[07/12/10] Mondelinge vraag over de achterstand in de verplichte opleiding voor bus- en truckchauffeurs

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “de achterstand in de verplichte opleiding voor bus- en truckchauffeurs”

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, ik zal proberen nog korter te zijn dan collega Van den Bergh.

Mijnheer de staatssecretaris, deze problematiek is nog recent in deze commissie aan bod gekomen, maar toen ging het vooral over de vrijstelling van vakbekwaamheid.

Dat verhindert niet dat onder meer Touring toch aan de alarmbel heeft getrokken in verband met de achterstand. Touring vreest namelijk dat er een massale achterstand zal ontstaan voor de verplichte opleiding voor bus- en truckchauffeurs. Vanaf wanneer die bepaling in voege gaat – afhankelijk of het gaat om buschauffeurs of truckchauffeurs is dat 2015 of 2016 –, kunnen zij daardoor niet langer de weg op gaan. Weinig bedrijven bieden zich op dit moment aan om in een dergelijke opleiding te voorzien.

Mijnheer de staatssecretaris, bent u op de hoogte van die mogelijk dreigende problematiek?

Deelt u de kritiek of toch de bekommernis van Touring?

Zullen er maatregelen worden genomen of werden er reeds maatregelen genomen om tegemoet te komen aan die problematiek, zodanig dat in 2015 en 2016 toch de nodige opleidingen gevolgd werden door de bus- en truckchauffeurs?

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw de voorzitter, tot op heden zijn er 55 erkende opleidingscentra met 618 instructeurs en 322 opleidingsmodules. Dit lijkt ruim voldoende om aan de vraag te voldoen. Om te voorzien in de nascholing van alle beroepschauffeurs van autocars en vrachtwagens tegen respectievelijk 9 september 2015 en 9 september 2016 is overigens niet zozeer het aantal bestaande erkende opleidingscentra van het grootste belang maar wel het aantal instructeurs. Het is mogelijk dat een groot aantal beroepschauffeurs wacht met nascholing tot het allerlaatste moment. Daarom worden de transport- en andere beroepsfederaties er door de FOD Mobiliteit regelmatig aan herinnerd dat de ondernemingen en hun chauffeurs tijdig de nascholing moeten beginnen.

Concreet heeft men vijf jaar om 35 lesuren bijscholing te volgen. Om wat meer ruimte te geven om deze opleidingen te volgen tegen 9 september 2016 zal ik deze periode uitbreiden tot zeven jaar zoals de Europese richtlijn dat toelaat zodat men de opleiding vroeger zal kunnen beginnen. Een ontwerp van koninklijk besluit is daarover klaar en zal in de loop van de maand januari kunnen worden gepubliceerd.

Ik zie de wenselijkheid van een uitbreiding van de 322 modules die raadpleegbaar zijn op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer niet in. De FOD ontvangt wekelijks twee à drie nieuwe aanvragen voor de erkenning van de module. Daarbij zijn wij verplicht om de materies die vastgelegd zijn in de Europese richtlijn ook te respecteren. Daar kunnen wij niet van afwijken.

Derde element, er bestaat geen specifieke module betreffende het verkeersreglement. De opfrissing van de Wegcode is echter geïntegreerd in alle modules. Op die manier is het al of niet opfrissen van de verkeersregels geen keuze van de nageschoolde bestuurders.

De erkenning van een module volledig gewijd aan het verkeersreglement is niet mogelijk volgens de Europese richtlijn betreffende de vakbekwaamheid en gaat ook in tegen de zienswijze van de Europese Commissie daaromtrent.

Vierde element, de erkenningsprocedure, zoals deze wordt toegepast door de FOD Mobiliteit en Vervoer, kent geen vertragingen of noemenswaardige problemen. Ik vraag mij af waarop Touring zich concreet baseert om te stellen dat er effectief een achterstand zal ontstaan. Wanneer alle beroepschauffeurs tijdig en gefaseerd een opleiding volgen, wordt dit ongetwijfeld vermeden.

Vijfde element, zoals ik reeds zei, kan ik bevestigen dat het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende de vakbekwaamheid aangepast zal zijn tegen januari 2011.

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, uw nieuwe koninklijk besluit komt voor een stuk tegemoet aan de onrust die heerst in de sector. Ik dank u voor de inspanning die u reeds tot op heden hebt geleverd om ook de sector erop te wijzen dat 2015-2016 enerzijds veraf maar anderzijds ook dichtbij is, gelet op het feit dat het om een sector gaat die het moeilijk heeft, gelet op de buitenlandse concurrentie, dat is daarstraks ook aan bod geweest.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven van dinsdag 7 december 2010

Mondelinge vraag van de heer Tanguy Veys aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, over “de achterstand in de verplichte opleiding voor bus- en truckchauffeurs”

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, ik zal proberen nog korter te zijn dan collega Van den Bergh.

Mijnheer de staatssecretaris, deze problematiek is nog recent in deze commissie aan bod gekomen, maar toen ging het vooral over de vrijstelling van vakbekwaamheid.

Dat verhindert niet dat onder meer Touring toch aan de alarmbel heeft getrokken in verband met de achterstand. Touring vreest namelijk dat er een massale achterstand zal ontstaan voor de verplichte opleiding voor bus- en truckchauffeurs. Vanaf wanneer die bepaling in voege gaat – afhankelijk of het gaat om buschauffeurs of truckchauffeurs is dat 2015 of 2016 –, kunnen zij daardoor niet langer de weg op gaan. Weinig bedrijven bieden zich op dit moment aan om in een dergelijke opleiding te voorzien.

Mijnheer de staatssecretaris, bent u op de hoogte van die mogelijk dreigende problematiek?

Deelt u de kritiek of toch de bekommernis van Touring?

Zullen er maatregelen worden genomen of werden er reeds maatregelen genomen om tegemoet te komen aan die problematiek, zodanig dat in 2015 en 2016 toch de nodige opleidingen gevolgd werden door de bus- en truckchauffeurs?

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mevrouw de voorzitter, tot op heden zijn er 55 erkende opleidingscentra met 618 instructeurs en 322 opleidingsmodules. Dit lijkt ruim voldoende om aan de vraag te voldoen. Om te voorzien in de nascholing van alle beroepschauffeurs van autocars en vrachtwagens tegen respectievelijk 9 september 2015 en 9 september 2016 is overigens niet zozeer het aantal bestaande erkende opleidingscentra van het grootste belang maar wel het aantal instructeurs. Het is mogelijk dat een groot aantal beroepschauffeurs wacht met nascholing tot het allerlaatste moment. Daarom worden de transport- en andere beroepsfederaties er door de FOD Mobiliteit regelmatig aan herinnerd dat de ondernemingen en hun chauffeurs tijdig de nascholing moeten beginnen.

Concreet heeft men vijf jaar om 35 lesuren bijscholing te volgen. Om wat meer ruimte te geven om deze opleidingen te volgen tegen 9 september 2016 zal ik deze periode uitbreiden tot zeven jaar zoals de Europese richtlijn dat toelaat zodat men de opleiding vroeger zal kunnen beginnen. Een ontwerp van koninklijk besluit is daarover klaar en zal in de loop van de maand januari kunnen worden gepubliceerd.

Ik zie de wenselijkheid van een uitbreiding van de 322 modules die raadpleegbaar zijn op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer niet in. De FOD ontvangt wekelijks twee à drie nieuwe aanvragen voor de erkenning van de module. Daarbij zijn wij verplicht om de materies die vastgelegd zijn in de Europese richtlijn ook te respecteren. Daar kunnen wij niet van afwijken.

Derde element, er bestaat geen specifieke module betreffende het verkeersreglement. De opfrissing van de Wegcode is echter geïntegreerd in alle modules. Op die manier is het al of niet opfrissen van de verkeersregels geen keuze van de nageschoolde bestuurders.

De erkenning van een module volledig gewijd aan het verkeersreglement is niet mogelijk volgens de Europese richtlijn betreffende de vakbekwaamheid en gaat ook in tegen de zienswijze van de Europese Commissie daaromtrent.

Vierde element, de erkenningsprocedure, zoals deze wordt toegepast door de FOD Mobiliteit en Vervoer, kent geen vertragingen of noemenswaardige problemen. Ik vraag mij af waarop Touring zich concreet baseert om te stellen dat er effectief een achterstand zal ontstaan. Wanneer alle beroepschauffeurs tijdig en gefaseerd een opleiding volgen, wordt dit ongetwijfeld vermeden.

Vijfde element, zoals ik reeds zei, kan ik bevestigen dat het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende de vakbekwaamheid aangepast zal zijn tegen januari 2011.

Tanguy Veys (VB): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, uw nieuwe koninklijk besluit komt voor een stuk tegemoet aan de onrust die heerst in de sector. Ik dank u voor de inspanning die u reeds tot op heden hebt geleverd om ook de sector erop te wijzen dat 2015-2016 enerzijds veraf maar anderzijds ook dichtbij is, gelet op het feit dat het om een sector gaat die het moeilijk heeft, gelet op de buitenlandse concurrentie, dat is daarstraks ook aan bod geweest.

http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/53/ic061x.html

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...