistieken echt hebben gezien, wil ik u daarin het voordeel van de twijfel gunnen en daarin meegaan. Want nogmaals, ik ben voor zo’n speekseltest. Als dat echt werkt, is dat een fantastisch goede zaak. Maar wilt u dan ook hetzelfde principe toepassen, mijnheer de staatssecretaris, en even verregaand, met desnoods evenveel potentieel negatieve effecten, als het gaat over snelheidsbeperkingen, als het gaat over inhaalverboden, als het gaat om maximumomvang van vrachtwagens. Ook allemaal zaken waarbij specialisten inzake verkeersveiligheid en ongevallenstatistieken u zwart op wit kunnen aantonen dat indien men er te laks mee omgaat de kans op dodelijke ongevallen systematisch toeneemt. In deze zaken heb ik u de afgelopen jaren in de omgekeerde richting zien marcheren.

In Leuven zeggen ze: ‘’t Is eieren of jong’. In het ene geval, wat misschien leuk bekt, preventief geweldig streng zijn – los van de negatieve gevolgen – en in het andere geval, preventief eerder laks zijn, vind ik een beetje tegenstrijdig. Ik zou u graag in beide gevallen even verregaand zien gaan en in de twee gevallen even verregaand willen steunen.

De voorzitter: Ik dacht even dat u een speekseltest voor bergbeklimmers zou vragen, maar zover bent u niet gegaan. Was dat misschien, omdat het niet tot de competentie van de staatssecretaris behoort?

Uw laatste opmerkingen hebben natuurlijk betrekking op een ander debat. We blijven hier bij het debat over de speekseltest. Die zal zijn kinderziekten wel hebben, maar het is alleszins een vooruitgang voor de huisartsen van wacht, die niet meer opgetrommeld worden om bloedafnames te doen bij weerbarstige chauffeurs. Dat behoort immers niet echt tot hun kerntakenpakket.

Bruno Tobback (sp.a): Mevrouw de voorzitter, ik wil niet moeilijk doen, maar me dunkt dat dat ook een ander debat is.

De voorzitter: Absoluut. Ik heb hier ondertussen mijn vraag al gemaakt.

Tanguy Veys (VB): Mijn vraag mag zeker niet gezien worden als het ter discussie stellen van het principe. Mijn partij is altijd vragende partij voor een strenge aanpak van het druggebruik.

Mijnheer de staatssecretaris, u verwijst naar het voorschrijfgedrag van sommige artsen. Misschien zou u bij een eventuele evaluatie en bijsturing, zoals u nu hebt overlegd met de politie, de artsen vragen naar hun mening over wat volgens hen normaal gebruik van dergelijke medicatie is. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat zij dergelijke medicijnen voor ADHD voorschrijven aan druggebruikers of dat druggebruikers daarin een roes vinden.

Een tweede punt houdt verband met de statistieken. Ik heb dat initieel ook gevraagd en ook collega Tobback heeft ernaar verwezen. Wij hebben het geluk dat de staatssecretaris graag, goed en niet nodeloos communiceert. Ik hoop dat hij, zodra de cijfers beschikbaar zijn, ze ook aan de pers zal communiceren, zodat we op die manier toch een blik kunnen werpen op de fameuze foutenmarge.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: De heer Tobback zal natuurlijk langer parlementslid zijn dan ik verantwoordelijk voor Mobiliteit. You never know. Ik zal in elk geval de elementen in verband met het dossier sowieso van nabij doen volgen, omdat daar uiteraard vragen over zullen worden gesteld. Het verbaast mij een beetje dat iemand uit het Leuvense bedenkingen heeft bij de snelheidscontroles, want Leuven is wat dat betreft een goed voorbeeld. Ik zal de burgemeester van Leuven verwijzen naar zijn betoog met de vraag om nog wat strenger te zijn. Dat kan ik natuurlijk doen. Leuven is een van de steden die wat dat betreft een voorbeeldfunctie heeft.

Ik geef dat graag toe.

Ik ben het met u niet eens over de andere elementen, maar dat is een ander paar mouwen. Ik kan immers het tegengestelde bewijzen.

Ik wil de heer Veys alleen maar zeggen dat wij met zowel de Farmaceutische Bond als de producent van rilatine contact hebben gehad en zij hebben klaar en duidelijk gezegd dat er bij normaal gebruik geen probleem is. Het gaat over een Zwitserse firma die in Basel is gevestigd.

De voorzitter: Vroeger was het Ely Lilly, maar er zijn daar fusies geweest.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Wij hebben in elk geval met de producent van rilatine en met de Farmaceutische bond voorafgaande contacten gelegd. Het is duidelijk dat er bij normaal gebruik geen risico’s zijn. Wanneer iemand natuurlijk een hele fles hoestsiroop of een heel doosje slaappillen neemt, zal die zeker in slaap vallen achter het stuur.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...